‘Vredesapostel’ Hilbrandt Boschma (1869-1954) uit Tzum was een vroege strijder tegen racisme

Als oorlog ver weg lijkt, is de stem van een vredesapostel inspirerend. Hilbrandt Boschma (1869-1954) bereikte zo een breed publiek met zijn vredesboodschap. Deze in Fryslân opgegroeide onderwijzer en schrijver staat centraal in een studie van Aad Schravesande.

Aad Schravesande: „Boschma voelde een innige band met de figuur Jezus. Je merkt bij hem iets van ‘niet de leer, maar de Heer’.”

Aad Schravesande: „Boschma voelde een innige band met de figuur Jezus. Je merkt bij hem iets van ‘niet de leer, maar de Heer’.” Foto: Jean-Pierre Jans

Het is een vergeten naam, Hilbrandt Boschma. Maar als je een paar stappen zet in zijn leven en werk, begint het je te duizelen. In zijn tijd was hij een BN’er, een tegendraads figuur, actief in kerk en samenleving. Een eindeloze reeks teksten produceerde hij, in krant en brochure, boek en brief. Hij schreef een catechisatieboekje dat decennialang populair bleef, veroorzaakte deining met een antimilitaristisch pamflet en zijn commentaar op actuele kwesties werd tot in de Tweede Kamer geciteerd. In de Gelderse Achterhoek leerde men Boschma kennen als voorganger van een hervormde ‘evangelisatie’, zoals men destijds een orthodoxe minderheid in een vrijzinnige kerkgemeente aanduidde.

Aad Schravesande (1944) raakte geboeid door deze Boschma, over wie nooit een fatsoenlijk boek was verschenen. Het resultaat is de biografische studie Hilbrandt Boschma (1869-1954), Nederlands-hervormd, waarop Schravesande onlangs promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Helaas is deze studie - een biografie - niet in boekvorm verschenen. Maar het promotieonderzoek is wel te downloaden van de website van de UVA, zodat je het kunt lezen achter je pc.

Politiek en geloof

Was er een specifieke karaktertrek of overtuiging van Boschma die Schravesande ertoe bracht om jarenlang diens leven en werk te bestuderen? „De verhouding tussen geloof en politiek boeide mij, altijd al”, vertelt hij. „Dit thema is natuurlijk ruimschoots aanwezig bij Boschma. Als publicist was hij dagelijks bezig met politiek en geloof. Op een heel interessante manier, vind ik. Hij nam geen blad voor de mond, kon consequent doordenken en had een trefzekere pen. Tijdens mijn onderzoek heb ik echt genoten van bijvoorbeeld de ingezonden stukken die hij publiceerde in kranten en tijdschriften. Maar zijn inzet was vaak ernstig: de betekenis van het christelijk geloof in een wereld vol onrecht en oorlogsgeweld.”

Lees ook: Leden blijven hun plaatselijke Protestantse Kerk financieel trouw ondanks de coronacrisis

Boschma groeide op in de Friese Greidhoeke, in Tzum. „Hij voelde zich sterk verbonden met de plaatselijke hervormde kerk”, weet Schravesande. „Zelf typeerde hij het kerkelijke klimaat in Tzum als milde orthodoxie. Hij voelde een innige band met de figuur Jezus. Je merkt bij hem iets van ‘niet de leer, maar de Heer’. God was een liefhebbende Vader die in de levensbehoeften voorzag. Dat heette toen ‘voorzienigheid’, een vergeten begrip. Duidelijk is wel dat het kerkvolk niets moest hebben van het opkomende modernisme in de Nederlandse Hervormde Kerk. Boschma kreeg als kind de ‘modernen’ als boemannen voorgehouden. Boschma’s vader, een boerenarbeider in Tzum, ging met de Doleantie mee: hij werd gereformeerd. Maar van calvinistische dogmatiek heb ik in Boschma’s jeugd, en ook in dit deel van Fryslân, niets aangetroffen.”

Hij nam geen blad voor de mond, kon consequent doordenken en had een trefzekere pen. Tijdens mijn onderzoek heb ik echt genoten van bijvoorbeeld de ingezonden stukken

Boschma publiceerde artikelen, brochures en boeken. Veel daarvan komt aan de orde in Schravesandes studie, bijvoorbeeld het boek Blank en bruin: een jeugdroman uit 1902. Zo’n titel maakt ons vandaag meteen een beetje onrustig, want is die titel niet racistisch? Opmerkelijk: het was juist een antiracisme-roman, een uitdrukking van Boschma’s vooruitstrevende ideeën op dit terrein.

Schravesande: „De roman Blank en bruin speelt aan het einde van de negentiende eeuw. Toentertijd sprak men over ‘ethische’ koloniale politiek. Moederland Nederland voelde een ‘zedelijke roeping’ tegenover de bevolking in de koloniën. Nederland wilde het belang van de inheemse bevolking vooropstellen, dus de ‘inlanders’ opvoeden tot zelfbestuur naar westers model. Maar dan moest eerst de hele Indonesische archipel onder Nederlands gezag komen. Vandaar de bloedige krijgstochten met plunderingen en verwoestingen op het eiland Lombok in 1894. Een broer van Boschma had daar het Lombokkruis verworven, een militaire onderscheiding. In een spannend hoofdstuk in Blank en bruin vertelt Boschma hoe Nederlandse wapens orde en rust op het eiland brachten.”

