Boekproject landbouwmechanisatie loopt helemaal uit de hand, '200 Jaar Friese landbouwmechanisatie' geeft zeer breed overzicht van ontwikkelingen

Een compleet overzicht is het nog steeds niet, het boek ‘200 jaar Friese landbouwmechanisatie’, maar het geeft wel een zeer uitgebreid beeld van de ontwikkelingen die er in de afgelopen eeuwen zijn geweest. Het project is volgens auteur Henk Dijkstra volledig uit de hand gelopen.

Een B.M. maaidorser. Deze was in gebruik bij werktuigencoöperatie De Eendracht in Tzummarum.

Een B.M. maaidorser. Deze was in gebruik bij werktuigencoöperatie De Eendracht in Tzummarum.

‘Het is niet bij te houden’, zo is er te lezen in het begin van het recent verschenen boek 200 jaar Friese landbouwmechanisatie van Henk Dijkstra, in het dagelijks leven directeur van het Fries Landbouwmuseum. Hij haalt deze uitspraak van Rijksconsulent voor landbouwwerktuigen P.W. Bakker Arkema uit 1960 aan over de ontwikkelingen in de branche destijds. Dijkstra herhaalt dit bij het overzicht wat hij nu met hulp van een werkgroep heeft kunnen maken. ,,Er is niets nieuws onder de zon”, schrijft hij. ,,Er zijn nu zoveel ontwikkelingen met veelal Engelse terminologieën waar in dit boek verder niet op in wordt gegaan zoals drones, remote controle, smart farming en big data.”

Makers en ontwikkelingen

De eerste aanzet voor een overzicht van de landbouwmechanisatie in deze provincie is gegeven in 2009. In dat jaar is de vraag gesteld welke fabrikanten er zijn én zijn geweest in Fryslân. Gaandeweg het onderzoeksproject heeft de werkgroep Makke yn Fryslân naar veel meer aspecten gekeken dan alleen de smeden en uitvinders. Niet alleen makers van machines en werktuigen komen aan bod en zijn beschreven en in beeld gebracht, maar ook ontwikkelingen op dit gebied in deze provincie, Nederland en internationaal. ,,Voordat we begonnen, wisten we wel dat er tot dan toe weinig onderzoek was gedaan naar de landbouwmechanisatie hier. Veel hebben we boven tafel gekregen. Ook wel van voor 1900, maar veel hebben we niet kunnen traceren omdat er toen minder is gedocumenteerd en bewaard is gebleven. Dat blijft in de mist van het verleden.”

Van de vierhonderd Friese bedrijven die door de onderzoeksgroep zijn getraceerd, is er intussen nog een tiental over. Vele kleine, maar ook grote spelers op het Friese en zelfs internationale toneel komen aan bod in het rijk geïllustreerde boek. Producties van wereldprimeurs zitten er volgens Dijkstra bij. Hij noemt onder andere het ontwikkelen van de melkrobot vanuit een onderzoeklocatie in Oentsjerk, de snarenbedpootmachine en de looftrekker van Abe Gerslam.

Fabrieken

De mechanisatie heeft in de landbouw, net als in vele andere branches, een start gemaakt ongeveer tweehonderd jaar geleden. Machines, aangedreven met brandstof, kwamen er vooral in (grote) fabrieken. In de landbouw was dat onder andere het geval in de zuivelfabrieken.

Tot de Tweede Wereldoorlog beperkte de mechanisatie in de Friese landbouw zich voornamelijk tot het gebruik van landbouwwerktuigen met en zonder paard. Machines op stroom of brandstof waren amper in gebruik.

Buitenlandse bedrijven

Met name buitenlandse bedrijven waren in eerste instantie gespecialiseerd in het maken van landbouwwerktuigen die via importeurs bij de Friese boerenbedrijven kwamen. Na 1850 richtten ook steeds meer Friese ondernemers zich op de ontwikkeling en productie van landbouwmachines, vooral voor gebruik met paarden. Vele voorbeelden worden besproken in het uitgebreide boekwerk.

Dijkstra en de onderzoeksgroep hebben in het nieuwe standaardwerk niet alleen een zeer breed beeld gegeven van de ontwikkelingen in de mechanisatie, maar in kaders ook wetenswaardigheden voor het voetlicht gebracht. Zo blijkt dat dominees een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de landbouw in het begin van de negentiende eeuw. In 1815 bepaalde de overheid, zo is er te lezen, dat op alle hogescholen les in landbouwhuishoudkunde moest worden gegeven. Ook theologiestudenten moesten dit volgen en gaven hun opgebouwde kennis door aan boeren in hun gemeenten. Het was zelfs zo dat veel dominees een eigen boerderij hadden, zo tekent de auteur op.

Samenwerking

Boeren organiseerden zich in die eeuw meer en meer en zorgden er zelf tevens voor dat landbouwmechanisatie werd gestimuleerd. Nederland dreigde halverwege de negentiende eeuw op internationaal vlak achterstand op te lopen. Vooral na 1880 kwam informatieverspreiding beter op gang, onder andere door landbouwtentoonstellingen en het opzetten van proefboerderijen om boeren te laten zien hoe er vooral meer geproduceerd kon worden met nieuwe mechanisatie.

De Friesche Maatschappij van Landbouw speelde daarbij een grote en voorname rol, zo valt op. Ook voor de auteur was dit verrassend, zo laat hij weten. ,,Die rol was veel groter dan we ons allemaal realiseren.”

