Noord-Fryslân blijft achter met economisch herstel, economie in driekwart regio’s weer op of boven niveau van voor coronacrisis

De economie is in het tweede kwartaal van 2021 in alle regio’s sterk gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. De regio’s Haarlemmermeer, IJmond en Zuidoost-Noord-Brabant hadden de hoogste groeipercentages. Dat meldt het CBS. Noord-Fryslân is nog niet terug op het niveau van voor de coronapandemie. De economische groei komt er 3 procent lager uit.

Jongeren op Terschelling bij de veerboot naar Harlingen.

Jongeren op Terschelling bij de veerboot naar Harlingen. Foto: ANP

Vorige week berichtte het CBS dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal met 9,7 procent was gegroeid vergeleken met een jaar eerder. Voornamelijk doordat de economie destijds sterk kromp, viel dit cijfer uitzonderlijk hoog uit. Maar ook vergeleken met het tweede kwartaal van 2019 - precorona - is de economische omvang in veel regio’s groter, al hebben met name Haarlemmermeer en Amsterdam nog niet het niveau van voor de coronacrisis bereikt.

Ook Noord-Fryslân blijft achter vergeleken met twee jaar geleden. Volgens Peter Hein van Mulligen van het CBS kan dat mogelijk verklaard worden door de grote invloed van het toerisme. De Waddeneilanden vallen in deze regio en de toerismebranche is hier nog niet geheel hersteld van de gevolgen van de coronapandemie. Sectoren die het goed doen zoals de industrie zijn in Noord-Fryslân ook minder aanwezig en kunnen het toerisme-effect onvoldoende compenseren. Van Mulligen merkt op dat er vergeleken met een jaar geleden al wel een sterk herstel is geweest in de recreatiesector.

Precorona

Vergeleken met twee jaar geleden - precorona - is de economische omvang van de meeste regio’s even groot of groter. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019 was in de helft van de 52 regio’s de economie groter, in 14 regio’s was de omvang van de economie vergelijkbaar, en in 12 regio’s kleiner. Het niveau van de totale Nederlandse economie is ook nog lager (0,4 procent).

In de regio’s die economisch nog niet op het niveau van voor corona zijn, is in Haarlemmermeer en Amsterdam het verschil het grootst. De economie in deze regio’s is respectievelijk ongeveer 18 en 8 procent kleiner dan in het tweede kwartaal van 2019. Dit hangt samen met de luchtvaart, horeca, reisbemiddeling en de cultuursector; bedrijfstakken die flink door de coronacrisis zijn getroffen en in deze regio’s een groot aandeel in de economie hebben.

In regio’s met de grootste groei droegen de industrie en de handel in belangrijke mate bij aan het herstel. Dit is het geval in Zuidoost-Noord-Brabant, Utrecht-West, Oost-Zuid-Holland en Delfzijl. Hier was de economie 3 procent of meer gegroeid ten opzichte van twee jaar eerder.

Sterke groei binnen een jaar

In de meeste regio’s groeide de economie in het tweede kwartaal van 2021 met ongeveer 8 tot 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. De industrie, de horeca en de reisbemiddeling waren hiervoor de voornaamste aanjagers. Met name de horeca en de reisbemiddeling profiteerden van de versoepeling in de maatregelen tegen het coronavirus. Desondanks hebben deze bedrijfstakken nog niet het niveau van voor de crisis bereikt.

De regio’s Haarlemmermeer, IJmond en Zuidoost-Noord-Brabant hadden een grote economische groei van respectievelijk ongeveer 17, 15 en 13 procent. Bij Haarlemmermeer komt het doordat er meer vliegverkeer is op Schiphol dan een jaar geleden, toen er een enorme daling was in het aantal vluchten. De grotere economische groei in IJmond en Zuidoost-Noord-Brabant is voornamelijk te danken aan de hoge productie van de industrie.

In de regio’s Den Haag en Delfzijl was de groei met respectievelijk ongeveer 7 en 6 procent iets lager ten opzichte van een jaar eerder. De lagere groei hangt samen met de relatief kleine krimp vorig jaar. In de regio Den Haag komt dit door het grote aandeel van de overheid.

In het noorden van Fryslân kwam de groei in een jaar tijd uit op 8 procent. In het zuidwesten en zuidoosten van de provincie was dit 10 procent.