‘Groene diaken’ Peter Wesstein: De consument bepaalt het tempo van groene verandering

Het is niet makkelijk om mensen mee te krijgen in een duurzame omslag, merkt ‘groene diaken’ Peter Wesstein: „Je moet voorzichtig opereren en vooral mensen niet vermoeien met negatieve verhalen.”

Peter Wesstein woont in het Westland tussen de kassen.

Peter Wesstein woont in het Westland tussen de kassen. Foto: Phil Nijhuis

Peter Wesstein (62) woont midden in het Westland, vanuit zijn huis tussen Honselersdijk en Naaldwijk kijkt hij uit op kassen vol met bloemen. Het is de omgeving waarin hij opgroeide: „Mijn opa en mijn vader teelden hier groente. Dat vond ik mooi, maar het was geen vetpot. De bedrijven waren klein en armoedig. Ik maakte de overstap naar bloemen en ging grootschaliger werken: op een gegeven moment had ik drie hectare fresia’s, met vijftien man in dienst. Ik kon daarvan bestaan, maar er zat geen vooruitgang in: ik betaalde te veel geld aan bestrijdingsmiddelen en aan gas om de kassen te verwarmen.”

Hij had energierekeningen tussen de 10.000 en 15.000 euro per maand. „Steeds vaker dacht ik: wat ben ik nou aan het doen? Ik verbruikte zóveel gas, en dat alleen maar voor een beetje sierwaarde: die bloemen lagen een paar weken later al weer op de vuilhoop. Het ging me tegenstaan, ik denk dat ik diep van binnen toch meer een groentekweker ben.”

Zeven aardbollen naast elkaar

Hij was lid van de Protestantse Gemeente te Honselersdijk, waar de dominee ’s zondags met passie preekte over het milieu en over duurzaamheid. „Ik herinner me dat hij zeven aardbollen naast elkaar zette, en zei dat we zoveel aardes nodig hebben als we op dezelfde wijze doorgaan met onze levensstijl.”

Lees ook: Nestelen tussen plant en dier: de mens is onderdeel van de Schepping en niet de kroon op

Toen een buurman zijn bedrijf op enig moment wilde overnemen, verkocht Wesstein het met plezier. „Ik kocht een vrijstaand huis, verderop in het Westland. Dat was in 2004. In 2007 werd Urgenda opgericht. Ik volgde dat met veel interesse en stortte me volledig op duurzaamheid. Ik had wel wat geld door de verkoop van het bedrijf, daarnaast kon je toen heel goedkoop geld lenen voor duurzame investeringen. Zo legde ik zonnepanelen op het dak en liet ik dubbelglas in het huis aanbrengen. Toen ik zag hoe dat rendeerde, ben ik er steeds meer in gaan investeren: ik isoleerde het huis en nam steeds meer zonnepanelen.”

Ik was in Honselersdijk gewend dat er in woord en gebed aandacht was voor het thema, maar in Naaldwijk werd er nooit over gesproken

In die periode wisselde hij van kerk en stapte hij over naar de Protestantse Gemeente Naaldwijk. „Daar leefde duurzaamheid helemaal niet, dat was echt opvallend. Ik was in Honselersdijk gewend dat er in woord en gebed aandacht was voor het thema, maar in Naaldwijk werd er nooit over gesproken.”

Duurzame diaken

Na een oproep om ideeën voor de gemeente in te dienen droeg hij het thema duurzaamheid aan. Een van de predikanten reageerde blij verrast: „Hij zei dat hij het ook wel een belangrijk thema vindt, maar het niet durfde aan te snijden, omdat het allemaal tuinders in de gemeente zijn. Naar gasgebruik werd eigenlijk niet gekeken: het ging vooral om geld verdienen.”

Het fijne aan de GroeneKerkenbeweging vind ik dat niet alles tegelijkertijd hoeft. Zo kun je de gemeente langzaamaan meenemen

In zijn nieuwe gemeente werd Wesstein in 2015 benoemd tot diaken met als speciale opdracht duurzaamheid - hij was de eerste duurzame diaken binnen de Protestantse Kerk in Nederland. „Al gauw hadden we een werkgroepje opgericht. We wilden een Groene Kerk worden. Het fijne aan de GroeneKerkenbeweging vind ik dat niet alles tegelijkertijd hoeft. Zo kun je de gemeente langzaamaan meenemen. En het moet leuk zijn, zonder opgeheven vingertje.”

