De Greidhoekekathedraal in Lollum was zoals Abraham Kuyper het graag wilde zien | Serie: De gereformeerden

De voormalige gereformeerde kerk van Lollum heeft een unieke plaats binnen de architectuur van Ane Nauta. Ook toont deze de invloed van Abraham Kuyper op de gereformeerde kerkbouw.

De Greidhoekekathedraal in Lollum werd ontworpen door Ane Nauta.

De Greidhoekekathedraal in Lollum werd ontworpen door Ane Nauta. Foto: Marchje Andringa

De gereformeerde kerk in Lollum - nu de Greidhoekekathedraal - weerspiegelt door haar monumentaliteit in alle denkbare opzichten de emancipatie en verzuiling van de gereformeerden van begin twintigste eeuw. Ruim een eeuw later staat de leegstand van het monumentale godshuis symbool voor de neergang van de verzuilde samenleving en voor een immens probleem van deze tijd: het vraagstuk wat te doen met de vele overtollig wordende kerkgebouwen in dun bevolkte plattelandsregio’s, zoals Fryslân.

Ane Nauta

De architectuur van de Lollumer kerk, getekend door de uit Hilaard afkomstige Ane Nauta (1882-1946), is schatplichtig aan de kerkgebouwen van diens grote leermeester en inspiratiebron Tjeerd Kuipers (1857-1942). Kuipers was op zijn beurt de eerste grote productieve bouwmeester uit de zuil van Abraham Kuyper, die wortelde in de Doleantie van 1886.

Tevens stond de kerkarchitectuur van zowel Nauta als Kuipers sterk onder invloed van de befaamde architect Hendrik Berlage (1856-1934): het werd een rationele bouwkunst, waarin de functie en de constructie bepalend waren in de vormgeving en indeling van de gevels. De ornamentiek die in de negentiende eeuw de architectuur nog een eigen karakter moest geven werd als het ware teruggedrongen in de muur.

Het nieuwe gereformeerde kerkgebouw, gezien door de bril van de Dolerenden, moest een functioneel en waardig godshuis worden. Onmiskenbaar in de eerste plaats een gehoorzaal voor het Woord. Maar het moest méér zijn dan alleen dat.

Onze Eeredienst

Abraham Kuyper wijdde in zijn bundel Onze Eeredienst (1911) maar liefst een vijftigtal pagina’s aan de architectuur en kunst van het gereformeerde kerkgebouw. Uit zijn woorden blijkt dat kunst, symboliek en monumentaliteit onontbeerlijk waren in een goed ontworpen gebouw.

Het kerkgebouw van de Dolerenden moest zich duidelijk onderscheiden in zijn omgeving maar wel een overtuigend andere architectuur hebben dan een rooms-katholiek kerkgebouw en tegelijk meer uitgesproken zijn dan de sobere kerkzaaltjes van de Afgescheidenen. Nauta’s Greidhoekekathedraal in Lollum voldeed eigenlijk perfect aan dat ideaalbeeld van Kuyper.

Enkele passages uit Kuypers bundel illustreren diens bovengenoemde visie op het kerkgebouw. Over de architect en kunsttoepassingen schreef hij het volgende: ‘Dat bezielen nu in hout en steen is de hooge bouwkunst, en een wezenlijk architect toont zijn uitnemendheid, niet alleen door het aanpassen van wat hij bouwt aan het practische doel, maar ook door dat meesterschap over materiaal, vorm en lijn, waardoor hij het geheel beheerscht, en dwingt een hem voor den geest zwevende expressie ook voor anderen in zijn hout en steen te vertolken. (…) Zoodra ge u even boven het grof-materieele verheft, en dat doet ge immers in het heilige, komt ge vanzelf met het kunstleven en de eischen der kunst in aanraking.’

Niet al te fel kunstlicht

In zijn boek bepaalde Kuyper ook de sfeer en de aankleding in het kerkgebouw. Zo wenste hij gekleurd glas in lood en geen witte of blanke muren en ramen, omdat de kerkgangers anders door invallend zonlicht verblind zouden kunnen worden. Bij avonddiensten schreef Kuyper niet al te fel kunstlicht voor. Meer schemerige verlichting kon de sfeer tijdens de dienst positief beïnvloeden en de maximale aandacht van de kerkganger bij de preek garanderen.

De Greidhoekekathedraal kreeg ook - geheel volgens Kuypers opvattingen - een reeks abstracte glas-in-loodvensters in zachte kleuren, waardoor er een stemmig licht in het kerkgebouw valt, ongeacht de weersomstandigheden.

Ook aan de akoestiek besteedde Kuyper aandacht: de preek moest in de gehele kerkzaal goed verstaanbaar zijn. Daarom pleitte hij in plaats van stenen gewelven voor houten dakstoelen of betimmerde houten kappen. Deze houten kappen (plafonds) dempten de galm van preek en zang. Een dergelijke kap vinden we ook in de kerk van Lollum.

Vingerwijzing naar boven

Een treffende passage in Kuypers slotbeschouwing is zijn opvatting over de zichtbaarheid van het kerkgebouw van veraf. Hij geeft aan dat een toren een onmiskenbaar element van het kerkgebouw is: ‘De vingerwijzing naar boven. De gestadige herinnering aan ons burgerschap, dat in den hemelen is.’

