Op vakantie in eigen land? De boerencamping wordt steeds populairder, voor de toerist en voor ondernemers als een aantrekkelijke neventak.

Toeristen bleven afgelopen jaar vanwege de reisbeperkingen door corona meer in eigen land. Ook de Nederlandse boerencampings stonden daardoor vol.

Siem Terpstra maait het gras op camping De Terpen in Ryptsjerk.

Siem Terpstra maait het gras op camping De Terpen in Ryptsjerk. Foto: Marchje Andringa

De kleinschaligheid van die campings wordt in verband met besmettingsrisico’s als veiliger ervaren. Velen hebben - vaak tot hun verwondering - ontdekt hoe mooi ons eigen land is. Het effect van de coronacrisis voor het toerisme in eigen land lijkt dan ook van langere duur.

Een groeiende groep mensen wil tijdens de vakantie het plattelandsleven ervaren. Ze willen kijken naar hoe de boer zijn koeien voert en melkt en hoe die het gras in de stal brengt. Of ze willen vanuit de luie stoel de oogst van akkerbouwproducten volgen.

Vele duizenden gaan jaarlijks op vakantie naar een van de tweeduizend (boeren)campings die zijn aangesloten bij Stichting Vrije Recreatie (SVR). Hoeveel toeristen het vorig jaar en dit jaar precies zijn, kan woordvoerder Bas van Mill niet inschatten. ,,Maar de animo groeit zeker. We horen continu, mede door de invloed van corona en de beperkingen die dat met zich mee heeft gebracht en nog meebrengt, dat de meeste campings in deze zomerperiode bijna volgeboekt zijn.”

Ook de kleinschaligheid van de SVR-campings speelt in coronatijden een rol, denkt de organisatie. Mensen zoeken in verband met besmettingsrisico’s minder de drukte op.

Donateurs

Om gebruik te kunnen maken van een plek op een van de SVR-campings - 1200 in Nederland en ongeveer 800 in het buitenland - moet je donateur te zijn voor minimaal tien euro per jaar. Campinggasten betalen bij SVR vrijwel altijd minder dan op een camping van andere organisaties. Bij de stichting zijn er intussen 125.000 donateurs aangesloten.

Tien jaar geleden waren dat er ruim honderdduizend. Vooral in de afgelopen twee jaar is het aantal sterk gegroeid. ,,Voorheen kwamen er per week ongeveer 250 tot driehonderd nieuwe donateurs bij, en aan het einde van het seizoen haken er ook altijd mensen af. Momenteel komen er wekelijks meer dan duizend bij”, aldus Van Mill.

SVR ontstond in 1970 en is opgericht door Willem van den Berg. ,,Hij had een boerderij en zat in Provinciale Staten in Holland. Om bij vergaderingen te komen moest hij door verschillende steden rijden. Hij kwam toen tot de overtuiging dat mensen die daar woonden voor hun vakantie een mooie plek zouden kunnen hebben op een boerenerf. Net zoals nu het geval is, was er toen ook al het idee dat boeren en burgers meer met elkaar verbonden moesten worden. Het is belangrijk dat je kennis krijgt over elkaars leefwereld en voor de boer betekende een camping een vorm van neveninkomsten. Voor een deel van de ondernemers was dit financieel noodzakelijk.”

Aandeel boerenbedrijven

Mede door de krimp in het aantal boerenbedrijven constateert SVR wel dat het aandeel van boerenbedrijven in het campingbestand aan het afnemen is. ,,In tien jaar is het totaal aantal aangesloten campings ongeveer stabiel gebleven, maar het aandeel bedrijven waar nog actief geboerd wordt neemt af. Nu is dat ongeveer 60 procent.” In de meeste gevallen gaat het om veebedrijven en om akkerbouwbedrijven die zijn aangesloten - ongeveer evenwichtig verdeeld.

De krimp van het aandeel actieve boerenbedrijven binnen het totaal komt volgens Van Mill niet alleen door de krimp in de branche - in 2010 waren er in totaal ruim 72.000 landbouwbedrijven, in 2020 bijna 53.000 - maar ook door de schaalvergroting van landbouwbedrijven. ,,Om er een boerencamping naast te houden is intensief. Je moet er veel tijd en energie in steken.” Die tijd is er minder als het landbouwbedrijf groeit. ,,De andere kant is er ook: boeren die afbouwen of zijn gestopt hebben dan wel weer tijd en ook interesse om een camping te beginnen.”

