Achtergrond: Bid- en dankdag: stilstaan in liturgie bij wat goed gaat en ook bij wat niet lukt

Waar vinden we de oorsprong van de Bid- en dankdag voor gewas en arbeid? Kerkelijke tradities en contexten geven er op verschillende wijze invulling aan, zo blijkt.

Graag een foto van het bewerkte land bij een verhaal rond Biddag voor gewas en arbeid. Foto gemaakt bij Ternaard.

Graag een foto van het bewerkte land bij een verhaal rond Biddag voor gewas en arbeid. Foto gemaakt bij Ternaard. Foto: Marcel van Kammen

Bid- en dankdag voor gewas en arbeid. De eerste vindt plaats op de tweede woensdag van maart. De andere op de eerste woensdag van november. De mate van bekend zijn met deze dagen hangt af van de kerkelijke traditie waarin men is opgegroeid en of men in een stedelijke of plattelandsomgeving woont.

In confessionele kerkelijke gemeenten zijn deze dagen vast verankerd in het kerkelijk jaar en zijn de kerken tijdens de diensten op deze dagen goed gevuld, zo ook de collectezakken. Op het platteland waar nog relatief veel mensen in de agrarische sector werkzaam zijn, zullen zelfs niet kerkelijk betrokken mensen deze dagen kennen. Naar de diensten komen soms mensen die nauwelijks meer naar de zondagse kerkdienst gaan. Het bijwonen van deze dienst kan gezien worden als een niet voorbij willen gaan aan het geloof dat groei en ontwikkeling van oogst en werk niet alleen maar in onze eigen menselijke macht ligt.

Barre omstandigheden

Je zou kunnen zeggen dat Bid- en dankdag zijn ontstaan vanwege de druk van de omstandigheden van het jaar. Maart is de tijd van het zaaien. Wanneer de lente intreedt staan de boeren te springen om het land te bewerken. November is de tijd van het oogsten.

Deze druk is natuurlijk van alle tijden. Ook in de Bijbel wordt er over verteld, hoe natuurlijke, maar ook onverwacht barre omstandigheden uitnodigen tot speciale bijeenkomsten. We zien dat reeds bij het volk Israël in het Eerste Testament. Naast de geregelde eredienst in de tempel was er sprake van speciale vastendagen, wanneer nijpende situaties daar aanleiding toe gaven. Er was bijvoorbeeld vijandelijke overheersing, droogte en hongersnood.

Deze omstandigheden vroegen om bijzondere samenkomsten waarop het volk zich door bepaalde handelingen voorbereidde. Men onthield zich onder andere van voedsel en van uitingen van vreugde. Men legde zijn kleding af of scheurde die, deed een rouwgewaad om en bracht as op het voorhoofd aan. Het waren tekenen van schuldbelijdenis en boetedoening. De bedoeling was om de nederigheid van de mens ten opzichte van God kenbaar te maken en Gods toorn - die ervaren werd in en door de barre omstandigheden - af te wenden.

Op de Bid- en dankdag waren alle herbergen gesloten, feesten en partijen waren verboden alsmede alle openbare arbeid

De behoefte om buitengewone boete- en bededagen te houden in tijden van nood en gevaar bleef in de tijd van de vroege kerk. De bedoeling daarvan was ‘den toorn Gods af te bidden of Zijne bescherming en gunst te verwerven’. Wanneer het gevaar daadwerkelijk geweken was, moest er natuurlijk ook gedankt worden. Zo ontstonden de dankdiensten. Het uitschrijven van bede- en dankdagen werd in de loop van de eeuwen overgenomen door de overheden. Het kerkelijk karakter van deze dagen bleef wel gewaarborgd. Kerk en staat waren gezamenlijk overtuigd van de waarde van deze dagen.

