De gelijkenissen van Jezus blijven spreken, ook voor de moderne mens

Parabels of gelijkenissen, zoals Jezus ze veel vertelde, zijn een populair genre. Hij wist mensen ermee te raken. Tot op vandaag, getuige twee nieuwe boeken over parabels.

In het verhaal over de vrouw die één drachme kwijtraakte en net zo lang zocht tot ze het verloren muntstukje weer terugvond ligt het accent op het verlorene dat terug gevonden wordt. Schilderij: La drachme perdue, door James Tissot.

In het verhaal over de vrouw die één drachme kwijtraakte en net zo lang zocht tot ze het verloren muntstukje weer terugvond ligt het accent op het verlorene dat terug gevonden wordt. Schilderij: La drachme perdue, door James Tissot. Beeld: Brooklyn Museum

Je hebt lange en korte parabels, en misschien zijn de heel korte versies het verbazingwekkendst. In het bestek van een paar zinnen kan een hele wereld worden opgeroepen, met een suggestieve betekenis voor de luisteraars, toen en nu. Neem de parabel van het mosterdzaad, verteld door Jezus: die beslaat slechts een paar verzen, maar geeft je wel een besef van wat met het Koninkrijk van God bedoeld is.

Jezus was als prediker de grootmeester van de parabels, ook wel ‘gelijkenissen’ worden genoemd. De eeuwen door hebben mensen zich door deze verhalen aangesproken gevoeld, en ijverige predikanten schreven er boeken over. Bijvoorbeeld de vermaarde hofpredikant C.E. van Koetsveld, die 1856 zijn tweedelige boekwerk Gelijkenissen van den Zaligmaker publiceerde, een setje dat je nog altijd tweedehands kun tegenkomen.

Maar ook voor vandaag hebben Jezus’ parabels veel te bieden, zoals blijkt uit twee boeken die kort na elkaar zijn verschenen: Onkruid vergaat wel , van de katholieke nieuwtestamenticus Joop Smit en Geef mij die dwaze meisjes maar , van de liberale protestantse theologen Koen Holtzapffel, Joost Röselaars, Antje van der Hoek en anderen.

Jezus als communicator

Als we Jezus zijn gelijkenissen zien vertellen, in de evangeliën, treedt hij op als communicator. Hij zette al vertellend een stap naar de mensen toe, naar hun voorstellingswereld. En dat is precies ook wat in beide boeken opnieuw gebeurt. Joop Smit zoekt naar ‘de actualiteit’ van de parabels, terwijl Koen Holtzapffel en zijn medescribenten ‘in gesprek’ zijn met de gelijkenissen: met het oog op ervaringen die wij nu herkennen.

Het gaat, in dit laatste geval, om een open benadering van de gelijkenissen, als spiegelverhalen voor onszelf. Maar ondertussen, zo valt in de inleiding van Geef mij die dwaze meisjes maar te lezen, zien we de contouren van Gods koninkrijk oplichten, in al die dagelijkse herkenbare verhalen.

Het spoor bijster

Waar leidt dit toe, parabels lezen met het oog op vandaag? In een van de eerste hoofdstukken van Geef mij die dwaze meisjes maar staat de gelijkenis van het ‘verloren schaap’ centraal, samen met het verhaal over de vrouw die één drachme kwijtraakte, en net zo lang zocht tot ze het verloren muntstukje weer vond. Het accent ligt hier, in het evangelie van Lucas, op het verlorene dat terug gevonden wordt.

Uiteraard gaat het dan om mensen die op verschillende manieren het spoor bijster zijn geraakt. Antje van der Hoek, die dit hoofdstuk schreef, legt hier een verband met rouw en met verlieservaringen. Ook in die zin kun je de weg kwijt zijn. Mensen zijn dan geroepen om voor elkaar herder te zijn, en om te kijken naar wie zich verloren voelt. Of juist om te erkennen dat je zelf, als ‘schaap’, hulp nodig hebt.

Ongemakkelijk

Met deze benadering wordt, typisch protestants, alle ruimte gegeven aan een toepassing of applicatio . Dat heeft voordelen, want het raakt lezers en luisteraars vandaag. Maar ook nadelen, want voor je het weet gaat de theologische context van de parabel vervagen. In dit geval raakt de notie dat het in deze parabels in essentie gaat om ‘zondaren die tot inkeer komen’ vrijwel helemaal op de achtergrond, terwijl Jezus zijn parabels juist in dat kader plaatst.

Als parabels iets ongemakkelijks mogen hebben, zoals in Geef mij die dwaze meisjes maar benadrukt wordt, zou ook die notie van de mens als zondaar best naar voren gehaald kunnen worden. Ongemakkelijk misschien, en doorgaans geen groot thema voor liberale theologen, maar toch wel uitdagend te verhelderen in de context van vandaag.

De aard van de vertelling

Het is interessant om de uitleg van Joop Smit hiermee te vergelijken, in zijn boek Onkruid vergaat wel . Het eerste wat opvalt, is zijn beknoptheid. Zijn bespreking van ‘het verloren schaap’ telt slechts twee bladzijden. En zijn benadering is helder: hij leest de tekst en proeft de aard van de vertelling, wil weten hoe het verhaal in elkaar zit.

De tekst ‘stuurt’ de lezer en de hoorder in een bepaalde richting, zegt hij. Want Jezus doet de stellige uitspraak, ‘ik verzeker jullie’. Dat de herder veel meer verheugd zal zijn over het ene teruggevonden schaap, dan over de negenennegentig die niet verdwaald raakten - dat is een onontkoombare gedachte hier.

Maar, zo vraagt Smit: is dat niet een beetje gek? Waarom zijn schapen die níét afdwalen minder waard? Smits conclusie luidt: ‘De parabel stuurt erop aan dat wij het zoeken van God naar de afgedwaalde en diens vreugde om de hereniging delen en navolgen. Dit vraagt een grootmoedigheid die allesbehalve vanzelfsprekend is.’

Moreel kompas

Verschil tussen de boeken van Smit en Holtzapffel heeft dus te maken met de keuze om dichtbij de tekst te willen blijven, of er juist wat vrijer mee om te gaan. Maar ze verschillen ook in wat ze de lezer aanreiken. De hoofdstukjes van Smit zijn kort en bondig, hij priemt snel door naar de kern, zoals hij die ontwaart in de betreffende parabel. Het gaat in dit type teksten om ‘een vorm van theologie’. Holtzapffel doet iets anders: hij presenteert in dit boek een brede visie op de parabels van Jezus, door thematisch hoofdstukken te wijden aan parabels als ‘moreel kompas’, of juist als ‘beslissend moment’.

Holtzapffel legt uit dat een gelijkenis een soort ‘radiofrequentie’ is, ‘waar je af en toe je leven op afstemt’. Dan blijkt het een ‘moment waarin Gods diepste bedoeling met jou en je leven plotseling helder wordt’. Maar een parabel kan ook een eyeopener zijn, of tot tegenspraak leiden. En er zijn gespreksvragen, die het gebruik van Geef mij die dwaze meisjes maar stimuleren in een gespreksgroep. Want de gelijkenissen van Jezus verdienen het om niet vergeten te raken, maar te landen in het leven van mensen vandaag. Om te inspireren, uit te dagen en de zaak op scherp te zetten, zoals ook bij Smit steeds te merken valt.

Onkruid vergaat wel. De actualiteit van Jezus’ parabels . Joop Smit. BerneMedia-Halewijn. 17,95 euro

Geef mij die dwaze meisjes maar. In gesprek met Jezus’ gelijkenissen . Koen Holtzapffel (red.). Skandalon. 18,95 euro