Het is daarom niet vreemd dat veel gereformeerde kerkgebouwen vanaf deze jaren van een beeldbepalende toren werden voorzien, wat een duidelijke breuk met het verleden inluidde. Ook de Greidhoekekathedraal kreeg er een. Net als in vele andere dorpen in ons land, werd het dorpssilhouet van Lollum voortaan bepaald door kerktorens van verschillende denominaties, waarmee de verzuiling van de samenleving zich aan de horizon aftekende.

Zoals Kuyper dat vurig wenste, weerspiegelde een goed ontworpen kerkgebouw in alle onderdelen de functie en de constructie, wat vanzelfsprekend tot een nieuwe ‘gereformeerde’ esthetiek leidde. Daarmee werd dit rationalisme een door gereformeerde architecten vertaald gedachtegoed van de socialistische architect Berlage. Vandaar dat de kerkgebouwen van zowel Nauta als Kuipers als het ware ‘van binnen naar buiten’ waren ontworpen.

Een voorbeeld is dat de plaats en functie van het trappenhuis in de plaatsing van de vensters in de gevel is af te lezen. In het interieur kreeg de kansel de meeste nadruk als hét visuele en audiologische middelpunt van de gereformeerde kerkruimte. De optimale verstaanbaarheid van het Woord tot in de achterste kerkbanken bepaalde de uiteindelijke grootte, vorm en indeling van het kerkgebouw. De maximale afstand tot de kansel is slechts een tiental meters, zoals Abraham Kuyper dat ook in zijn bundel voorschreef.

De kansel in Lollum staat in een schelpvormige nis, ter verbetering van de akoestiek en onder invloed van Tjeerd Kuipers’ ontwerpen. De plaats waar de Heilige Schrift werd uitgelegd kreeg ook in decoratief opzicht veel aandacht. In Lollum staat de houten kansel, voorzien van decoratieve panelen, op een statige met marmer beklede onderbouw met trappen aan weerszijden.

Gasthuiskerk

De Gasthuiskerk van Bolsward (1929) vormt met zijn uitgedoste Amsterdamse Schoolstijl en sierlijke daktorentje het klinkende slotakkoord van Ane Nauta’s indrukwekkende oeuvre. In feite markeert de Bolswarder kerk niet alleen het einde ervan, maar zou ook een stijlbreuk in Nauta’s werk kunnen hebben ingeluid. Maar dat zullen we nooit weten. De verschillende architectuurstromingen volgden elkaar tijdens het interbellum snel op, waardoor ook de protestantse kerkbouw in de jaren dertig een ander aanzien kreeg dan voorheen.

De meeste van Nauta’s kerkgebouwen staan er anno 2021 nog, maar het voortbestaan als kerk of gebedshuis wordt steeds minder vanzelfsprekend. Als gevolg van het kerkfusies tussen hervormden en gereformeerden zijn diverse gereformeerde kerkgebouwen in de afgelopen decennia al afgestoten en hebben veelal een andere bestemming gekregen.

Kerk Marrum

Nauta’s kerk in Marrum (1923) viel in het jaar van de millenniumwisseling onder de slopershamer. De Greidhoekekathedraal staat er nog wel, maar met een ongewisse toekomst, terwijl het verval om de hoek van de kerkdeur loert. Maar van de onvervangbaarheid van dit kerkgebouw voor de Lollumer dorpsgemeenschap zijn gelukkig velen overtuigd.

De Greidhoekekathedraal is een van de beste werken van de relatief onbekende architect Ane Nauta, die met zijn ruim twintig kerkgebouwen desondanks een onmiskenbaar stempel op het aanzien van het Friese landschap heeft gedrukt.

Ane Nauta

Ane Nauta kwam als gereformeerde architectenzoon al op jonge leeftijd met de kerkbouw in aanraking. Hij leerde het vak in de praktijk, zoals zijn leermeester Tjeerd Kuipers dat ook deed. Op 23-jarige leeftijd trok Nauta naar Winterswijk, alwaar hij voor Kuipers opzichter werd bij de bouw van diens gereformeerde kerk (1905) aldaar. Hierna werkte Nauta als zelfstandig architect verder. In totaal ontwierp Ane Nauta een twintigtal kerkgebouwen, steeds in dezelfde ‘strenge’ rationele stijl van Kuipers en Berlage. Verreweg de meeste van zijn kerkgebouwen staan in zijn geboorteprovincie Fryslân, maar ook daarbuiten tot in Emmen en Aalten. De kerk van Lollum volgde in 1915. Andere monumentale kerkgebouwen van zijn hand zijn de Stadslaankerk (1911) in IJlst en de kerk in Beetgumermolen (1925). Berlages rationele bouwwijze - bekend van de Beurs van Berlage in Amsterdam (1903) - viel in de beginjaren van de vorige eeuw in goede aarde bij de gereformeerde architecten.

* Dr. Herman Wesselink is onderzoeksmedewerker bij de afdeling Monumenten & Collecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij is in 2018 gepromoveerd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op het onderwerp bedreigde kerkgebouwen uit de periode 1800-1970

* Dit is het derde deel in een serie over De gereformeerden