In de zeventiende eeuw zien we de vaste jaarlijkse bid- en dankdag, naast de bijzondere, verschijnen. Deze van overheidswege vastgestelde dag werd door middel van een ‘biddagsbrief’ voorbereid. Die brief werd zondags voorgelezen in de kerk. Op die dag waren alle herbergen gesloten, feesten en partijen waren verboden alsmede alle openbare arbeid. Er werd twee keer gepreekt en velen onthielden zich van spijs en drank. Er werd ook rijkelijk geofferd in de collecte. In Amsterdam werd op een enkele bededag gemiddeld zo’n 28.000 gulden bijeengebracht. De datum van deze dag was wisselend, maar viel wel vaak in februari of maart.

Danken

De Biddag voor gewas en arbeid zoals die nu nog bestaat op de tweede woensdag van maart stamt van de Overijsselse biddag. In 1658 werd door de ridderschap en door de steden van Overijssel, op verzoek van de kerken besloten om ieder jaar een dag af te zonderen, een biddag ‘tot afwering van Gods plagen en het verkrijgen van een gezegende zomer’. Daarná zou in het najaar een dag bestemd worden om te danken voor ‘de veelvoudige verkregen zegeningen en weldaden’.

Deze dagen verankerden zich in de negentiende en twintigste eeuw breed in het kerkelijk leven van Nederland. Biddagen komen in meerdere landen voor, meestal niet volgens de kalender maar als er iets ernstigs gebeurd is zoals een nationale ramp. In Zuid-Afrika bestaat er een speciale dankdag en in de Verenigde Staten kent men de zogeheten Thanksgivings Day, dit jaar op 26 november.

In de tweede deel van de twintigste eeuw raakte de aandacht voor en betrokkenheid bij de bid- en dankdag in ons land flink in het slop. Een verbreding van de naamgeving, Bid- en dankdag voor gewas én arbeid, kon verdere afkalving niet voorkomen. Sinds 1983 bestond er in de Rooms-Katholieke Kerk al de Zondag van de Arbeid. De noodzaak om maatschappelijke thema’s van de agrarische en veeteeltsector, alsmede die rond arbeid, inkomen en zorg in een kerkdienst op een aparte dag aan de orde te stellen, werd steeds minder breed gedragen.

Wees goed voor deze aarde, het dier, de boom, de plant, want alles heeft zijn waarde, is schepping uit Gods hand

Het landelijk bureau Dienst in de Industriële Samenleving (DISK) gaf sinds 1983 themabrochures uit met materiaal ter inspiratie voor de diensten op deze dagen. Sinds de opheffing van DISK in 2014 wordt dit materiaal jaarlijks als brochure onder de vlag van de Raad van Kerken uitgegeven. Sinds ik predikant ben in een agrarische omgeving waar Bid- en dankdag niet weg te denken zijn in de kalender van het kerkelijk jaar, juich ik speciaal op deze dagen gespitst materiaal van harte toe.

In mijn eerste gemeente, de Lutherse Gemeente Amsterdam Zuidoost, leefde Bid- en dankdag helemaal niet. Wel bestemden we een zondag in het najaar altijd als oogstzondag. Dat waren de meeste leden, die bijna allemaal van Surinaamse afkomst waren, van hun thuisland gewend, al is het oogsten in Suriname veel minder seizoensafhankelijk dan in Europa. In Suriname oogst je het hele jaar door. Het is zo’n vruchtbaar land, dat zelfs een wandelstok die je in de bodem steekt gaat groeien, werd mij vaak verteld.

De oogstzondag had vooral een diaconale betekenis. Er werden fruitpakketten samengesteld voor mensen die zo’n pakket en vooral de ermee gepaarde gaande aandacht goed konden gebruiken. De pakketten werden rijkelijk gevuld en stonden tijdens de dienst op het liturgisch centrum te pronken. Het is een beeld dat vast herkenning oproept aan kerkdiensten op dankdag waarin dat ook vaak gebeurt: het in de kerk uitstallen van de oogst.

