De plaatselijke adel gaf vorm aan de Alexanderkerk van Rinsumageast, blijkt uit onderzoek van Ed Zietsma

In de zomer van 2015 bezocht Ed Zietsma voor het eerst de Alexanderkerk in Rinsumageast. Hij werd zo gegrepen door een serie van 32 grafplaatjes dat hij een uitgebreid onderzoek begon. Nu ligt er en lijvig boekwerk over de kerk en de adel van het dorp.

Portret Ed Zietsma schreef geïnspireerd door de vitrine met grafplaatjes een boek over de geschiedenis van de kerk en de adel in Rinsumageast.

Portret Ed Zietsma schreef geïnspireerd door de vitrine met grafplaatjes een boek over de geschiedenis van de kerk en de adel in Rinsumageast. Foto: Jan Spoelstra

„Onder deze vloer liggen vier groepen grafkelders van adellijke families”, vertelt Ed Zietsma (66). Het is woensdagmiddag, hij ontvangt als gastheer geïnteresseerde dorpsgenoten en toeristen in de historische Alexanderkerk van Rinsumageast.

In die grafkelders liggen leden van de adellijke families Eysinga, thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, Aylva en Tjaerda en hun erfopvolgers Juckema, Camstra, Burmania, Cammingha, Asbeck en De Rotte. Zij woonden op de voormalige states Eysinga, Melkema en Tjaerda in Rinsumageast.

„De kelders zijn afgesloten en tot op heden niet opengesteld. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn ze voor het laatst bezocht. Toen zijn deze grafplaatjes gevonden.” Zietsma wijst naar een vitrine in de noordmuur van de kerk. „Dit zijn plaatjes van zink, koper of lood, waarin de namen van de mensen die in de grafkelders liggen zijn gekrast.”

Wie zijn deze mensen?

Hij zag de grafplaatjes zo’n zes jaar geleden voor het eerst, in de zomer van 2015. „We woonden toen in Dokkum, maar ik stopte met werken en mijn vrouw en ik wilden wat kleiner gaan wonen. We verhuisden naar Rinsumageast. Om onze nieuwe woonplaats wat beter te leren kennen bezochten we de kerk. De namen op de bordjes intrigeerden mij; ik wilde weten wie deze mensen waren.”

De laatste achtentwintig jaar van zijn werkzame leven was Zietsma hoofd administratie op het bestuursbureau waar het Dockinga College in Dokkum deel van uitmaakt. Stamboomonderzoek was al lang een hobby van hem, maar nu besloot hij diep in de geschiedenis van zijn nieuwe woonplaats te duiken.

Begin deze maand verscheen het resultaat van zijn onderzoek: het ruim tweehonderd pagina’s tellende boek De adel van Rinsumageast in relatie tot de vroegste historie van het dorp en de Alexanderkerk .

„Ik was aanvankelijk helemaal niet van plan om zo’n boek te schrijven, maar ik kreeg steeds meer informatie boven water. Het mooie vind ik dat verschillende mensen die op deze grafplaatjes worden genoemd een gezicht hebben gekregen.”

Hij slaat het boek open en laat verschillende afbeeldingen van portretten zien, waaronder die van Wilco Holdinga thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1598-1668), Maria Anna van Aebinga (1641-1710) en Fed Sophia van Goslinga (1666-1727). „Hier in Rinsumageast is heel weinig bekend over de rijke geschiedenis van het dorp. Mensen vinden het heel erg leuk dat ik er zo ben ingedoken.”

Bonifatius

Om te onderzoeken hoe de kerk zich ontwikkeld heeft en wat de rol van de Geastmer adel daarbij was, bezocht Zietsma verschillende archieven en las hij tientallen boeken. „De relevante archiefbronnen gaan terug tot ongeveer 1400, maar deze geschiedenis begint veel eerder. De eerste kerk op deze plek is gebouwd in de achtste eeuw. Dat is de tijd dat Bonifatius hier met zijn gevolg rondtrok. Dantumadeel bestond toen nog voor een groot deel uit moeras. Tussen Rinsumageast en Driezum ligt een zandrug. Op het meest westelijk puntje van die zandrug is de kerk gebouwd.”