Geen groter bedrijf

Voor de familie Van Eijden in Ryptsjerk zijn het werk op de boerderij en een boerencamping prima te combineren. Juist omdat ze bewust niet hebben geïnvesteerd in een nog groter boerenbedrijf. ,,Veertig jaar geleden kwamen mijn ouders hier op de Johanna Hoeve vanuit de regio Utrecht. Ongeveer 25 jaar geleden kwam ik van school en wilde ik ook in het bedrijf. We hebben ons toen de vraag gesteld hoe we het bedrijf wilden verbreden om voldoende inkomen eruit te halen. Twee opties hebben we toen bekeken. Of een groter bedrijf - dus een grotere stal en meer koeien melken - of meer activiteiten opzetten. We hebben voor deze tweede optie gekozen en tot nu toe heeft dat heel goed uitgepakt”, zegt Johnny van Eijden die met zijn vrouw Jacoba en de kinderen het bedrijf runt.

Een kwart eeuw geleden werd ook de kaasmakerij die al door zijn ouders was opgezet, geprofessionaliseerd. En er kwam dus een kleinschalige boerencamping bij. ,,De locatie is al prachtig, we hoefden eigenlijk alleen de poort maar open te zetten om mensen hier te laten genieten van deze prachtige omgeving.”

Het enige wat destijds nog moest gebeuren was het aanleggen van elektrisch en investeren in sanitair. Afgelopen winter is er een nieuw toiletgebouw gekomen. ,,Dat is een van de vereisten voor een aantrekkelijke camping. Er moet goed sanitair aanwezig zijn”, zegt de ondernemer. Ook de elektriciteit is na 25 jaar vernieuwd.

Meer campings

Bas van Millverwacht dat het aantal SVR-campings door de groeiende vraag de komende jaren zal toenemen. Hoe groot die groei is, kan hij niet inschatten. ,,Maar we krijgen nu wel veel meer vragen van mensen die een kleinschalige camping willen starten. En dat zijn niet altijd actieve boerenbedrijven. Een grotere groep mensen heeft in coronatijd ondervonden dat het ook in Nederland - ondanks dat het niet altijd mooi weer is - prima vakantie vieren is. Ondernemers willen hierop inspelen.”

De familie Terpstra die vlakbij de Johanna Hoeve recent camping De Terpen is begonnen, is daar een voorbeeld van. Halverwege mei hebben ze eindelijk de stap gezet om de plannen die al lang klaarlagen werkelijkheid te laten worden. In een voormalige boerderij, waar al langere tijd geen koeien meer worden gemolken of akkerbouw wordt bedreven, hebben ze een keur aan activiteiten.

,,Er is al langere tijd een zorgtak, we hebben een tuinderij en we hebben een terras open”, zegt Siem Terpstra. ,,En we hebben een bedrijf in boomverzorging, een boomrooierij en we zijn best technisch aangelegd.” Toen vorig jaar corona kwam, dacht de familie: als we nú niet met een camping beginnen, dan komt het er nooit meer van. ,,Iedereen gaat in Nederland op vakantie en ook al gaan de grenzen weer open, het effect blijft. Ook wij kunnen daarvan meeprofiteren.”

Vergunningen om een eigen kleinschalige camping te beginnen, lagen er volgens de Ryptsjerkster al vijftien jaar. ,,Dit voorjaar is de schep de grond in gegaan. Riolering en alle elektrisch hebben we zelf aangelegd. In een maand was het grootste deel klaar.”

Inzet familie

Qua drukte kan de familie Terpstra de arbeid allemaal prima aan. ,,We zijn gewend aan allerlei drukte hier met de diversiteit aan bedrijvigheid. De hele familie doet mee en voor de kleinere klusjes zijn er altijd mensen die graag willen bijspringen”, zegt Terpstra.

Ook bij de Van Eijdens helpen familieleden mee. Dat is in de afgelopen decennia met alle activiteiten ook daar zo gegroeid. Net als de koepelorganisatie en veel eigenaren van boerencampings merken ze op de Johanna Hoeve ook het coronaeffect: het is veel drukker. En dat betekent extra werk. ,,Vorig jaar kwam er echt een run op de camping. We hebben dan ook niet alleen geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen, maar ook het aantal kampeerplaatsen uitgebreid van 25 naar 36.”

