Anna Maria van Schurman: veeltalig, geleerd, kunstzinnig en vroom

Wie was Anna Maria van Schurman (1607-1678) en wat is haar betekenis geweest? Dr. Pieta van Beek (Rotterdam, 1958) is al vanaf 1986 bezig met het ontsluiten van het werk van de geleerde, vrome en polyglotte Van Schurman, die in Wiuwert overleed. Deel 1 van een tweeluik.

0

0 Foto: Wikipedia/ National Gallery London

Anna Maria van Schurman werd in het katholieke Keulen in 1607 geboren. Ze woonde er samen met haar familie, totdat de brandstapels begonnen te roken en ze in 1610 naar het familiekasteel in Dreiborn vluchtten. Veel van de vroegere glorie van het familiekasteel is vergaan, maar nog altijd kan men het ijzeren vaantje met het Von Harf-wapen vanaf de weg net buiten Dreiborn zien draaien in de wind.

Het kasteel bood enkele jaren een veilig toevluchtsoord. Van Schurman ging er niet naar school, maar kreeg net als haar broers thuisonderwijs. Op haar derde kon ze al lezen en een deel van de Heidelbergse Catechismus opzeggen.

Haar leven werd gestempeld door pieta s, een van oorsprong klassiek begrip dat behalve plichtsgevoel, liefde voor God en de naaste, toewijding, eerbied, vaderlandsliefde ook vroomheid omvatte. P ietas wordt in de christelijke traditie gebruikt om de dagelijkse innige levenswijze van christenen aan te duiden en wordt vaak vertaald door ‘vroomheid’. Maar de klassieke betekenis blijft in de vroomheidszin van Anna Maria van Schurman doorklinken.

Vanaf circa 1615 woonde Anna Maria van Schurman in Utrecht, en daar zou ze tot 1669 wonen, met enkele ‘uitstapjes’ naar Den Haag en omgeving, Franeker, Keulen en Lexmond. Vanaf oktober 1669 tot aan haar dood in 1678 woonde ze als labadiste in Amsterdam, Herford, Altona en ten slotte in Wiuwert. Daar overleed ze in mei 1678, op Walta State.

Levensspreuk

Een boek dat diepe indruk op haar maakte was het Martelarenboek , dat ze rond haar elfde jaar las. Ze wilde sindsdien niets liever dan als martelaar sterven. Die wens ging niet helemaal in vervulling, maar wel beloofde ze haar vader op zijn sterfbed in 1623 dat ze nooit zou trouwen.

Ze koos daarbij een levensspreuk uit het werk van martelaar Ignatius van Antiochië (35/50 -110/117), Ὁ ἐμός ἔρως ἐσταύρωται , mijn liefde is gekruisigd. Vaak zette ze dat symbolon dat zowel op de gekruisigde Jezus als op haar gekruisigde levensliefde slaat, naast haar handtekening.

Dat zien we ook in haar manuscript Over God dat met haar naam en levensspreuk begint. Naar het credo van Lucretius (‘zoals bijen van alles proeven in bloemrijke weiden, zo plukken wij elke gouden uitspraak’) had ze het net wijd uitgegooid en uitspraken over God verzameld van Griekse en Romeinse wijsgeren, van een inscriptieschrijver in een Egyptische tempel, Nieuwtestamentische schrijvers, kerkvaders en geschiedschrijvers.

Nu was niet alleen het celibaat deel van dat martelaarschap (Van Schurman gaf haar seksualiteit, huwelijk en toekomstig moederschap op), ook de schuine grappen over haar maagdelijkheid die ze haar leven lang moest verduren van vrome mannen als Caspar Barlaeus, Jacobus Crucius en Constantijn Huygens vielen daar onder. Zelfs de ongekende laster die ze over zich heen kreeg na haar overgang naar de labadistische huiskerk droeg ze als ‘smaadheid om Christus wil’. De aansluiting bij de labadisten, die de eerste christengemeente uit Handelingen 2 navolgden, bracht haar trouwens tot de ‘pieuse (vrome) werken’ als de verkoop van haar huis, bibliotheek (gedeeltelijk), geld en landerijen.

De kunsten

Anna Maria van Schurman wijdde zich van jongs af aan de kunsten. Zo leerde ze al vroeg borduren, knippen en tekenen, later ging ze kalligraferen, houtsnijden, graveren in koper en op glas, schilderen en in was boetseren. Haar werk werd gespaard en bewaard. Zie bijvoorbeeld het zelfportret dat het Rijksmuseum in Amsterdam onlangs verwierf uit de privéverzameling van de familie Van der Kellen en dat we onder de microscoop mochten bewonderen:

Maar ze wijdde zich vooral aan de weetlust. Haar vader gaf Latijn aan beide zonen, maar dochter Anna Maria van Schurman moest genoegen nemen met Frans. Latijn was de poort naar de wetenschap en naar de topbanen in de maatschappij. Meisjes en vrouwen hadden dat niet nodig, omdat het huishouden en gezin hun eerste en belangrijkste plicht waren. Bovendien zouden zij door die soms losbandige klassieke verhalen op verkeerde gedachten gebracht worden. Voor (jonge)mannen gold dat niet.

Maar haar vader ging overstag toen hij haar hoorde antwoorden op een moeilijke vraag in het Latijn die hij aan zijn zonen stelde. Hij gaf haar meteen de ‘heidense’ Seneca, maar met de Heilige Schrift in het Latijn als tegengif. Ze leerde toen zo goed Latijn - en later ook Grieks-, dat vele Nederlandse geleerden lofgedichten op haar schreven, zoals bijvoorbeeld Jacobus Revius die haar vergeleek met een heldere en gladde diamant. Net als die diamant alle edelstenen overtreft, zo verheft haar intellect en geest zich boven anderen.

Kritische doorlichting

Op de website www.annamariavanschurman.org is een afdeling met boeken en manuscripten van Anna Maria van Schurman zelf, een afdeling met publicaties en lezingen van Pieta van Dijk, en een afdeling van andere schrijvers over Van Schurman door de eeuwen heen.

Binnenkort hoopt Van Beek meer te digitaliseren. ,,Ook zal er een kritische doorlichting van hedendaagse publicaties en filmpjes over Van Schurman komen, omdat veel fouten steeds maar klakkeloos herhaald worden. Bijvoorbeeld dat Van Schurmaninsectendeskundige was.” Ook wordt onterecht beweerd dat Van Schurman direct contact had met Katherine Jones ‘Lady Ranelagh’ Of dat Van Schurman pas mystiek werd als labadiste.

Dit artikel verscheen eerder op de website: