De dichter als calvinistisch profeet

Ooit werd Willem Bilderdijk bejubeld als de ‘nieuwe Vondel’, dus als de kroonprins van de Nederlandse dichters. Zoiets kunnen we ons vandaag niet goed meer voorstellen, maar toch is er alle reden om deze unieke persoonlijkheid niet te vergeten.

Portret van Willem Bilderdijk (1756-1831), van C.H. Hodges. Foto: Collectie Rijksmuseum/Wkipedia

Portret van Willem Bilderdijk (1756-1831), van C.H. Hodges. Foto: Collectie Rijksmuseum/Wkipedia

Willem Bilderdijk (1756-1831) is in protestantse kring altijd met respect herdacht. Hij gold als een belangrijke publieke stem voor christenen die bezwaren voelden bij de ‘geest der eeuw’ ofwel de voortschrijdende vernieuwingen in de cultuur. In de eeuw van de Verlichting - de achttiende - was de menselijke ratio op de troon verheven en God eraf geduwd, aldus luidde de analyse van Bilderdijk. Voor hem een reden om de cultuur van zijn dagen fel onder kritiek te stellen, op basis van zijn calvinistische levensovertuiging.

Maar hoe godsdienstig Bilderdijk ook was, hij was toch veel méér dan dat. Hij was een wonderkind, sprak als driejarige al vreemde talen. Zijn ster als dichter rees pijlsnel toen zijn poëzie eenmaal begon te verschijnen. Hij leerde Nederlands aan de Franse koning Lodewijk-Napoleon, vertaalde klassieke literatuur, had kennis op het gebied van medicijnen waar apothekers jaloers op waren, en hij begaf zich op het terrein van de architectuur. Zeer veelzijdig was Bilderdijk dus - en deze veelzijdigheid komt in beeld in twee recent verschenen boeken: Een sublieme nalatenschap, over ‘de erfenis van Willem Bilderdijk’, en Romantici en revolutionairen, dat meer in het algemeen gaat over literatuur uit Bilderdijks tijd.

Het zou moeten gaan, vond hij, om de persoonlijke ervaring en beleving, uitgedrukt in versregels

Het eerste boek, Een sublieme nalatenschap, bevat een reeks van 22 bijdragen, met de nodige illustraties. De thema’s die aan bod komen, waaieren breed uit. Het gaat bijvoorbeeld over Bilderdijk als vertaler van de vroegmiddeleeuwse filosoof Boëthius, maar ook over het prentenboek Hanenpoot, waarin hij zijn zoontje Julius Willem portretteerde.

Naar aanleiding daarvan gaat het over het vliegeren en over een ballonvaart naar de maan, zoals Bilderdijk die beschreef in zijn Kort verhaal van een aanmerkelijke luchtreis. De stad Leiden komt aan bod, hoe kan het ook anders: daar woonde en werkte Bilderdijk gedurende een belangrijk deel van zijn leven. Daar kreeg hij briljante leerlingen op zijn privaatcollege, zoals de gebroeders Van Hogendorp, Abraham Capadose en Isaäc da Costa. In samenspraak met hen ventileerde hij zijn diepe zorgen. Het idee van volkssoevereiniteit vond hij helemaal fout: het was dom van koning Willem dat die daarvoor had gebogen. Bilderdijk bleek tamelijk reactionair, zoals ook duidelijk werd uit zijn drie bundels Krekelzangen.

Opiumgebruiker

Een mythe over Bilderdijk die hier wordt doorgeprikt, is het beeld van hem als stevige opiumgebruiker ofwel verslaafde. Best aantrekkelijk om zijn persoonlijkheid zo neer te zetten, want het zou prima passen bij andere extreme karaktertrekken. Maar uit een nauwkeurige studie van Bilderdijks notities blijkt dat zijn opiumgebruik niet vreemd was voor de destijds geldende medische normen. Opium was een geaccepteerd geneesmiddel en Bilderdijk maakte ervan gebruik, evenals van talloze andere geneesmiddelen. Hij leed aan veel lichamelijke klachten.

In het boek Romantici en revolutionairen, geschreven door Rick Honings en Lotte Jensen, is Bilderdijk niet de hoofdpersoon, maar neemt hij een plek in tussen vele schrij-verspersoonlijkheden. Dat is ook het mooie van dit boek: je wordt als lezer aan de hand meegenomen door de achttiende en negentiende eeuw. Je krijgt te zien welke verschillende typen schrijvers actief waren, in de context van de toenmalige maatschappij. Na de Franse tijd verandert er veel, dan ‘ontwaakt’ Nederland, met iemand als Hendrik Tollens als groot vaderlands dichter. De klaagzangen van Bilderdijk over de teloorgang van de cultuur pasten niet goed in deze tijd - reden waarom hij in de marge van het literaire leven terechtkwam.

Bilderdijks revolutionaire betekenis, was niettemin groot. Dat had alles te maken met zijn keuze voor ‘het gevoel’ als bron voor de poëzie. Poëzie die moest voldoen aan allerlei technische rijm- en maatregels, vond hij bloedeloos. Het zou moeten gaan, vond hij, om de persoonlijke ervaring en beleving, uitgedrukt in versregels. Dit verbond Bilderdijk met inspiratie van God. De ware dichter was in zijn ogen een profeet, en dan het liefst van het calvinistische type.

De Tachtigers

Hoe eigenzinnig de relatie tussen geloof en poëzie ook was bij Bilderdijk, toch was hij met zijn opvattingen een voorloper van veel latere dichters, zoals de Tachtigers (onder anderen Willem Kloos, Albert Verwey en Jacques Perk).

Zijn nadruk op gevoel en ervaring, op je diepste innerlijkheid als de ware bron van poëzie, op het spontane en het waarachtig bezielde - dat alles zou invloedrijk zijn, en blijkt ook na ruim twee eeuwen nog intrigerend. Dat maken de twee genoemde boeken wel duidelijk, met het heldere licht dat ze werpen op Willem Bilderdijk en tegelijk op de hele cultuurperiode waarin hij zijn sporen trok.

Een sublieme nalatenschap. De erfenis van Willem Bilderdijk. Onder redactie van Rick Honings & Gert-Jan Johannes. Leiden University Press. 39,50 euro

Romantici en revolutionairen. Rick Honings & Lotte Jensen. Prometheus. 39,99 euro

Nieuws

Meest gelezen