Friese werkende ruilt techniek en IT in voor een baan in de bedrijfseconomische sector, aantal mensen in het management gedaald

Het aantal Friezen dat werkzaam is in de bedrijfseconomische sector is gegroeid, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag. In de sector ‘technisch en IT’ werken juist minder Friezen.

Het kantoor van het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag.

Het kantoor van het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag. Foto: ANP

Vorig jaar werkten 53.000 Friezen in de bedrijfseconomische sector, oftewel 16,3 procent van de beroepsbevolking. Dit zijn bijvoorbeeld accountants en administratieve medewerkers. In 2019 waren dit er nog 51.000, ofwel 15 procent. Daarmee zit Fryslân onder het landelijke gemiddelde, 18,8 procent van de Nederlanders had vorig jaar een bedrijfseconomisch of administratief beroep.

Minder managers

De grootste Friese beroepsgroep is technisch en IT. In die sector werkten vorig jaar 61.000 mensen, oftewel 18,8 procent van de beroepsbevolking. In 2019 lag dit een procentpunt hoger dan vorig jaar, en werkten er 65.000 Friezen in die sector. Verder valt op dat het aantal mensen in het management daalde van 15.000 naar 13.000. 16 procent van de Friezen verdient het brood in de zorg. Dat aandeel en aantal bleef grofweg gelijk.

Niet evenredig verdeeld

De beroepsklassen zijn volgens het CBS niet evenredig verdeeld over het land. Zo werken in de Randstad relatief veel mensen in de bedrijfseconomische sector. In Zuidoost-Brabant is een beroep in de techniek of IT relatief veelvoorkomend. Zorg en welzijn zijn beroepsklassen die in Groningen en Nijmegen relatief veel werkenden hebben, en in Zuid-Holland Centraal (waar Den Haag ligt) is het beroepsaandeel van het openbaar bestuur groot.

Ten opzichte van het landelijk gemiddelde werken in Fryslân relatief veel mensen in de sectoren zorg en welzijn, dienstverlening en logistiek, en relatief weinig in de bedrijfseconomie en management.