Hanna Holwerda uit Tytsjerk laat met haar boeken kinderen kennismaken met de Bijbel. En dat is niet saai of stoffig

Kinderen laten ontdekken wie God is en wie God kan zijn in hun leven. Dat is wat Hanna Holwerda uit Tytsjerk wil bereiken met haar boeken. Daarbij blijft ze ver van dogma’s en theologie. ,,Bij basisschoolkinderen moet je nog niet te veel aan komen zetten met uitleg en duiding. Dat komt later wel.” In haar nieuwste boek, Kriskras door de Bijbel, laat ze zien dat de Bijbel een bonte verzameling verhalen is: over liefde, oorlog, dieren, reizen en nog veel meer.

Hanna Holwerda.

Hanna Holwerda. Foto: Carla Manten

Elf boeken voor kinderen heeft Hanna Holwerda inmiddels geschreven die allemaal gerelateerd zijn aan de Bijbel; vaak op een onverwachte, creatieve manier. ,,Als het om de Bijbel gaat, is het vaak heel erg gericht op lezen, schrijven, praten. Maar dat is maar één aspect van hoe kinderen leren”, zegt Hanna.

Terwijl kinderen op heel veel verschillende manieren leren kunnen. ,,Als je vanuit hun interesses met Bijbelverhalen aan de slag gaat, dan wordt het niet stoffig en saai. Dan match je het Bijbelverhaal met wat zij leuk vinden, wie zij zijn en wat ze kunnen.”

Zo combineerde ze in Struinen door de Schepping (2017) de Bijbel met biologie. In Knetteren en Knallen (2018) liet ze kinderen allerlei scheikundige proefjes doen. En in Tellen tot je tolt (2019) konden kinderen ontdekken hoeveel wiskunde er in de Bijbel zit. ,,Door op verschillende manieren met de Bijbelverhalen om te gaan, hoop ik dat kinderen, maar ook hun ouders, makkelijker met de Bijbel in de weer kunnen. Dat ze zo kunnen ontdekken: wie is God, in de Bijbel, maar ook voor mij?”

Kinderen als doelgroep

Dat ze zo creatief met de Bijbel omgaat, heeft onder meer te maken met haar opleiding en eerdere werk. ,,Ik heb Museologie gestudeerd. Je zou het museumkunde kunnen noemen. Daarbij word je opgeleid voor alle mogelijke taken en functies die er in een museum zijn. Dat is heel breed en divers, wat de opleiding heel leuk maakte.”

Ze kreeg onder meer les in vormgeving, fotografie en scheikunde (,,dat ging over de chemie achter het behouden van je collectie”). Het was een kleine opleiding en toen nog de enige in het werkveld, waardoor de lijnen met musea klein waren. ,,Ik ben afgestudeerd op educatie. Daar zit ook meteen het raakvlak met wat ik nu doe. Museumeducatie is het toegankelijk maken van ingewikkelde onderwerpen voor een doelgroep. Welnu, mijn doelgroep zijn kinderen. En de Bijbel is af en toe best een ingewikkeld onderwerp.”

Na haar opleiding ging ze gelijk aan de slag bij het Bijbels Museum in Amsterdam. ,,Via een open sollicitatie. Ik dacht: het is een leuk museum, ik heb veel met het onderwerp, laat ik een brief schrijven.” Ze werkte er twaalf jaar waarin ze de programmering deed, educatief materiaal ontwikkelde en uiteindelijk projectmanager en beleidsmedewerker was.

,,Door dat werk heb ik zó veel meer geleerd en ontdekt over de wereld van de Bijbel. De inhoud van de Bijbel kende ik wel. Ik ben met de Bijbel opgevoed. Maar de archeologie, de historie van het land, de cultuur, daar heb ik me bij het Bijbels Museum in verdiept. Het leuke van de museologie is dat je weinig randvoorwaarden hebt om een authentiek, historisch voorwerp, in dit geval de Bijbel, toegankelijk te maken voor je publiek. Dat zie je denk ik terug in mijn boeken. Ik heb een heel diverse benadering.”

Laten spelen

Haar eerste boek verscheen in 2014. ,,Dat was een Bijbelklasmethode voor kinderen van drie en vier jaar, dus de heel jonge kinderen. Dat materiaal heb ik gemaakt voor de Bijbelklas bij ons in de kerk. We hadden een heel grote groep, dertig kinderen in die leeftijd en daar moesten we wat mee.”

Hanna wilde graag dat deze kinderen spelenderwijs in aanraking zouden komen met de Bijbel, maar ze vond niet iets geschikts. Dus maakte ze zelf een methode. ,,Ik wilde de kinderen eigenlijk gewoon nog heel erg laten spelen. Als je het verhaal van Noach hebt: zet dan een doos met blokken en bak met beestjes neer. Introduceer het verhaal en zeg dan: ‘kun je een mooie rij maken van dieren die naar de ark gaan?’ En vervolgens laat je ze gewoon twintig minuten lekker spelen.”

