Het realiseren en behouden van goed kruidenrijk grasland is een hele klus, maar levert ook wat op

Eén soort gras in het weiland - Engels raaigras - vervangen door een meer kruidenrijke vegetatie verbetert de biodiversiteit en heeft positieve effecten op de weidevogelstand. Maar de realiteit is weerbarstig.

Grutto in kruidenrijk grasland.

Grutto in kruidenrijk grasland. Foto: Jan Spoelstra

Uit een vierjarig onderzoek dat maandag is gepresenteerd, blijkt dat het realiseren en behouden van een kruidenrijk grasland nog een hele opgave is. Eerste indrukken geven aan dat de biodiversiteit verbetert, maar weidevogelkuikens profiteren er niet altijd van, zeggen onderzoekers Anna Jansma van Hogeschool Van Hall Larenstein, Nyncke Hoekstra van het Louis Bolk Instituut en Anthonie Stip van de Vlinderstichting.

Aanleiding voor het project Koeien en Kansen was onder andere de vraag vanuit de agrarische collectieven of het realiseren van kruidenrijke graslanden met minimaal 15 tot 25 verschillende plantensoorten ook werkelijk de weidevogelkuikens vooruit helpt. In een meer divers graslandschap komen er naar verwachting meer diversiteit aan insecten voor en grotere aantallen.

Divers aanbod

,,We verwachtten dan ook dat de weidevogelstand hierdoor zou kunnen verbeteren”, zegt Jansma. Andere voordelen zouden er volgens de onderzoekers ook zijn. Het stimuleert de gezondheid van de koeien en door een divers aanbod aan planten zou ook de bodemstructuur beter zijn. ,,Door een divers wortelstelsel verbetert die structuur en kan water beter worden opgenomen en afgevoerd.”

Andere aspecten die meespelen bij het opzetten van het langjarig onderzoek, waarvan er naar verwachting een vervolg komt, is de wens vanuit de maatschappij om een divers landschap en zuivelbedrijven die hiervoor speciale concepten in de markt zetten. ,,Campagnes voor het behoud van weidevogels en bijenvlinderlinten laten dit ook zien.”

De onderzoekers presenteerden bij de afsluiting van het vierjarig project een veelheid aan resultaten. De voor weidevogelkuikens zo belangrijke grotere insecten (meer dan vier millimeter groot) waren in kruidenrijk grasland in grotere aantallen aanwezig dan gemiddeld in gangbare weilanden. ,,Het totale aantal insecten was niet anders, maar er waren dus wel meer grotere insecten. Goed voor de kuikens zou je zeggen. In een ander deel van het onderzoek is ook gekeken of weidevogelkuikens makkelijker in kruidenrijk grasland kunnen foerageren.”

Behoud

Het is volgens de onderzoekers een uitdaging om het kruidenrijk grasland te realiseren wat je wilt hebben. Belangrijk aspect hierbij is de grondsoort. Bij het inzaaien van bepaalde mengsels wordt dat al snel duidelijk. Afhankelijk van de grondsoort gedijen bepaalde kruiden juist wel of soms helemaal niet, blijkt uit de ervaringen. Het tijdstip van inzaaien speelt tevens een rol.

Ook de bemesting speelt een cruciale rol, blijkt. Bij intensievere bemesting met gier en stikstof verdwijnen kruiden en klavers vaker. Een latere datum van maaien om zodoende kruiden in bloei te krijgen en daarmee te zorgen voor zaden die een volgend jaar voor een nieuwe generatie kan zorgen, heeft geen positief effect. Wellicht komt dit omdat de grassen in het weiland dan ook groter zijn en de kruiden en klavers in de verdrukking komen.

Uit de praktijkproeven blijkt dat de gebruikte kruidenmengsels en verschillen in bemesting in de afgelopen vier jaar niet hebben geleid tot betere leefomstandigheden voor de kuikens. Er waren dan wel meer grotere insecten, maar de zogeheten doorwaardbaarheid om ook makkelijk bij die insecten te komen, verbeterde niet.

Lagere voederwaarde

Factoren die ook een rol spelen volgens de onderzoekers zijn weersomstandigheden (dit nattere voorjaar zijn de omstandigheden beter), en het laten weiden van koeien. Een meer divers weidelandschap zorgt voor variatie waardoor kuikens plek hebben om te foerageren en kunnen schuilen.

Kruidenrijke mengsels zorgen voor een lagere voederwaarde maar zijn volgens verschillende deelnemende boeren wel geschikt om te voeren aan jongvee en droogstaande koeien. Ze zorgen ook voor een betere gezondheid. Een beperkt areaal aan kruidenrijke weilanden wordt dan ook aanbevolen, melden boeren en onderzoekers.

Ook Anthonie Stip van de Vlinderstichting erkent dat de grasopbrengst en de kwaliteit ervan een belangrijk gegeven is voor boeren bij de keuze. ,,Het is balanceren met verschillende waarden, productiewaarde en biodiversiteitswaarde. En dan ook in tijd en plaats. Voor een goede biodiversiteit moeten er het gehele jaar goede mogelijkheden zijn voor voedsel, veiligheid en voortplanting. Want ook een volgend jaar moet de diversiteit er weer zijn.”

Sinusmaaien

Om daar als boer iets in te kunnen betekenen, adviseert Stip ze om bij het maaien daar ook rekening mee te houden. ,,Dat betekent gefaseerd beheer. Zo kun je dat doen met het maaien in stroken, de walkanten bij de eerste sneden niet te maaien en in verschillende stappen een land maaien. Mogelijk door sinusmaaien.”

Met die laatste methode kun je als boer, volgens de deskundige, in positieve zin veel bijdragen aan planten en dieren. Vooral insecten. Met sinusmaaien maai je eerst ruwweg door een weiland een pad, het gras zou gebruikt kunnen worden voor stalvoedering. Na enkele dagen wordt alleen alle gras binnen die ring in het weiland gemaaid en pas na weer een periode alleen het buitenste deel.

,,Ongeveer 40 procent blijft dan steeds bij elke maaibeurt staan. Je creëert dan een lange strook met gewas van een verschillende lengte aan beide zijden. De biodiversiteit aan insecten, maar ook weidevogelkuikens, kunnen daarvan profiteren. Het zal niet voor alle boeren geschikt zijn, maar het is zeker een optie voor kruidenrijke graslanden.”