Arjan van den Os.

Discussie over vrouw in politiek verdient de stem van de Bijbel in al zijn concreetheid en gelaagdheid

Arjan van den Os. Foto: TUA/Melle Rozema

‘Een plompverloren beroep op de Bijbeltekst ‘de man is het hoofd van de vrouw’ is binnen een politiek debat onterecht’, schrijft nieuwtestamenticus Arjan van den Os.

De SGP-jongeren discussieerden de afgelopen weken over de plaats van vrouwen in de politiek. De dynamiek van het debat werd zelfs op sociale media zichtbaar. Tijdens hun ledenvergadering waren er drie moties ingediend die meer openheid voorstonden voor vrouwen binnen de partij, terwijl een andere motie wilde benadrukken dat de man het hoofd van de vrouw is en daarom de vrouw de politieke arena niet mag betreden. Uiteindelijk besloten de SGP-jongeren de motie aan te nemen die betoogde dat het gesprek rondom vrouw en politiek door moet blijven gaan.

Het is geen geheim dat SGP’ers al langer worstelen met het vrouwenstandpunt van de partij. De partij ervaart druk om artikel 7 van het beginselprogramma te veranderen. Artikel 7 betoogt dat op basis van de scheppingsorde de man het hoofd is van de vrouw. Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk.

Vanwege deze stellingname worden door de partij geen vrouwen op de landelijke kieslijst geplaatst. Sinds een verloren juridisch proces in 2013 zijn er echter wel praktische veranderingen op plaatselijk niveau te vinden. In ons land is er een vrouwelijk SGP-raadslid en een vrouwelijke SGP-wethouder. De roep om meer ruimte voor vrouwen in de partij wordt ook steeds sterker.

Kanttekeningen

Als zwevende kiezer heb ik niet echt recht van spreken. Als nieuwtestamenticus heb ik toch wel enige opmerkingen over het gebruik van het Bijbelse motief van ‘de man als hoofd van de vrouw’. Ik wil daar enkele kanttekeningen bij maken.

Allereerst moeten we de uitspraken van Paulus over ‘de man als hoofd van de vrouw’ wel plaatsen in hun literaire context. De letterlijke uitspraak ‘de man is het hoofd van de vrouw’ is helemaal niet bedoeld voor alle terreinen van het leven. Deze zin staat namelijk in de context van de eredienst en het gezin (1 Kor. 11:3; Ef. 5:23).

Gelijksoortige uitspraken van Paulus staan ook in heel andere contexten dan de politiek. Het is dus niet mogelijk om het statement ‘de man is het hoofd van de vrouw’ een op een toe te passen in het debat over vrouwen in de politiek.

Andere historische context

Ten tweede heeft de politieke toepassing die nu gegeven wordt geen oog heeft voor de historische context van de Bijbeltekst. Vrouwen hadden in de tijd van Paulus in het algemeen geen enkele waardigheid van zichzelf. Hun eer en naam ontleenden zij aan hun man.

Alleen vrouwen in de rijkere en invloedrijkere lagen van de samenleving hadden status. De man was letterlijk de baas, het hoofd van het gezin (de pater familias). Vrouwen speelden in het publieke leven nauwelijks een rol. Het huishouden was vaak de enige taak die vrouwen hadden. In later tijd ontstonden er meer (minimale) vrijheden op publiek en financieel gebied voor vrouwen.

Paulus’ uitwerking van de verhouding man-vrouw staat in het kader van toerusting en missionaire groei: hoe kunnen christenen gelovig zijn en blijven in een niet-gelovige omgeving? Dat is dus een heel andere context dan de context van de reformatorische subcultuur en onze samenleving. Vrouwen hebben allerlei taken en functies in het arbeidsproces en ook in de kerk. Een een-op-een-toepassing van bovenstaande tekst doet geen recht aan de hermeneutische spanning en kloof tussen toen en nu.

De vraag of vrouwen in de politiek mochten, was geen vraag in Paulus’ tijd. Daarnaast was zijn behandeling van de verhouding man-vrouw veel urgenter. Wat voor impact had het christelijk geloof op mannen en vrouwen en wat betekent dat voor hun plaats in de kerk en in het gezin? Paulus’ onderwijs over de relatie tussen mannen en vrouwen was toerusting voor een jonge kerk die helderheid en groei behoefde.

‘Hoofd zijn’ is niet ‘baas zijn’

De derde kanttekening die ik wil maken gaat over de inhoud van de Bijbeltekst. Wat bedoelt Paulus met ‘hoofd’? Het betekent in ieder geval niet ‘de baas zijn over’, want in 1 Korinthe 11:3 zou dat tot het idee leiden dat God de baas is over Jezus Christus. Paulus schrijft daar namelijk dat de man het hoofd is van de vrouw en God het hoofd van Christus.

Daarnaast zou het ook strijden met Jezus’ eigen dienst zoals die beschreven wordt in de evangeliën: Christus is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen (Mark. 10:45). Waarschijnlijk is ‘hoofd’ bij Paulus een complexe metafoor waarin gehoorzaamheid, representatie en regering samenkomen. Als we de uitspraak ‘de man is het hoofd van de vrouw’ plaatsen in het bredere geheel van Paulus’ visie op vrouwen, benadrukt Paulus door deze uitspraak vooral het onderscheid tussen mannen en vrouwen op basis van de schepping.

Paulus kan als het gaat over man en vrouw de categorie van regering echter ook volledig laten verdwijnen. Dat is bijvoorbeeld te zien in Galaten 3:28 wanneer hij het heeft over de positie van mannen en vrouwen tegenover Christus. Op het gebied van de verhouding man-vrouw kunnen voor Paulus regering en gelijkheid blijkbaar naast elkaar blijven bestaan.

Een plompverloren beroep op de tekst ‘de man is het hoofd van de vrouw’ is binnen een politiek debat in ieder geval onterecht. Er is geen politieke connotatie te bekennen in deze uitspraak van Paulus. Als de discussie over vrouwen in de politiek alleen gericht wordt op deze uitspraak doe je Paulus en de Bijbel onrecht. Deze discussie verdient de stem van de Bijbel in al zijn concreetheid en gelaagdheid.


Arjan van den Os is promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft deze blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.