Nu draait het in haar boeken voor oudere kinderen natuurlijk niet alleen om spelen, maar ze probeert sowieso dogma’s en theologie te vermijden. ,,Zeker bij basisschoolkinderen moet je nog niet te veel aan komen zetten met uitleg en duiding. Dat komt later wel. Er zit al zo veel in de Bijbelverhalen zelf, daar kunnen ze al heel veel mee.”

Bijbelverhalen zijn prachtige verhalen over heel gewone mensen, zegt ze. ,,Mensen die ook boos zijn, zoals Mozes, of jaloers zoals de broers van Jozef, of heel erg opschepperig zoals Jozef, noem maar op. In de Bijbel vind je ingewikkelde families, broers en zussen die met elkaar in de clinch liggen. Het is allemaal heel herkenbaar.” Ze vindt het mooi dat in al die verhalen God erbij is. ,,Hij houdt van de mensen, ook al zijn ze niet perfect en doen ze dingen dat je denkt: o nee!”

,,Kijk, Mozes wordt uiteindelijk wel die leider van het volk en gaat die berg op en ontmoet God. Dat zit in die verhalen. Dat zit niet in de laag eromheen, niet in de theologische laag. Het zit heel dicht bij kinderen die net iemand een draai om de oren hebben gegeven. Die kunnen zien: het was niet goed wat Mozes deed, maar het is niet zo dat God zegt ‘zoek het dan zelf maar uit’. Die liefde van God voor Mozes, maar dus ook voor jou als mens en kind… ik hoop dat kinderen dat ontdekken en leren.”

Overstap maken

Kriskras door de Bijbel is bedoeld voor kinderen van ongeveer negen tot twaalf jaar, de leeftijdscategorie van Hanna’s eigen dochters, die langzaamaan de overstap gaan maken van de kinderbijbel naar de gewone Bijbel. ,,Ik heb gemerkt dat kinderen en ouders die overgang lastig vinden. En dat snap ik. Het verschil is ook héél groot! In een kinderbijbel hebben de verhalen meestal een kop en een staart. Wanneer een verhaal is afgerond komt er een nieuw verhaal. Maar in de Bijbel zelf zitten die verhalen eigenlijk verstopt. Je moet ze dus toevallig tegenkomen. Of je hebt bijvoorbeeld de verhalen van Ruth of Esther, maar dat zijn dan meteen heel veel hoofdstukken, terwijl je in de kinderbijbel gewend bent dat het maar een paar pagina’s zijn.”

,,Daarbij staan er in de Bijbel ook veel stukken tussen die eigenlijk geen verhaal zijn. Er is veel onbekends te vinden en er zijn verschillende soorten teksten. De Bijbel is eigenlijk ook niet één boek, het is een verzameling boeken; een bibliotheek. Die moet je leren lezen. Je moet er een weg in vinden, want waar staat wat? En hoe verhouden al die teksten zich tot elkaar? Dat is nogal een grote stap voor kinderen en voor ouders die hun kind daarin willen begeleiden.”

Daarom maakt Hanna haar lezers in Kriskras door de Bijbel een beetje wegwijs. Ze heeft daarvoor Bijbelverhalen op thema bij elkaar gebracht. Zo zijn er achtereenvolgens hoofdstukken met historische verhalen, familieverhalen, doktersverhalen, liefdesverhalen, reisverhalen, toekomstverhalen, poëzie, dierenverhalen, oorlogsverhalen, zeeverhalen, spannende verhalen en natuur en wetenschap. ,,Uitgangspunt is dat je de verhalen gewoon in je eigen Bijbel leest, in de vertaling die bij jou past. In het boek geef ik daarbij diverse opdrachten en prikkelende vragen, zodat kinderen zich die verhalen eigen kunnen maken. Ik laat kinderen zelf op zoek gaan naar de antwoorden, samen met hun ouders.”

Door een indeling op thema en genre te maken laat Hanna haar lezers zien hoe enorm divers de Bijbel is. ,,En ik kan op deze manier ook de Bijbelverhalen in hun waarde laten”, zegt ze. ,,Poëzie is dan gewoon poëzie. En oorlogsverhalen of spannende verhalen zijn dan ook gewoon heftig of spannend.”

In een kinderbijbel worden de verhalen toch vaak wat afgezwakt qua spanning en bloederigheid, want ze moeten toegankelijk zijn voor iedereen. In Kriskras door de Bijbel laat Hanna de kinderen lezen in de echte, volwassen Bijbel. ,,Als je dan kiest voor oorlogsverhalen, weet je wat voor verhalen je in de kuip hebt.”

Wat is dit!

Ze heeft er geen seconde aan gedacht om gruwelijkheden uit het boek te houden. ,,Ik heb zelf liever dat mijn kinderen dit soort verhalen dankzij Kriskras ontdekken, dan dat ze per óngeluk een oorlogsverhaal in de Bijbel lezen en denken: hè wát? Wat is dit!”