Lees ook: ‘Natúúrlijk’ vieren we vandaag Dankdag

In mijn tweede gemeente in Wageningen waren de dank- en biddag samengevoegd tot een scheppingszondag in het najaar. In de kerkelijke gemeente in een stad met een van oorsprong landbouwuniversiteit die is uitgegroeid tot Wageningen University Research (WUR), konden we natuurlijk niet om de pijlers van deze universiteit heen: milieu- en duurzaamheidsthema’s. Er was een speciale werkgroep Kerk en milieu wiens motto was dat voor de kerken de aarde niets minder is dan de schepping.

‘Hoe mag, hoe moet je daar als mens mee omgaan’ was een vraag waarop in de dienst op scheppingszondag invulling werd gegeven. Een lied van Hans Bouma werd daarin altijd gezongen: ‘Wees goed voor deze aarde.’

Wees goed voor deze aarde, het dier, de boom, de plant, want alles heeft zijn waarde, is schepping uit Gods hand.

Wees goed voor al het leven, het heeft zijn eigen recht, de Heer gaf het zijn zegen. Hij is eraan gehecht.

Sinds ruim negen jaar ben ik predikant in de de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel. Hier ben ik al in heel wat diensten op Bid- en dankdag voorgegaan. Ik doe dat graag omdat ik zie hoezeer de traditie van deze dagen hier leeft. Dat we gezamenlijk belijden dat we de opbrengst van het land, het rendement van de eigen (boeren)onderneming en ons arbeidzame leven niet alleen maar in eigen hand hebben, maar ook uit Gods handen ontvangen en in Gods hand leggen.

Dat we gezamenlijk onze dankbaarheid uiten voor wat goed gaat, gelukt is, geslaagd, maar vooral ook onze zorgen wanneer het moeizaam verloopt en zelfs dramatisch. En dat laatste is niet zelden voorgekomen de afgelopen jaren in menig boerenbedrijf met de steeds wisselende wet- en regelgeving, de onvoorspelbare prijzen voor de melk en het gedwongen moeten verkopen van koeien vanwege dreigend mestoverschot.

En wat te denken van de stijgende werkloosheid en de moeite om hier niet al te ver van huis vandaan weer aan het werk te komen? Ik heb me niet eerder zo sterk gerealiseerd hoezeer werk zin geeft aan het leven van mensen, hun identiteit bepaalt. In de dienst op Bid- en dankdag probeer ik die zin te benoemen en het verdriet om het gemis of het mislopen van werk. Tegelijk stel ik daarin de prangende vraag of er nog meer is dan werk dat ons bezielt.

Balk

Ik ga zelf zondag in de Protestantse Gemeente Balk voor. Deze gemeente heeft - zoals veel protestantse gemeenten - de diensten op de dank- en biddagen door de week zelf afgeschaft en besteedt er dan in de diensten de zondag erop aandacht aan. Mijn collega Stephan de Jong gaat vanavond voor in de dankstond in onze eigen gemeente, in Nijemirdum.

Helaas kunnen maar maximaal dertig mensen deze dienst meemaken. Ik weet hoe dat voor sommigen hier een gemis zal zijn, met name voor de boeren die juist op Bid- en dankdag hun zonen en dochters naar deze dienst meenemen. Ze vinden het heel belangrijk dat deze traditie doorgeven wordt: van generatie op generatie. Dat laat ook zien hoe verschillend Bid- en dankdag wordt beleefd. In dorpen en steden die soms maar een paar kilometer van elkaar verwijderd zijn.

De thema’s van de agrarische sector, alsmede die rond arbeid, inkomen en zorg zijn natuurlijk thema’s die niet alleen op dagen als de Bid- en dankdag aan bod dienen te komen. Maar het is mijn ervaring dat die bepaling op deze dagen wel degelijk zin heeft. Ze krijgen zo geen plek in de marge van de liturgie, maar bepalen de liturgie.

Maartje Wildeman (45) is predikant in de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel

Nieuws

menu