Met de koeien langer buiten en minder eiwit in het voer gaan boeren de stikstofuitstoot te lijf

Landbouworganisaties en het ministerie van Landbouw hebben nieuwe afspraken gemaakt om de stikstofuitstoot te verminderen. Met meer weidegang, minder eiwit in veevoer en toevoeging van water bij bemesten moet de ammoniakemissie uit de melkveehouderij in enkele jaren met 10 procent verminderen.

Koeien in de wei.

Koeien in de wei. Foto: Shutterstock

De komende maanden gaan landbouworganisaties LTO, NAJK, Biohuis en Netwerk Grondig elk met hun eigen achterban aan de slag om met maatregelen in de bedrijfsvoering de ammoniakemissie (een vorm van stikstofuitstoot) flink te verminderen. Het is de bedoeling dat ze hun leden informeren en stimuleren om met enkele maatregelen op het boerenerf de stikstofuitstoot, en daarmee de negatieve effecten voor de natuur, aan te pakken. Dat is door de organisaties afgesproken met demissionair minister Carola Schouten. Schouten heeft hierover afgelopen week de Tweede Kamer geïnformeerd.

Het gaat om drie maatregelen waarover afspraken zijn gemaakt. Minder zogeheten ruw eiwit in het voer moet ertoe leiden dat door koeien ook minder aan stikstofresten wordt uitgescheiden. Een tweede maatregel is het langer weiden van koeien en een derde is het verdunnen van de mest die op grasland in zandgebieden wordt uitgereden.

Minder eiwit

Het is de bedoeling dat er in 2024 nog maximaal 160 gram aan ruw eiwit per kilo droge stof in veevoer zit. Volgens de Commissie Deskundigen Meststoffen, die de minister in het stikstofdossier adviseert, heeft dit geen negatieve consequenties voor het vee en blijft de productie op peil. Een verdere reductie verdient nader onderzoek volgens de deskundigen, want het is niet duidelijk of dat negatieve effecten zou hebben voor onder andere de gezondheid van het vee.

De landbouworganisaties willen dat volgend jaar elke koe gemiddeld 90 uur per jaar extra in de wei loopt. In 2023 en erna moet dit jaarlijks 180 uur extra zijn ten opzichte van de situatie in 2018. Het grootste deel van de melkveehouders in Nederland doet al aan een vorm van weidegang. Er zijn vele speciale weidegangconcepten die hier al eisen aan stellen voor de producten in de supermarkten. Veelal wordt gebruik gemaakt van de regel om koeien in ieder geval 180 dagen per jaar buiten te laten lopen en minimaal zes uur per dag.

Minder amoniakvorming

Weidegang leidt tot minder ammoniakvorming dan wanneer de koeien jaarrond op stal blijven. In de stal komen urine en mest vaak bij elkaar in de gierput, waardoor er sneller en meer ammoniak wordt gevormd. Bij koeien die buiten lopen komen urine en mest op verschillende plekken in het weiland terecht. Ammoniakvorming komt dan minder voor.

Een derde beoogde maatregel is het aanlengen van mest met water (in de verhouding 2:1). Het is de bedoeling dat dit wordt uitgevoerd op 50 procent van het areaal grasland op zandgronden.

Twee miljard

Het ministerie steekt 181 miljoen euro in de plannen. Voor stalaanpassingen (zoals het zuiveren van stallucht en gescheiden opslag van mest en urine) wordt daarnaast 280 miljoen euro uitgetrokken. In totaal trekt het ministerie ongeveer twee miljard euro uit voor een compleet pakket aan bronmaatregelen waaronder de voorgestelde drie maatregelen vallen: stalaanpassingen, stoppersregelingen, omschakelprogramma’s en mestverwerking.

Met de drie maatregelen verwacht de Commissie Deskundigen Meststoffen dat de gehele melkveehouderij de komende jaren ongeveer 10 procent van de ammoniakuitstoot kan reduceren. Dat komt neer op 4,6 tot 5,2 kiloton per jaar. Het grootste aandeel is te verwachten met de voermaatregel: jaarlijks 3,5 kiloton. Weidegang (plus 180 uur per jaar voor iedere koe) is jaarlijks goed voor 0,7 kiloton en met de mestverdunning kan 0,4 tot 1,0 kiloton aan reductie worden gerealiseerd.

Om een stok achter de deur te hebben wordt het traject de komende jaren in de gaten gehouden. De opties zijn wat het ministerie betreft niet vrijblijvend. Als er onvoldoende stappen worden gezet, komen er bijsturingsmogelijkheden. Er zal door de partijen de komende jaren ook worden gekeken naar vervolgstappen tot 2030.

PAS-melders

In het stikstofdossier zijn ministerie en provincies ook aan de slag om de zogeheten PAS-melders van een natuurvergunning te voorzien. Het betreft dan voornamelijk boerenbedrijven die bij de - intussen door de Raad van State afgeschoten - PAS-systematiek vanwege hun specifieke situatie destijds alleen een melding hoefden te doen van hun activiteiten en toen geen vergunning nodig hadden. Nu hebben al die bedrijven een vergunning nodig en milieugroeperingen willen handhaving door provincies. Het rijk en de provincies hebben intussen aangegeven dat er geen handhaving zal zijn in de periode waarin de bedrijven met overheden bezig zijn met legalisering. Schouten heeft daar recentelijk in een Kamerbrief nog eens op gewezen.

Intussen is de eerste PAS-melder gelegaliseerd; naar verwachting gaat het landelijk om honderden bedrijven die nog geen vergunning hebben. Om dat allemaal voor elkaar te krijgen moet er eerst voldoende aan stikstofrechten uit de markt zijn gehaald door bijvoorbeeld de sanering van de varkenshouderijsector, gerichte opkoop en de landelijke beëindigingsregeling veehouderij.

Investeringsproblemen

Landbouworganisaties en verschillende politieke partijen hebben bij het ministerie aangedrongen op snelle duidelijkheid voor deze PAS-melders, die bij investeringen tegen financieringsproblemen aanlopen. Banken willen vaak alleen financieren wanneer er een definitieve vergunning ligt. Schouten heeft in een gesprek met banken aangedrongen op het zoeken naar oplossingen, maar die zijn volgens haar nog niet op tafel gekomen.

In het vergunningentraject komen rijk en provincies de betreffende ondernemers financieel tegemoet. Er is een tegemoetkoming van 1600 euro voor de kosten die gemaakt moeten worden; de legeskosten komen op maximaal 1600 euro per vergunning. Het ministerie heeft laten uitrekenen dat gehele legalisering ongeveer 4800 euro kost per melding. Provincies en rijk nemen de extra kosten voor hun rekening, laat Schouten weten.