Spiegel

Blank en bruin was eigenlijk een ‘zendingsboek’, legt Schravesande uit - maar dan wel in omgekeerde richting. „Boschma liet in zijn verhaal Indonesiërs naar Nederland komen om christelijke beschaving te brengen, verrassend genoeg. Hij hield zijn lezers een spiegel voor. Maar als wij vandaag zijn roman lezen, zien we ook een andere kant. Als kind van zijn tijd schreef Bosch-ma onbevangen over mensenrassen en hun vermeende verschillen. De hoofdpersoon, een Indo, heette ‘onstuimig, driftig en neigend naar zingenot’. Er bruiste ‘gemengd bloed’ door zijn aderen, terwijl zijn ‘fijn besneden gelaat’ en zijn hoge voorhoofd het Europese aandeel in zijn bloed liet zien. Vooroordelen te over. Niettemin: blank staat in deze roman voor slecht, bruin voor goed. Wat Boschma wilde bestrijden was het superioriteitsgevoel van de blanken. Maar hoe goed bedoeld ook, de feitelijke koloniale verhoudingen werden genegeerd.”

Lees ook: Bij christelijk onderwijs gaat het volgens hoogleraar David I. Smith om de grondhouding

Sinds zijn spraakmakende boekje Oorlog en christendom (1914) gold Boschma als ‘geestelijk vader’ van het Nederlandse christen-antimilitarisme, valt in Schravesandes studie te lezen. Later zou hij met Willem Banning behoren tot de eerste hervormden die zich publiekelijk tegen antisemitisme en nazisme keerden. Een onafhankelijke, kritische geest dus, deze Boschma. Maar toen hij in 1885, op zijn zestiende, beroepsmilitair werd, was hij nog lang geen pacifist. Hij zou tien jaar in dienst van de krijgsmacht blijven, bescheiden opklimmend naar de rang van sergeant.

Onvermoeibaar zou Boschma gedurende de oorlogsjaren protesteren tegen de vernuftige redenaties van de christenen van zijn tijd om de oorlog te rechtvaardigen

„Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd hij met een schok wakker”, licht Schravensande toe. „Christenen in heel Europa waren bezig medechristenen te doden! Voor Boschma kon het christelijk geloof niets anders zijn dan concrete navolging van Jezus Christus. Hij kon zich niet voorstellen dat Jezus een oorlog, aanval of verdediging, zou goedkeuren. Onvermoeibaar zou Boschma gedurende de oorlogsjaren en daarna in allerlei geschriften protesteren tegen de vernuftige redenaties van de christenen van zijn tijd, orthodox of vrijzinnig, om de oorlog te rechtvaardigen.”

Antimilitarisme van onderop

Een georganiseerde vredesbeweging was er al sinds 1815, vooral in de Angelsaksische landen. In Nederland stichtte Ferdinand Domela Nieuwenhuis in 1870 een ‘vredebond’ uit protest tegen de Frans-Duitse oorlog. Gaandeweg werd het begrip pacifisme gangbaar: het vredesstreven, vooral vanuit de Europese adel en burgerij. In 1904 ontstond in Nederland de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging.

Dit antimilitarisme was een beweging van onderop. Daarbinnen liet Boschma in 1914, met Oorlog en christendom, een min of meer nieuw geluid horen, stelt Schravesande. „Hij kwam niet met een politiek programma om tot vrede te komen. Als het christelijk geloof iets voorstelde, vond hij, dan moest er een oplossing van christenen komen. Jezus had de weg gewezen: de weg van het kruis, van het offer, van weerloos lijden. Dat kon men van de grote massa niet verwachten, evenmin van de soldaten of de politici. Wel van een vastberaden voorhoede van christenen.”

Toen in 1914 zijn Oorlog en christendom verscheen, ontving hij meer dan duizend brieven en kaarten met instemming. Veel van zijn werk moest worden herdrukt

Theologisch valt Boschma in verband te brengen met de zogenoemde ‘ethische richting’ in kerk en theologie. Die paste bij hem, vindt Schravesande. „Het typische van de ‘ethische richting’ was dat het niet om een precies af te bakenen geloofsleer ging, maar om een verantwoorde levenshouding. Voor Boschma was dat een vreedzame houding, vanuit de navolging van Jezus. Dit kenmerkte ook zijn preken, die hij vanaf 1905 hield als voorganger in Ruurlo. Opmerkelijk was daarbij zijn inzet voor de catechese. Een vrucht daarvan is het leerboekje Mijn belijdenis uit 1906. Toen in 1922 een enquête werd gehouden onder alle hervormde predikanten, kwam dit boekje uit de bus als een van de meest gebruikte. In 1949 verscheen nog de dertiende druk.”

Lees ook: Mijn Bijbelvers: Jaap Bruintjes en de opdracht uit Ruth van trouw zijn aan de ander

Over waardering voor zijn publicaties had Boschma niet te klagen, vindt Schravesande. „Toen in 1914 zijn Oorlog en christendom verscheen, ontving hij meer dan duizend brieven en kaarten met instemming. Veel van zijn werk moest worden herdrukt. In bladen van allerlei gezindten verschenen recensies. In de Tweede Kamer werd hij geregeld geciteerd, hij werd voortdurend uitgenodigd voor spreekbeurten, door het hele land.”

Boschma is en blijft een uiterst boeiende persoonlijkheid, vindt Schravesande, ook na hem jarenlang bestudeerd te hebben. „Hij is niet altijd gemakkelijk te doorgronden, maar daardoor bleef hij mij boeien. Als gecompliceerd mens was hij het beste wat ik mij als biograaf kon wensen.”

Hilbrandt Boschma (1869-1954), Nederlands-hervormd. Aad Schravesande. Proefschrift, te downloaden op dare.uva.nl

Nieuws

menu