Koninklijke Damstra, inventief bedrijf dat zich niet de kaas van het brood laat eten

Paarden ontvoeren van een compagnon die het bedrijf had opgelicht, en al in 1995 een warmtepomp ontwikkelen. Twee zaken die niets met elkaar te maken lijken te hebben, maar toch kenmerkend zijn voor Koninklijke Damstra uit Driezum.

Voormalig eigenaar Thymen Damstra en zijn zoon en huidige commercieel directeur Teake onthullen een gerestaureerde wagen uit de jaren ‘50, daar waar het mee begon bij Koninklijke Damstra.

Voormalig eigenaar Thymen Damstra en zijn zoon en huidige commercieel directeur Teake onthullen een gerestaureerde wagen uit de jaren ‘50, daar waar het mee begon bij Koninklijke Damstra. Foto: Marcel van Kammen

Dat de Damstra’s zich niet de kaas van het brood laten eten en ook inventief waren komt naar voren in het door Henk Dilling geschreven boek Damstra, van wagenmaker tot koninklijk installatiebedrijf dat gistermiddag in het kader van het 110-jarig bestaan van het bedrijf werd gepresenteerd. Het vertelt aan de hand van verhalen van de familieleden en medewerkers hoe de wagenmakerij annex postkantoor uitgroeide tot een bloeiend installatiebedrijf.

Thymen Damstra (70), die het bedrijf van 1973 tot 2010 leidde, herinnert zich desgevraagd het voorval met de paarden nog goed. ,,Een compagnon uit Groningen had ons opgelicht. Hij had geld van onze facturen zelf geïnd en er paarden van gekocht. Hij was gescheiden en de paarden stonden bij zijn ex-vrouw met wie hij in gemeenschap van goederen was getrouwd”, zegt Damstra. ,,We zijn daar naartoe gereden en hebben tegen de vrouw gezegd: ‘Of je betaalt zijn schuld of we nemen de paarden mee’.” Het werd het laatste. De paarden brachten echter door blessures niet de bedragen op waar ze voor gekocht waren.

Damstra

Behalve dat de familie voor zichzelf opkomt, is ook inventiviteit en voor de troepen uitlopen een rode draad in de bedrijfsgeschiedenis. Al in 1995 wist het bedrijf met een warmtepomp een prijs bij een ontwerpwedstrijd van TNO te winnen. ,,We lieten warmtepompen uit Australië en Oostenrijk overkomen, bestudeerden ze en bouwden zelf een pomp.”

Ook Damstra’s opa en grondlegger van het bedrijf, Sytze van der Wiel, was inventief. ,,Hij holde boomstammen van vier à vijf meter uit en maakte er waterpompen van die werden ingegraven. Dat was voor veel mensen in die tijd een uitkomst. Het was niet gemakkelijk om aan goed water te komen.”

Ik herinner me nog uit mijn kindertijd dat hij in de schuur aan wagens werkte

Bijzonder is dat Anne Damstra-van der Wiel, moeder van Thymen én de vrouw met wie het boek begint, gisteren op de jubileumviering aanwezig was. Geboren in 1920 nam zij met haar man Teake Damstra in 1949 het bedrijf over van Sytze van der Wiel. Die was in 1910 een wagenmakerij begonnen, maar had in die tijd ook een postkantoor aan huis.

Principiële houding

Dat het bedrijf de 110 jaar heeft gehaald is te danken aan de principiële houding van Teake Damstra. Toen hij in 1947 terugkwam uit het voormalig Indië wilde hij buschauffeur worden bij de NOM, de regionale busmaatschappij. Op de vraag hoe hij dacht over op zondag rijden gaf hij aan het als christen prima te vinden om mensen op die dag naar het ziekenhuis te vervoeren, maar niet naar het voetballen. Hij kreeg de baan niet.

Teake werd vervolgens door zijn schoonvader in dienst genomen en het bedrijf ging verder als Van der Wiel & Damstra. Anne Damstra ging het postkantoor leiden. Ze dankte er haar bijnaam Mevrouw Drees aan, omdat mensen bij haar hun AOW konden ophalen. Teake gooide het roer om, bouwde de wagenmakerij af en zette volop in op installatiewerk.

Een andere opvallend familietrekje is, ondanks de lokroep van andere carrières, de trouw aan het bedrijf. Begin jaren zeventig werkte Thymen Damstra met veel plezier als beroepsmilitair in Suriname. Maar toen in 1972 een beroep op hem werd gedaan toen Teake een hartinfarct kreeg, keerde hij terug naar Driezum om het bedrijf te leiden. Hij wist het tot bloei te brengen tot een bedrijf met zo’n honderd werknemers.

Familiebedrijf

Ook zijn zoon Teake, de vierde generatie, stond niet te springen zijn vader op te volgen. Na een stage bij de technisch dienst van hotel-restaurant Van der Valk op Curaçao kreeg hij daar een contract aangeboden. Toch koos hij, op verzoek van zijn ouders, voor het familiebedrijf.

Hij is sinds 2010 directeur en samen met broers Rein, Sytse en Symen nu verantwoordelijk voor het bedrijf.

Kindertijd

Behalve de presentatie van het boek, een geschenkboek voor medewerkers, familie en relaties – dus niet in de winkel te koop of te bestellen – werd gisteren ook een door Sytze van der Wiel gebouwde en door kleinzoon Thymen Damstra gerestaureerde wagen uit de jaren vijftig onthuld. Thymen Damstra: ,,Het was een van de laatste wagens die hij heeft gemaakt. Ik herinner me nog uit mijn kindertijd dat hij in de schuur aan het werk was.”

De restauratie duurde bijna een half jaar. ,,Voor de bouw van een wagen heb je speciaal gereedschap nodig. Veel daarvan was verloren gegaan dus moet je dan improviseren.”

De wagen staat voortaan voor het bedrijfspand in Driezum te pronken als een herinnering aan hoe Koninklijke Damstra Installatietechniek ooit is begonnen.

Nieuws

menu