,,Kijk, alle verhalen staan in de Bijbel met een reden: ze vertellen ons iets over God. Misschien dat die verhalen niet meer matchen met onze tijd, hoe wij leven, maar ze staan er wel in met een reden.” Ze vindt het belangrijk om ook iets mee te geven over de context van de verhalen; in welke cultuur ze zich afspelen. ,,Het volk Israël moet bijvoorbeeld een plekje veroveren in Kanaän, als ze vanuit Egypte en de woestijn komen. In die tijd waren er meer verschuivingen en lagen de grenzen minder vast dan tegenwoordig. Dat zegt wel iets over hoe je tegen het veroveren van dat land aan kan kijken, dus dat moet je er wel bij vertellen.” Niet dat het daardoor minder heftig was voor de mensen dat er oorlog was. ,,Maar God was erbij. En dat is een boodschap waar je ook nu nog wel wat mee kan.”

Flink kauwen

Alleen te complexe verhalen heeft ze uit haar boek gehouden. ,,De Bijbel is sowieso een complexe verhalenbundel, daar zitten zo veel lagen in, daar kun je zelfs als volwassene nog flink op kauwen. Dus daar heb ik wel keuzes in gemaakt.” Maar er waren dus in principe geen thema’s die vermeden moesten worden.

Ook aan haar eigen keukentafel zijn er geen thema’s die onbespreekbaar zijn. Die houding heeft ze meegekregen van haar ouders. ,,Ik ben helemaal met de Bijbel en Bijbelverhalen opgevoed, maar mijn ouders waren daar heel open en ruimdenkend in. Er zullen allicht taboes zijn geweest bij mijn ouders, maar ik heb ze nog niet ontdekt.”

Ook ingewikkelde onderwerpen werden besproken, zoals de evolutie. ,,Mijn vader had een archeologisch boek over de evolutie van de mens. Het was een niet-christelijk boek en ik vond dat heel interessant. Hij gaf het aan mij om te lezen. Hij had het zelf ook net gelezen en daar hebben we het toen over gehad. Ik denk dat in die tijd heel veel ouders het boek zélf al niet hadden gelezen.”

Laat staan dat ze het doorgaven aan hun kinderen. ,,Maar mijn vader vond het gewoon heel interessant en zag het niet als iets wat haaks stond op zijn geloof. Juist niet. Hetzelfde geldt voor de dino’s of de oerknal of het heelal. We hebben ingewikkelde zaken altijd besproken vanuit de verwondering van hoe groot God is. Dat geef ik zelf nu ook weer door aan mijn kinderen.”

Geheid vragen stellen

Juist bij heel moeilijke onderwerpen gaan kinderen geheid een keer vragen stellen, aldus Hanna. Die vragen hoef je als ouders niet uit de weg te gaan.

,,Vertrek gewoon bij Gods grootheid en hoe geweldig hij is. Ga samen met je kind op onderzoek uit. Bedenk: God is altijd groter dan je denkt. Dus als je de antwoorden niet hebt, denk dan: wat is God groot! Hij snapt dit allemaal wel, want hij heeft het gemaakt. En als je antwoorden ontdekt vanuit de wetenschap die je lastig te rijmen vindt met hoe jij bent opgevoed als ouder, laat ze gewoon naast elkaar bestaan. En bedenk weer: God is zo groot, hij weet de waarheid. Wij snappen het niet. Is dat erg? Nee, eigenlijk niet. Met elk stapje in de wetenschap kun je je weer meer verwonderen. De dingen die je wel weet is dat God voor je zorgt, God dit gemaakt heeft en dat hij voor de schepping zorgt. Ik weet liever dat zeker, dan dat ik weet hoe het zit met de oerknal.”

Ze wil ouders die met hun kinderen aan de slag gaan met de Bijbel meegeven dat ze vooral niet ,,het paadje van de kennis” moeten gaan bewandelen. ,,Natuurlijk wil je je kinderen graag meenemen op het geloofspad. Maar je kunt niet voor hen de vragen al stellen of de antwoorden invullen. Je kunt niet zeggen: zo is het goed of fout. Als het om geloven gaat, heb je niet de antwoorden. Want geloven is iets heel persoonlijks.”

Minder geloofsvraagtekens

Zelf heeft ze af en toe het gevoel dat haar kinderen beter geloven dan zij. ,,Want die hebben nog dat trouwe waar je jaloers op kan zijn. Ze zetten veel minder geloofsvraagtekens dan ik. Dan kan ik dus ook niet de antwoorden geven.”

Ze hoopt dat ouders meer naast hun kind gaan staan en de hiërarchie doorbreken. ,,Ga samen op ontdekkingstocht, door middel van proefjes of struinen door de natuur. En kijk gewoon wat je ziet. Dan sta je op een gelijk niveau en kun je gaan delen: wat heb ik gezien en ontdekt en wat doet dat met mij?”

Je kunt je kind helpen een geloofsstap te zetten als je laat zien dat geloof iets is van alledag. ,,Dat je God ziet in kleine dingen. Als je kind bijvoorbeeld aan komt zetten met een lieveheersbeestje, dat je zegt: ‘dat vind ik zo’n tof beestje, dat heeft God zo mooi gemaakt en dan heet het ook nog lieve-heers-beestje’. That’s it. Zo kun je God heel makkelijk in je leven betrekken en laten zien wat God voor jou doet.”


Kriskras door de Bijbel. Hanna Holwerda. Ark Media, € 20,00