Op de Johanna Hoeve worden nog steeds koeien gemolken, al is het intussen met een melkrobot. Het boerenbedrijf is redelijk extensief met vijftig melkkoeien en zeventig hectare land. Omdat er ruim voldoende ruwvoer wordt gewonnen op het land voor de eigen koeien, wordt een deel verhandeld. Ongeveer 10 tot 15 procent van de melk wordt op het bedrijf verwerkt tot kaas die op markten en aan de horeca in de regio wordt verkocht. ,,Normaliter is er vanuit de horeca veel vraag, afgelopen jaar viel dat sterk terug door de coronabeperkingen. Nu trekt dit met de versoepelingen gelukkig weer aan.”

Aansluiten bij koepelorganisatie

Zowel de Terpstra’s als de Van Eijdens zijn zeer te spreken over de aansluiting bij de SVR. Ze maken dankbaar gebruik van de kennis en het netwerk van de organisatie wanneer ze vragen hebben of tegen nieuwe ontwikkelingen aanlopen. SVR-woordvoerder Bas van Mill merkt dat veel campingondernemers de organisatie waarderen. ,,Wij hebben veel kennis voor het opstarten en in bedrijf houden van een kleine camping. Vooral bij het opzetten leven er veel vragen, bijvoorbeeld over regelgeving en hoe je dingen aanpakt richting de gemeente.”

Tegenwoordig kunnen ook campings zich aansluiten waarbij er dus geen sprake (meer) is van een boerenbedrijf. Toch zijn er nog wel enkele criteria waar volgens de woordvoerder aan moet worden voldaan. Allereerst moet de camping landelijk gelegen en kleinschalig zijn. Verder moeten faciliteiten zoals douches, toiletten, stroomvoorzieningen en tappunten goed zijn. ,,Het is daarbij geen eis dat er ook goede wifi moet zijn, maar we weten dat veel kampeerders er waarde aan hechten.”

Dit merken ook de Friese campingeigenaren. ,,De eerste opmerking die we van gasten bij hun aankomst horen, is dat deze omgeving super is. Direct er achteraan volgt de vraag hoe het met de wifi zit en of ze de code mogen”, zegt Van Eijden. ,,Dit is bij alle leeftijdscategorieën het geval. Ook zestigplussers willen dit direct hebben, om met de mobiele telefoon of tablet de kinderen hun kampeeromgeving te laten zien.”

Alternatieve plek

Omdat niet alleen ondernemers met campings bij de organisatie zijn aangesloten, maar ook de gebruikers, krijgt de SVR van beide kanten informatie hoe ze het nog beter kan doen. ,,We treden in veel landen in contact met kleine campings die nog niet bij ons zijn aangesloten en waar donateurs goede ervaringen hebben opgedaan. Zelf hebben we niet veel tijd om in het buitenland actief bezig te zijn met het werven van nieuwe campings, maar zo komen er wel mooie plekken bij. Onze donateurs zijn in dat opzicht ook onze ambassadeurs.”

Naast de campings in Nederland zijn er vooral boerencampings uit Duitsland en Frankrijk aangesloten. Dat zijn ook de belangrijkste vakantielanden voor Nederlanders.

In het afgelopen jaar hebben campingeigenaren in Nederland extra voordelen ondervonden van aansluiting bij een organisatie als SVR. ,,In de traditionele toeristische gebieden in Nederland zaten de campings in het vakantieseizoen vorig jaar eigenlijk allemaal vol. Vooral door corona, omdat reizen naar het buitenland onzekerheden en beperkingen met zich meebracht. Van campings die niet vol zaten in die periode kregen we telefoontjes dat er nog wel plek was, ook uit het noorden van het land. We hebben daardoor donateurs kunnen wijzen op een alternatieve plek.”

De organisatie heeft nu al gehoord dat mensen dit jaar weer naar zo’n alternatieve plek gaan, omdat ze verrast werden over de schoonheid daarvan. Ook de families Terpstra en Van Eijden beamen dit. ,,Mensen die hier voor het eerst komen, verbazen zich over hoe mooi het hier is. Hier is alle ruimte om mooi te fietsen, er is rust en we wanen ons hier in het paradijs.”

