Boeren en tuinders verkopen in Nederland steeds vaker producten direct aan huis, Fryslân loopt achter op landelijke groei

Het aantal boerderijen dat producten verkoopt via huisverkoop is tussen 2017 en 2020 met ruim een kwart toegenomen. Dit blijkt uit de monitor ‘Korte ketens’ van de universiteit in Wageningen. De groei in Fryslân was minder sterk, mede omdat er veel minder consumenten vlakbij wonen.

Straatverkoop van kersen bij een fruitteler in De Betuwe.

Straatverkoop van kersen bij een fruitteler in De Betuwe. Foto: ANP

Ongeveer een op de zeven boeren en tuinders levert producten via een korte keten aan de consument. Dat blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het betreft verkopen van boeren en tuinders direct aan consumenten, eventueel met maximaal een schakel ertussen.

Van alle boerenbedrijven in Nederland haalt 13,7 procent een deel van het inkomen (of geheel) uit de verkoop van producten aan huis. Op 1 april 2020 waren dat volgens het onderzoek landelijk ruim 7200 bedrijven. Ze verkopen daarbij voedsel of sierteeltproducten. De totale opbrengst van deze producten komt landelijk op 1,36 miljard euro over de periode april 2019 tot en met maart 2020. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen provincies, maar overal is er een groei.

Tussenschakels

Van de landelijk 7200 boerenbedrijven verkopen 3400 uitsluitend rechtstreeks aan de consument, 2100 bedrijven alleen via één tussenschakel en ruim 1700 zowel rechtstreeks als via één tussenschakel. In Drenthe, Limburg, Noord-Holland en Zuid-Holland is het aandeel korteketenbedrijven het meest toegenomen.

Absoluut gezien bevinden de meeste korteketenbedrijven zich in de provincie Noord-Brabant, gevolgd door Gelderland en Zuid-Holland. Procentueel gezien scoort Limburg het hoogst met een aandeel van 20 procent van alle agrarische bedrijven die afzetten via een korte keten, gevolgd door Noord- en Zuid-Holland (19 procent). Het aandeel in de provincies Fryslân, Groningen en Overijssel groeit, maar blijft nog onder de 10 procent.

Fries

De stijging in Fryslân is minder sterk dan in meer bevolkte delen van het land. Volgens de onderzoekers is dat ook een reden voor de grotere animo in het Westen: wanneer er meer consumenten dichtbij wonen, kiezen boeren en tuinders er eerder voor (een deel van) hun producten aan huis te verkopen.

Van de 4200 Friese boeren en tuinders verkochten 351 (ofwel 8,3 procent) begin vorig jaar via de korte keten. Qua aantallen is de melkveehouderij in deze provincie het grootst met totaal 2450 bedrijven. Daarvan verkoopt 4,6 procent (een deel van de) producten aan huis. Het Friese aandeel aan korteketenverkopers ligt in de melkveehouderij onder het landelijk gemiddelde, dat geldt ook voor bedrijven met graasdieren (ander rundvee in de wei en schapen). Alle andere takken van landbouw verkopen in Fryslân juist meer aan huis (zoals akkerbouw, glastuinbouw, leghenbedrijven en overige tuinbouw).

Binnen Fryslân wordt er in het noorden van de provincie het meest aan huis verkocht. Het gaat met 184 bedrijven om 11 procent van de boerenbedrijven in deze regio. Het betreft dan vooral melkvee en graasdierbedrijven. In Zuidoost-Fryslân zijn er door de WUR-onderzoekers 89 korteketenbedrijven geregistreerd en on Zuidwest-Fryslân 78 boerenbedrijven met verkoop aan huis.

Bedrijfstype

Het aandeel korteketenbedrijven binnen het totaal aantal bedrijven is landelijk het hoogst voor de fruitteelt, glastuinbouw en de groep overig tuinbouw. De melkveehouderij heeft daarentegen het grootste aantal korteketenbedrijven. De aanwezigheid van relatief veel van dergelijke bedrijven in een bedrijfstype heeft volgens de onderzoekers sterk te maken met het feit dat er geen of nauwelijks bewerking nodig is voordat het product aan de consument kan worden verkocht. Dit geldt in sterke mate voor eieren en fruit, maar ook voor meerdere groenten, planten en bloemen.

De ontwikkeling van het aantal korteketenbedrijven in 2017-2019 heeft vooral plaatsgevonden op qua economische omvang zeer kleine bedrijven (plus 47 procent). Binnen de groepen kleine bedrijven en zeer grote bedrijven was de toename met een derde eveneens groot. Ongeveer een op de vijf zeer grote bedrijven levert nu een deel van de afzet via korte ketens.

Er is een sterke relatie tussen afzet van producten via korte ketens en multifunctionele activiteiten. Zo verkopen 30 procent van de bedrijven met agrotoerisme en meer dan een derde van de zorgboerderijen ook geproduceerde producten via een korte keten. De bedrijven met educatieactiviteiten scoren het hoogst (43 procent).