Bij christelijk onderwijs gaat het volgens hoogleraar David I. Smith om de grondhouding

Wat kenmerkt een christelijke school? Een lijstje grondbeginselen, een gezamenlijke dagopening en eventueel een sluiting aan het einde van de lesdag? Of behelst christelijk onderwijs meer? David I. Smith pleit voor een schoolpraktijk die in alles christendom ademt.

David I. Smith streeft ernaar dat iedere docent aan een christelijke school zich door de christelijke traditie laat inspireren.

David I. Smith streeft ernaar dat iedere docent aan een christelijke school zich door de christelijke traditie laat inspireren. Foto: AFP

Al zolang er christelijke scholen zijn, wordt in dorp en stad de vraag gesteld hóe christelijke school te zijn. En in allerlei verbanden wordt getracht deze vraag te beantwoorden. Recent is het boek Geloven in lesgeven. Didactiek als christelijke praktijk van David I. Smith hierover in het Nederlands uitgegeven. De auteur wil leraren zelf een praktisch grondplan voor geïnspireerd lesgeven laten ontwerpen.

Smith begon zijn loopbaan als leraar Duits, Frans en Russisch op middelbare scholen in Engeland. Tijdens zijn leraarschap raakte hij hoe langer hoe meer betrokken op de christelijke traditie. Die werkte door in zijn lesgeven. Hij begon daarvan voorbeelden te publiceren met theoretische verdieping, waarop hij de mogelijkheid kreeg om zijn ervaringen en inzichten te doceren aan lerarenopleidingen in Amerika. Inmiddels is Smith hoogleraar onderwijskunde aan de Calvin University in Grand Rapids.

Ook in Nederland is hij bekend: hier verzorgt hij geregeld gastcolleges aan Driestar Educatief in Gouda. Zo inspireert hij een generatie reformatorische en vrijgemaakte leraren-opleiders, studenten en docenten.

Praktijkvoorbeelden

Nederlandse toehoorders van Smiths colleges herkenden verrast hun eigen situatie via zijn praktijkvoorbeelden en theorie. Jurrian Fahner, docent godsdienst en klassieke talen aan het Greijdanus College in Hardenberg, besloot daarop Smiths hoofdwerk On Christian Learning te vertalen in het Nederlands.

Smith put voor de vele voorbeelden in het boek uit zijn eigen levensverhaal. In Smiths verteltrant klinkt dat zo: ‘Toen onze kinderen op de middelbare school zaten, gingen mijn vrouw en ik naar een ontmoetingsavond met hun leraren. De eerste docent die we spraken was de docent scheikunde van onze zoon. Hij stelde zich voor, hoorde onze naam en pakte meteen zoonliefs cijferlijst.

Eén voor één las de docent alle cijfers op die onze zoon in het semester had behaald. Hij concludeerde dat hij goed had gepresteerd. Vervolgens pauzeerde hij voor vragen van onze kant. We konden echter geen ingang tot gesprek vinden. Na deze ontmoeting konden we bij de docent natuurkunde terecht. Ook hij stelde zich voor.

Bij het horen van onze naam wachtte hij even. Hij nam een heel andere invalshoek dan zijn collega scheikunde om iets over onze zoon te zeggen. Hij vertelde dat achter ons kind een leerling met leerproblemen zat. Tijdens de lessen had hij waargenomen dat onze zoon zich geregeld naar deze leerling omdraaide en, waar nodig, hem even hielp. Zonder dat dat ten koste ging van zijn eigen leren. Dat waardeerde de docent zeer. Tijdens het semester had hij verschillende keren benadrukt dat de leerlingen niet alleen op de lesstof, maar ook op elkaar moesten letten opdat niemand uit de boot viel. Om zo samen een leergemeenschap te vormen als een soort weerspiegeling van de geloofstraditie.’

Christelijke inspiratie

Smith neemt op deze christelijke school twee verschillende manieren van lesgeven waar. Die twee manieren ziet hij terug in de twee oudergesprekken. Eerst benoemt hij de overeenkomsten tussen de twee docenten: in beider grondplan zit dat ze vakkundig les willen geven opdat de leerlingen goede resultaten bereiken. Wat de zoon van Smith betreft lukt dat ook. Aangenomen mag worden dat dat ook voor de meeste andere leerlingen geldt. Maar in het grondplan van de docent natuurkunde komen vakdidactiek en christelijke inspiratie samen in één werkzaam geheel.

Smith streeft er naar dat iedere docent aan een christelijke school zich door de christelijke traditie laat inspireren. Die traditie ziet hij niet als een set, tot op de komma, strakke formuleringen aangereikt door theoretici. Smith stimuleert de werkers in de school de christelijk traditie zélf creatief te verbeelden.

Voor hulp bij die verbeelding kunnen ze bij allerlei personen uit de geloofstraditie terecht. Bij de cisterciënzer abt Bernard van Clairvaux bijvoorbeeld. Hij schreef beeldend dat je gelijk een gemeenschap rond een maaltijd je traditie kunt delen met elkaar; dat je elkaar de spijzen kunt aanreiken om je er samen door te laten voeden en er van te genieten.

En bij de theoloog Dietrich Bonhoefffer, die zijn studenten leerde dat je door God aan elkaar geschonken bent en dat verdiepend leren te allen tijde leren in gemeenschap is. Daar kom je volgens Bonhoefffer alleen achter als je individueel en samen de tijd voor meditatie neemt, waarbij mediteren je helpt om de navolging van Christus steeds weer opnieuw inhoud te geven.

En zo haalt Smith naast Clairvaux en Bonhoeffer nog vele andere personen uit de christelijke geloofstraditie aan die kunnen helpen om als individueel docent én als schoolteam door verbeelding tot een onderwijskundig grondplan voor de eigen school te komen.

Studieuze houding

Ondanks de vele voorbeelden laat Smiths praktijktheorie zich niet vlot lezen: er wordt van de lezer een studieuze houding gevraagd. In Smiths theorie zijn formuleringen van de schoolidentiteit in de vorm van grondslagen, opvoedings- en onderwijsvisies als inspiratie nog wel van belang, maar deze zijn niet meer leidend. Voor Smith ligt het wezen van de christelijke school in de schoolpraktijk.

De initiatiefnemers tot de uitgave van het boek zijn zich terdege bewust van deze omslag in het denken over schoolidentiteit en van het studieuze karakter van het boek. Ze laten daarom een vrij uitgebreide inleiding op Smiths boek voorafgaan, verzorgd door lector identiteit Bram de Muynck en Piet Murre, lector schoolvakken en didactiek - beiden verbonden aan het Driestar College in Gouda. Dankzij de combinatie van die inleiding met Smiths boek kan de lezer tot eigen verbeeldingen en een eigen grondplan voor het lesgeven komen.

Dr. Henk Kuindersma is godsdienstpedagoog en woont in Dokkum David I. Smith, Geloven in lesgeven. Didactiek als christelijke praktijk. Buijten & Schipperhein. 22,90 euro