Versoepelingen

Nu de coronamaatregelen steeds meer worden versoepeld en reizen naar het buitenland weer mogelijk zijn, zijn Nederlandse campinghouders bezorgd voor annuleringen. Zal een deel van de mensen die al hebben geboekt alsnog naar de warme zuidelijke landen gaan? Van Mill verwacht dat de gevolgen van de versoepelingen niet groot zullen zijn.

,,Mensen die bij ons donateur zijn geworden, kiezen voor dit type camping en een verblijf daar. Mochten er toch plekken open vallen, dan zijn er voldoende vakantiegangers die in plaats daarvan naar een SVR-camping willen. We hebben dat ook gezien afgelopen voorjaar. In het algemeen laten onze donateurs zich amper weerhouden door de weersomstandigheden. Rondom het hemelvaartsweekeinde was het niet echt mooi vakantieweer. Er waren voldoende boekingen en ook wel wat annuleringen. De plekken die vrijkwamen, waren in het algemeen heel snel weer opgevuld.”

Vol was het bij De Terpen in Ryptsjerk door de recente opening nog niet, zegt Siem Terpstra. ,,We hebben 25 plekken en die zijn nog niet vol. Ook nog niet voor de zomerperiode. We moeten echt nog bekend worden. Maar we zijn vol vertrouwen. In de eerste week dat we open waren, hadden we gelijk al vier boekingen. Nu zijn er in de eerste weken al continu zes of zeven plekken bezet. Voor de zomervakantie zijn er nu nog niet veel reserveringen, maar ze komen al wel binnen. Er zullen nu weer meer mensen naar het buitenland gaan voor een vakantie, maar er blijven dit jaar net als vorig jaar veel toeristen in eigen land.”

Ook bij de Johanna Hoeve verwachten ze een blijvend effect van meer bezoekers uit eigen land. De boekingen voor deze zomer lopen prima. ,,Door corona hebben velen ontdekt dat je ook hier prima kunt verblijven. Die mensen hoeven geen zwembad op de camping en een animatieteam. Een ander voordeel met de klimaatveranderingen is dat het hier nog steeds prima vertoeven is. Niet iedereen wil meer de zon in Zuid-Europa opzoeken nu het daar steeds vaker zo heet is. Het is hier veel aangenamer.”

Cijfers van nevenactiviteiten in de landbouw

Steeds meer boerenbedrijven halen een deel van hun inkomen uit nevenactiviteiten. Ongeveer een derde van de Nederlandse landbouwbedrijven legt zich alleen toe op het produceren van levensmiddelen. Zij proberen zo goedkoop mogelijk te produceren. De overige bedrijven (twee derde dus) hanteren een veelzijdiger strategie om inkomsten te genereren, blijkt uit een onderzoek van uitgeverij Agrio en Wageningen University & Research van eind 2020. In 1995 werd slechts op 22 procent van alle landbouwbedrijven ook ander werk verricht naast het boerenwerk.

Tegenwoordig is er volgens de onderzoekers een heel scala aan activiteiten naast het boerenwerk, zoals agro-toerisme, agrarisch natuurbeheer, een zorgboerderij en activiteiten die geen specifieke agrarische link hebben, zoals energieproductie met zonnepanelen of windmolens. Uit het onderzoek komt naar voren dat boeren vaker hun toevlucht zoeken tot een nevenactiviteit omdat alleen de inkomsten uit de voedselproductie te laag zijn.

Ook uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat boerenbedrijven vaker de verbreding zoeken. In 2010 waren er in totaal ruim 72.000 landbouwbedrijven. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer vormden in dat jaar en in het afgelopen jaar bij ongeveer 8000 bedrijven de belangrijkste inkomstenbron uit nevenactiviteiten. In het vorige decennium was er wel een dip in deze inkomsten. In 2016 ging het om 5300 boerenbedrijven.

Sterke stijgingen zijn er te zien bij verschillende andere belangrijke nevenactiviteiten als verkoop aan huis, loonwerk voor derden en energieproductie. Bij de boerenbedrijven (in 2020 in totaal bijna 53.000) ging de verkoop aan huis in tien jaar van 3000 bedrijven naar 7200 bedrijven. Loonwerk ging van 4000 naar 5400 en energieproductie van 900 naar 3500.