Hoe ziet een duurzame toekomst in de landbouw eruit?

Wat zijn de behoeftes van een koe en hoe verleid je consumenten om in de supermarkt duurzame keuzes te maken? Boeren, onderwijzers en vertegenwoordigers van bedrijven uit de agrarische sector en overheden uit Noord-Nederland bogen zich vrijdag over deze vragen bij de netwerkbijeenkomst van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw in Drachten.

Natuurinclusieve landbouw moet het uitgangspunt worden.

Natuurinclusieve landbouw moet het uitgangspunt worden.

Een vruchtbaarder bodem, grotere biodiversiteit en meer variatie in het landschap. Om ervoor te zorgen dat intensieve melkveehouderijen en akkerbouwbedrijven meer oog krijgen voor dit soort zaken sloten het Rijk en de drie noordelijke provincies in 2019 de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw.

3,3 miljoen

Het rijk trok voor de deal twintig miljoen euro uit. Provinciale Staten van Fryslân, Groningen en Drenthe stelden elk 3,3 miljoen euro beschikbaar. In Fryslân gaat het om projecten in de noordelijke kleischil, het veenweidegebied, het kleiweidegebied en op Schiermonnikoog. De ambitie van de deal is dat in 2030 natuurinclusief boeren de gangbare praktijk is.

Maar lukt het om iedereen mee te krijgen in die omslag? Wel volgens Henk Staghouwer, gedeputeerde van Groningen en voorzitter van de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw. Maar dan moet er wel een goed verdienmodel zijn. ,,Het is belangrijk om te zorgen dat dat de boer er voordeel van heeft en de ideeën op het erf landen, anders gaat het niet werken.”

Blik op de toekomst

Hierbij is het belangrijk om niet te kijken naar wat er in het verleden is misgegaan, maar de blik op de toekomst te richten, vindt Frans Keurentjes, voorzitter van de AgroAgenda Noord-Nederland, een samenwerkingsplatform van verschillende partijen in de agrarische sector, milieufederaties en kennisinstellingen.

,,Het heeft geen zin om nog achterom te kijken, de grote omslag gaat er komen,” stelt hij. ,,Boeren moeten de realiteit onder ogen zien en accepteren dat ze mee moeten in die transitie. Er is geen andere mogelijkheid, er zijn al allemaal verschuivingen gaande.”

Differentiatie als uitgangspunt

Volgens hem ligt de toekomst van de landbouw in differentiatie. Keurentjes schetst beknopt een geschiedenis van de landbouw in Nederland, waarbij er vanaf de jaren vijftig een bijna vanuit de overheid geleide economie op gang kwam in de landbouwsector. Na de Tweede Wereldoorlog mocht er nooit meer honger zijn en werd er op grote schaal geproduceerd en gesubsidieerd.

,,Een ongelofelijk succesvol project. Maar dat succes had ook een keerzijde, daarom is het nu tijd om dat project af te sluiten en een andere richting in te gaan.” De landbouw zal er volgens Keurentjes over een paar jaar veel meer gedifferentieerd uit zien. ,,Veel bedrijven zijn nog gebouwd op de grootschaligheid van toen, boeren zullen nu meer individuelere keuzes gaan maken over hoe zij vorm willen geven aan de duurzaamheidseisen die in deze tijd gesteld worden.”