Beeld van Maria Magdalena verandert altijd, blijkt uit tentoonstelling Catharijneconvent. Ze blijft zondaar én feminist

Kunstenaars laten zich al eeuwen inspireren door Maria Magdalena. Sinds de middeleeuwen is ze afgebeeld als gevallen vrouw, als feminist en als heilige.

David LaChapelle, Jesus is my homeboy Sermon, 2003.

David LaChapelle, Jesus is my homeboy Sermon, 2003. Foto: Studio LaChapelle, Los Angeles

In een grote kunsthistorische tentoonstelling die vrijdag opent presenteert Museum Catharijneconvent Maria Magdalena nu als een van de meestbesproken personen uit het Nieuwe Testament: het Vaticaan heeft de Bijbelse rol van Maria Magdalena nog in 2016 opgewaardeerd en haar gelijkgesteld aan de apostelen en in 2003 kreeg ze een bijzondere rol in De Da Vinci-code , de wereldwijde bestseller van de Amerikaan Dan Brown.

„Ze belichaamt vele thema’s, zoals vrouwelijk leiderschap, lichamelijkheid, beeldvorming en gendergelijkheid”, meent Lieke Wijnia, conservator van het museum en samensteller van de tentoonstelling. „En lang voor de feministische golven, werd er al ongenoegen uitgesproken over het feit dat Maria Magdalena onjuist werd behandeld omdat ze een vrouw was.”

Apostel en gevallen vrouw

Maria Magdalena. Kroongetuige, zondaar, feminist heet het boek dat hoort bij de tentoonstelling. Het is een veelzeggende titel. ‘Maria Magdalena wordt gezien als de vrouw die misschien wel het dichtst bij Jezus stond. Zij verkondigde zijn verrijzenis en werd daarmee apostel der apostelen. En tegelijkertijd wordt ze beschouwd als een zondaar, een gevallen vrouw, was ze een kluizenaar en een heilige. Hoe kan dat?’, vraagt Marieke van Schijndel, directeur van het museum, zich af in het voorwoord van de bundel.

Volgens conservator Wijnia zijn er weinig figuren in de Bijbel die raadselachtiger zijn dan Maria Magdalena: ‘Al twee millennia is zij onderwerp van theologische discussie en artistieke verbeeldingen.’

Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw is Maria Magdalena steeds feministischer geworden, ziet Wijnia. Maar ook haar zondige, seksuele kant blijft hardnekkig aanwezig. Wijnia noemt het oeuvre van Amerikaanse fotograaf David LaChapelle als voorbeeld: hij toont haar als onderdeel en volwaardig lid van de groep discipelen die zich om Jezus vormt, maar hij verbeeldt haar ook als een geseksualiseerde vrouw die Jezus’ voeten zalft.

‘Enerzijds worden vrouwen die hun lichaam in de strijd gooien bewonderd als krachtig en autonoom, anderzijds worden ze beschimpt en wordt er op hen neergekeken. Het is een dynamiek die nog altijd in Maria Magdalena is te herkennen’, concludeert Wijnia.

Beeldvorming

Kunstenaars laten zich altijd al inspireren door Maria Magdalena: van anonieme middeleeuwse meesters tot moderne kunstenaars als Marlene Dumas (1953) en fotograaf David LaChapelle (1963). Met bruiklenen en eigen stukken laat het museum nu zien hoe de beeldvorming rond Maria Magdalena zich door de eeuwen heen ontwikkelde. De oudste verbeelding van Maria Magdalena op de tentoonstelling is uit de late elfde eeuw, het meest recente werk werd eind 2020 geschilderd door de Nederlandse kunstenaar Helen Verhoeven (1974).

Een tentoonstelling over Maria Magdalena past helemaal in de huidige tijd, meent Wijnia. „Maria Magdalena is actueler dan ooit, in een tijd waarin vrouwen steeds vaker hun stem laten horen, hun plek op het wereldtoneel opeisen en die plek bovendien zelf willen vormgeven. In deze tijdgeest kreeg Maria Magdalena niet alleen in de Rooms-Katholieke Kerk een upgrade. Ook daarbuiten is ze bij uitstek het symbool van vrouwen wier getuigenis eerder niet werd geloofd, maar die steeds vaker serieus worden genomen. En die bovendien, ondanks alle negatieve connotaties, hun vrouwelijkheid en seksualiteit omarmen.”

‘We zien hoe Maria Magdalena tot de verbeelding blijft spreken. Hoe haar hardnekkige beeld als zondaar tegelijkertijd leidt tot haar figuur als een beeld van hoop. We komen steeds meer over haar te weten, maar ze blijft omgeven door mysterie’, concludeert museumdirecteur Van Schijndel. ‘Een definitief beeld van Maria Magdalena bestaat niet, want ook wijzelf geven haar telkens weer opnieuw vorm.’