Dit artikel is vandaag gratis

Voedsel wordt dé uitdaging voor 2023, en de cijfers beloven voorlopig niet veel goeds | Analyse

Graanoogst nabij Odessa. Rusland en Oekraïne zijn samen goed voor 30 procent van de wereldexport van tarwe en maïs.

De oorlog in Oekraïne is nog steeds gaande en dat zorgt ervoor dat onze voedselzekerheid steeds meer op het spel komt te staan. Tekorten zullen leiden tot instabiliteit, waardoor binnen- en buitenlandse migratie zal toenemen.

Nu de oorlog in Oekraïne bijna vier maanden aan de gang is, beloven de cijfers niet veel goeds: de stijgende voedselprijzen zijn, met name voor de armere landen, reden tot bezorgdheid.

De potentiële tekorten aan bepaalde grondstoffen kunnen in verschillende landen leiden tot instabiliteit, waardoor binnen- en buitenlandse migratie toeneemt.

Tarwe en zonnebloempitten

Rusland en Oekraïne zijn samen goed voor 30 procent van de wereldexport van tarwe en maïs en 63 procent van de zonnebloempitten. Volgens experts loopt het tekort aan deze gewassen dit jaar al op tot drie miljoen ton, ondanks de toegenomen export uit andere landen, zoals India.

De stijgende energie- en meststofprijzen zullen ertoe leiden dat tientallen miljoenen mensen te maken krijgen met honger en hun aantallen zullen mogen opgeteld worden bij de 811 miljoen mensen die in 2020 al te kampen hadden met honger.

Dat cijfer is sinds de Covid-19-pandemie trouwens alleen maar gestegen, met meer dan honderd miljoen mensen in 2021, om precies te zijn.

Kunstmest

Volgens een recente studie van de FAO en het Wereldvoedselprogramma (WFP) waren vorig jaar 193 miljoen mensen in 53 landen - bijna veertig miljoen meer dan in 2020- niet zeker of ze elke dag wel voldoende voedsel zouden vinden. De meeste van hen waren ook aangewezen op dagelijkse hulp om aan voedsel te geraken.

De alarmbellen voor hongersnood staan op rood in Afghanistan, Ethiopië, Nigeria, Somalië, Zuid-Soedan en Jemen.

Het zullen de meest kwetsbare landen zijn in Afrika en Azië die de hoogste prijs zullen betalen als er nog meer schaarste zit aan te komen, ook al zijn veel Europese landen voor 100 procent afhankelijk van Russische kunstmest, de grootste exporteur ter wereld van dit product.

Dat is het geval voor Estland, Finland, Litouwen en Servië, terwijl landen als Slovenië, Noord-Macedonië, Noorwegen, Polen en nog enkele andere, ook rekenen op Russische kunstmest.

Daarnaast zijn nog zo’n vijftig landen in de rest van de wereld voor minstens 30 procent afhankelijk van de import van meststof uit Rusland.

Import van tarwe

Egypte en Turkije zijn dan weer landen die erg worden getroffen omdat ze sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde tarwe en maïs van de Europese landen in oorlog, net als van enkele Afrikaanse landen zoals Congo, Eritrea, Madagaskar, Namibië, Somalië en Tanzania.

Met betrekking tot de hogere voedselprijzen zijn er naties als Libanon waar de prijsstijging al meer dan 300 procent bedraagt. Maar ook meer ontwikkelde landen voelen de impact van het conflict, neem bijvoorbeeld Duitsland, waar de prijzen met 12 procent zijn gestegen, en het Verenigd Koninkrijk waar ze met meer dan 6 procent naar boven gingen.

Open handel

Een vermindering van de voedselproductie kan ook snel leiden tot een afname van de kwaliteit van voeding, wat dan weer kan leiden tot een toename van de obesitasepidemie die ondertussen al meer dan zeshonderd miljoen mensen treft, terwijl meer dan twee miljard mensen overgewicht hebben, wat het risico verhoogt op hart- en vaatziekten en diabetes.

,,We moeten garanderen dat het mondiale systeem van handel open blijft en dat de export van landbouwproducten niet verhinderd wordt door restricties of belastingen”, heeft FAO-directeur, Qu Dongyu, gezegd.

Volgens Qu is het noodzaak om de investeringen te verhogen in landen die aangetast worden door de stijging van de voedselprijzen. We moeten alles op alles zetten om verspilling tegen te gaan en we dienen efficiënter om te springen met water en meststoffen.

Verder is het ook nodig om sociale en technologische innovatie te bevorderen die de marktverstoringen in de landbouwsector aanzienlijk kunnen verminderen, en de sociale bescherming en steun voor de landbouwers die het meest door deze crisis worden getroffen, zullen verbeteren.

De hoofdeconoom van de FAO, Máximo Torero, herinnerde recent ook nog aan het voorstel van onze organisatie om de Food Imports Financing Facility te creëren, een mondiaal instrument met een waarde van 9 miljard dollar dat de volle 100 procent van de voedselkosten voor de zwaarst getroffen landen in 2022 kan dekken.

Mario Lubetkin is onderdirecteur-generaal bij de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO).

Nieuws

menu