Dat verklaart ook waarom de historische kerk niet in het midden van het dorp ligt, de plek waar de Murk en Woudvaart elkaar treffen, maar een stuk westelijker aan de Tjaerdawei, richting het einde van de bebouwde kom. Zietsma: „De adellijke families hadden behalve de kerk op de punt van die zandrug ook hun eigen domicilie gevestigd. De boeren en ambachtslieden die het dorp kwamen bewonen konden iets verderop aan het Geastmer Diep een woning of boerderij van hen pachten. Daarbij gold overigens de voorwaarde dat zij zich beschikbaar moesten houden voor ‘hofhulp’.”

Uniek: een basiliek in Fryslân

Na de bouw van de oorspronkelijke houten kerk in de achtste eeuw bleven de rijke en aanzienlijke families nauw betrokken bij de kerk van Rinsumageast. Rond 1100 werd een stevige stenen kerk opgericht. „Ze bouwden hier een basiliek. Dat was uniek in Fryslân; het geeft aan dat Rinsumageast een centrumfunctie kreeg te vervullen. Het was de eerste stenen dorpskerk in de wijde omgeving, verder stonden overal nog houten kerkjes.” In het boek heeft Zietsma een schets van die basiliek opgenomen, gemaakt door zijn broer Jitze Zietsma, een gepensioneerd leraar bouwtechniek en deskundig op het gebied van de romaanse bouwkunst. Rond 1500 raakte die kerk zwaar beschadigd in de oorlog tussen de Geldersen en de Bourgondiërs. „De states in het dorp lagen in puin, het dorp was platgebrand en ook aan de kerk zal toen veel schade zijn toegebracht. Bij de herbouw kreeg de kerk zijn huidige vorm: de zijbeuken werden gesloopt en er werd een tweede schip aangebouwd.” De Reformatie van 1580 veranderde niets aan de band tussen kerk en adel. „De van Aylva’s en de thoe Schwartzenbergs gingen met de kerk mee in de Reformatie. De Tjaerda’s bleven katholiek. Maar de onderlinge verhoudingen bleven onveranderd. De herenbank van de Tjaerda’s bleef gewoon in de kerk staan. Eén van de Tjaerda’s bleef - ondanks de bepaling dat ‘papisten’ geen openbare ambten meer mochten vervullen - gewoon ‘arm- en kerkvoogd’ tot zeker 1605, vijf en twintig jaar na de Reformatie. Het Reformatieproces moet hier volgens mij redelijk soepel zijn verlopen.”

Geld en aanzien

Aanzienlijke personen speelden naar de overtuiging van Zietsma een grote rol bij de bouw van de eerste kerk. „De archiefbronnen uit die vroege geschiedenis zijn schaars, maar de aanwijzingen die er zijn maken duidelijk dat aanzienlijke personen zich in dit gebied ophielden en dat zij er voor gezorgd moeten hebben dat een deel van het dichte woud op de zandrug gekapt werd om daar een eerste houten kerkje te bouwen. Daarvoor was geld nodig. Mensen met aanzien hadden die middelen en konden zoiets doen.”

Zietsma bezoekt de kerk niet alleen als onderzoeker, maar ook op zondagen als lid van de Protestantse Gemeente Claercamp. „Ik moet toegeven dat mijn gedachten wel eens afdwalen tijdens de preek. Er is ook zoveel interessants te zien.”

Hij wijst naar de preekstoel, waarop adellijke wapens prijken. „Na het overlijden van Margaretha Maria van Gendt kreeg de kerk in januari 1768 een legaat van 500 Carolusgulden, bestemd voor een nieuwe preekstoel. Die is gemaakt door meester-timmerman Egbert van den Hoek uit Leeuwarden. De wapens zijn de alliantiewapens van het echtpaar Schwartzenberg-Gendt. Zo zijn overal in de kerk sporen van deze boeiende geschiedenis te vinden.”

De adel van Rinsumageast in relatie tot de vroegste historie van het dorp en de Alexanderkerk. Ed Zietsma. 19,95 euro