Koster op zijn achterste benen

Hoe gevoelig het onderwerp kan zijn, merkte hij als voorzitter van de werkgroep. „We hebben een grote keuken in de kerk, die ook door andere organisaties zoals de Voedselbank wordt gebruikt. Wij hoorden dat het afval daar slecht gescheiden wordt. Dan moet je in gesprek met de vrijwilligers en met de koster. Maar dat komt heel precies. Iemand uit onze werkgroep deed dat te direct, en toen stond de koster op zijn achterste benen en waren de vrijwilligers op de tenen getrapt. Ik heb zelf wel goed contact met de koster, en het is nu weer hersteld, maar het kan zomaar fout lopen.”

Je moet geen negatieve verhalen vertellen, daar heeft niemand zin in. Met een interactieve quiz kun je al veel bereiken

Wesstein probeert het onderwerp vooral leuk te maken voor de gemeenteleden. „Je moet geen negatieve verhalen vertellen, daar heeft niemand zin in. Met een speciale kerkdienst met een interactieve quiz kun je al veel bereiken.”

Lees ook: Almatine Leene: Het is tof om als Theoloog des vaderlands mensen aan het denken te zetten

Ook door de ondernemers in de gemeente wordt het onderwerp steeds serieuzer genomen, merkt Wesstein. In de glastuinbouw ziet hij inmiddels een omslag. „De consument heeft daar veel meer invloed op dan de meeste mensen denken. Intratuin bijvoorbeeld eist van de telers dat ze bepaalde bestrijdingsmiddelen die wel legaal zijn niet meer gebruiken. En de Lidl wil dat potjes waar planten inzitten gemaakt zijn van gerecycled afvalplastic. Het kan allemaal wel en als het grootschalig gebeurt kost het ook niet heel veel. Ik zie het nu ook doorbreken in bijvoorbeeld de auto-industrie: daar wordt niet meer geadverteerd met leer, maar met vegan leather, dat is gerecycled plastic.”

Vertrouwen

Wesstein had lang het gevoel dat juist in christelijke gemeenschappen duurzaamheid een lastig thema is. „Voor mij is het christelijk om goed met de aarde om te gaan, dat heb ik uit mijn opvoeding meegekregen. Maar ik begrijp ook wel dat veel kwekers, landbouwers en andere boeren het moeilijk hebben met een duurzame omslag. Die werken keihard om het hoofd boven water te houden. Veranderingen kosten dan geld en tijd, en dat is er niet altijd.”

Toen hij het besluit nam zijn bedrijf te verkopen keken veel bekenden, vrienden en familieleden hem raar aan. Inmiddels is het meer geaccepteerd om te stoppen.

Ik heb nu een drukkerij die de gerecyclede potjes voor het perkgoed bedrukt. Dus ik ben nog steeds betrokken bij de glas- tuinbouwsector

„In het Westland waren vroeger wel zesduizend bedrijfjes, nu zijn er nog zo’n zeshonderd, waarvan een klein aantal heel groot is. Daar gaan gigantische bedragen in om, een bedrijf dat hier in de buurt is gebouwd kostte dertig miljoen euro. Die grote bedrijven hebben wel het geld en de mogelijkheden om duurzamer te werken. Dat is soms beter dan koste wat het kost blijven bestaan: dat wordt een armlastige zaak. Je bedrijf stopzetten is onzeker, maar je moet er op vertrouwen dat er wel weer iets komt.”

Lees ook: Provincie Fryslân moet internationele voorloper worden bij duurzamere landbouw

Met zijn ervaringen wil hij mensen die voor die keuze van stoppen staan ondersteunen. ,,Ik heb nu een drukkerij die de gerecyclede potjes voor het perkgoed bedrukt. Dus ik ben nog steeds betrokken bij de glas- tuinbouwsector.”