De ontwikkelingen met de nieuwe machines zorgde niet altijd voor positieve reacties, zo blijkt. Zo was er in Hommerts en Parrega weerstand tegen maaimachines die het werk van mannen op het land uit handen namen. Duivelse werktuigen zouden het zijn, zo was de overtuiging. Of wellicht was het de vrees dat de werktuigen een geduchte concurrent zouden zijn voor het werkvolk.

Arbeidskrapte

Na WOII zette de mechanisatie op de boerenbedrijven in een hele andere dimensie voort. Een factor die volgens het boek een doorslaggevende rol speelde, was het groeiende gebrek aan goedkope arbeidskrachten. Om het werk op de boerderijen gedaan te krijgen, móésten boeren wel hun toevlucht nemen tot mechanisering van het werk.

In de melkveehouderij gaf dit een sterke stimulans aan het gebruik van een melkmachine. De eerste apparaten werden rond 1850 ontwikkeld en in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog sterk verbeterd. Na de oorlog gebruikten steeds meer boeren dit door een groot tekort aan melkers. Fryslân liep voorop bij de introductie van melkmachines. In 1952 draaide een kwart van de 4200 melkmachines in Nederland op Friese melkveebedrijven.

De melkrobot

De revolutie die volgde, krijgt in het boek vervolgens uitgebreid aandacht: de ontwikkeling van de melkrobot. In Oentsjerk is het eerste prototype ontwikkeld en getest.

Ook mechanisatie op het land komt aan bod, in de melkveehouderij en de akkerbouw. Trekkers vervingen paarden en het bemesten, oogsten en bewerken van het land werd voortaan met steeds grotere machines achter trekkers uitgevoerd.

Geïnteresseerden

Dit nieuwe standaardwerk is een aanrader voor mensen die van techniek houden en zelf de ontwikkelingen van nabij hebben meegemaakt. Veel foto’s van machines, werktuigen en trekkers illustreren de uitvoerige tekst.

De projectgroep die bezig is geweest met de voorbereidingen voor het boek, is overrompeld door de hoeveelheid materiaal. ,,Zeer veel is niet meegenomen”, zegt de schrijver. ,,Het project is heel erg uit de hand gelopen. Het gaat namelijk niet alleen om wat er allemaal in deze provincie is gemaakt, maar ook om hoe de mechanisatie in onze provincie zich heeft ontwikkeld. We wilden het verhaal compleet maken, en dat is gelukt.”

Nieuwe boeken met de extra (nu niet meegenomen) informatie, komen er wat Dijkstra betreft niet. ,,We hebben ook op de website aandacht voor de mechanisatie. Daar kunnen we veel extra informatie op kwijt. Om alles op papier uit te geven, is veel te kostbaar.”

Een grote doelgroep is er volgens de schrijver ook niet, om met een grotere oplage en meer informatie en wellicht nieuwe titels over de mechanisatie beter uit de kosten te komen. Van de duizend exemplaren van de eerste uitgave van 200 Jaar Friese landbouwmechanisatie is intussen ruim de helft verkocht. ,,Het zijn vooral liefhebbers van mechanisatie en hoe zich dat hier heeft ontwikkeld. Het gaat om mensen die het van nabij of zelf hebben meegemaakt, vooral zestigplussers.”

Landbouwproductie

Niet alleen de mechanisatie krijgt in het boek aandacht. Ook andere ontwikkelingen die hebben geleid tot sterke aanpassingen van de landbouwproductie. In de melkveehouderij betreft het dan bijvoorbeeld de aanleg van waterleidingen die hebben geleid tot een betere gezondheid voor vee en verbeterde hygiëne bij de reiniging van melkapparatuur, maar ook het aanleggen van mestkelders. Voorheen ging alle gier bijvoorbeeld naar de (afgesloten) ‘jarresleat’.

In de akkerbouw krijgt een onderwerp als de bestrijding van ziekten en plagen in het boek ruimte. Deels omdat dit in de loop der tijd geautomatiseerd is, maar ook omdat het van groot belang is voor het produceren van voldoende voedsel. In de negentiende eeuw kwamen er bijvoorbeeld nog hongersnoden voor door de besmetting van grote arealen aardappelen met de schimmelziekte phytophthora.

Top 25

Het resultaat van vele jaren van (uit)zoekwerk wordt in het boek afgesloten met een overzicht van de 25 belangrijkste Friese fabrikanten van landbouwmachines. Een groot deel bestaat al niet meer, is overgenomen door buitenlandse bedrijven en wellicht al opgeheven. Een van de meest recente gevallen komt aan het einde van het boekwerk aan de orde en heeft begin deze eeuw nog voor de nodige opschudding gezorgd: de sluiting van Prins in Dokkum. Van producent in allerlei landbouwwerktuigen, is er overgeschakeld naar kassenproductie en vangrails. De nieuwe eigenaar was vooral geïnteresseerd in de klanten en niet meer in de fabriek. Zes jaar geleden sloot ook dit van oorsprong Friese bedrijf de deuren.

Nieuw voor Dijkstra bij de voorbereidingen en samenstellen van het boek was dat afgelopen eeuw meerdere Friese ondernemers bezig zijn geweest met het ontwikkelen en maken van een eigen trekkermerk. ,,Dat bedrijven hiermee bezig zijn geweest, hadden we niet gedacht.” In het boek is er dan ook een eigen hoofdstuk aan besteed. Tot een eigen Fries trekkermerk is het echter nooit gekomen.

200 Jaar Friese landbouwmechanisatie, uitgeverij Noordboek, 448 pagina’s. 49,90 euro