Decennia lang leerden studenten Hebreeuws uit het handboek van Jan Pieter Lettinga (1921-2021)

Emeritus professor Semitische talen en culturen Jan Pieter Lettinga is donderdag 26 augustus op honderdjarige leeftijd overleden. Vele generaties studenten leerden Hebreeuws uit zijn handboek.

Jan Pieter Lettinga (1921-2021).

Jan Pieter Lettinga (1921-2021). Foto: Theologische Universiteit Kampen

Jarenlang bestond aan de Theologische Hogeschool – zoals de Theologische Universiteit (TU) Kampen toen heette – de gewoonte dat de hoogleraar Oude Testament het onderwijs in het Hebreeuws erbij deed. Voor Kampen/Broederweg veranderde dat in 1952 met de komst van lector Jan Pieter Lettinga. Een echte, goed opgeleide semiticus uit Leiden kwam de taaklast van prof. Benne Holwerda verlichten. Helaas overleed Holwerda kort daarna, op jonge leeftijd, wat voor Lettinga en velen met hem een zware slag was.

Zelf ontmoette ik Lettinga voor het eerst op de voorlichtingsdag van het schooljaar 1976-1977. Hij gaf ons toen in het magazijn van de bibliotheek een voorbeeldcollege over de uitdrukking ‘een verbond snijden’. Ik kreeg meteen desgevraagd van hem het advies mee om niet semitische talen te gaan studeren aan een rijksuniversiteit. Ik kon beter naar Kampen komen en daar het hoofdvak Oude Testament kiezen. Hij zou er dan wel zorgen dat ik ook Akkadisch zou leren.

Enthousiasme

De manier waarop Lettinga ons het Hebreeuws bijbracht zou ik willen typeren als: klassiek, met aandacht voor historische verbanden en Leidse zorgvuldigheid. Zijn pedagogische methode was even eenvoudig als doeltreffend: de belangrijkste dingen die je moest weten eindeloos herhalen, steeds in dezelfde strak geformuleerde zinnen. Het enthousiasme waarmee hij je bijvoorbeeld het alfabet uitlegde alsof hij het zelf tien minuten geleden geleerd had, deed de rest.

Naast Bijbels Hebreeuws en Akkadisch verzorgde Lettinga onderwijs in het Bijbels Aramees, het Syrisch (af en toe), Bijbelse Oudheidkunde (archeologie, geografie en geschiedenis van het oude Nabije Oosten) en Tekstgeschiedenis van het Oude Testament (sinds zijn aanstelling tot buitengewoon hoogleraar in 1970). De opsomming laat op zichzelf al zien hoeveel je van hem kon leren. Hij heeft een groot aandeel geleverd in mijn vorming tot oudtestamenticus.

Baälbeeld

Lettinga was niet alleen hoogleraar, hij zwaaide ook de scepter over de bibliotheek. Hij zorgde voor een goed geoutilleerde studiezaal op zijn eigen vakgebied: de Greijdanuskamer. Het is zeker mede aan hem te danken dat een oudtestamenticus ook tegenwoordig nog in onze bibliotheek snel de hand kan leggen op vrijwel alle boeken of artikelen die hij nodig heeft. Lettinga verrijkte het pand zelfs met fraaie afgietsels van monumentale inscripties en een heus Baälbeeld.

Al heel jong begon Lettinga met het publiceren van literatuuroverzichten voor de vereniging Ex Oriente Lux, dat de kennis van de beschavingen van het Oude Nabije Oosten wil overdragen op een breed publiek – iets waarvoor hij altijd een warme pleitbezorger was. Zijn belangrijkste publicatie is die van de Grammatica van het Bijbels Hebreeuws , eerst als herziening van de bestaande editie van Nat en Koopmans, later als een boek dat helemaal op zijn eigen naam stond. Er verschenen ook vertalingen in het Frans en het Duits.

De grammatica vormde met het bijbehorende Hulpboek het leerboek voor vele studenten Hebreeuws, aan verschillende instellingen in Nederland en daarbuiten. Dat was voor hen niet altijd eenvoudige kost, zo ervoer ik zelf tijdens mijn beginjaren als docent aan de TU. Aan het gebruik ervan kwam pas een einde rond de millenniumwisseling, toen Wolter Rose zijn eigen, veel modernere methode invoerde.

Stevig gesprek

Naast de grammatica heeft Lettinga in zijn latere jaren niet zo heel veel gepubliceerd. Behalve zijn zwakke gezondheid speelde daarbij – naar mijn inschatting – zijn perfectionisme een rol. Elk foutje moest verwijderd worden, geen komma mocht verkeerd staan.

Lettinga was iemand met een sterke overtuiging en duidelijke meningen. Die stak hij niet onder stoelen of banken. Na zijn afscheid uit de actieve dienst in 1987 gaf hij zijn opvolgers de ruimte om het op hun eigen manier te doen. Tegelijk bleef hij sterk betrokken bij allerlei ontwikkelingen aan de TU en liet zich daar in kritische zin over uit. Tijdens de breuk in de kerk van Kampen-Noord in 2004 liet hij duidelijk merken waar hij stond. Hij koos anders dan ikzelf. Maar toen we daar op zijn uitdrukkelijk verzoek een stevig gesprek over gevoerd hadden, was het ook goed. Het leverde geen blijvende schade op voor het onderlinge vertrouwen en de omgang met elkaar.

Tentamen om middernacht

Lettinga heeft na zijn emeritaat nog 34 jaar mogen leven, tot na zijn honderdste verjaardag. En dat terwijl de huisarts vroeger voorspeld schijnt te hebben, dat hij hooguit 25 zou worden. Menselijk gesproken heeft hij dit zeker ook te danken gehad aan de geweldige steun van zijn vrouw. Zij was zelfs bereid het Hebreeuwse alfabet met alle bijbehorende tekentjes te leren, zodat ze hem kon helpen met het maken van bibliografische aantekeningen. Verder wilde ze niet gaan, ,,want” – zei ze – ,,dan praten we nergens anders meer over”.

Ook de roostermakers van de Theologische Hogeschool hielden rekening met zijn bijzondere situatie. Hij gaf nooit college om half negen ’s morgens. Als er vroeg in de ochtend een mondeling eindexamen was, plaatste men zijn vak achteraan, zodat hij vlak voordat het zover was kon binnenlopen. ,,Lettinga nooit storen vóór 16.00 uur”: de ouderejaars studenten peperden ons dat in. De gevolgen voor onze slaagkansen zouden namelijk fataal zijn. Maar tentamen doen om twaalf uur ’s nachts was volgens de overlevering geen enkel probleem.

Het ging Lettinga bij al zijn werk uiteindelijk om het Woord van zijn God. Hij las dat met grote vreugde in het Hebreeuws en het Aramees. Hij gaf zijn leven aan de opleiding van verkondigers van dat Woord en liet daar andere mogelijkheden voor schieten. Hij deed zijn uiterste best om jonge mensen dat Woord in het origineel te laten lezen. Maar als dat niet zo goed lukte, liet hij hen toch door. Als ze maar hun best deden en hij vermoedde dat er ondanks dit mankement een goede dominee in hen stak. Want dat bleef het doel: het evangelie van zijn God en Vader dienen.

Een uitgebreidere versie van het in memoriam staat op de website van de Theologische Universiteit (TU) Kampen .

Dr. Gert Kwakkel is hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Kampen en de Faculté Jean Calvin in Aix-en- Provence