Jongeren overnachten in Friese kerken: 'In Italië is een kerkgebouw heilige ruimte, maar hier mag je gewoon overal aanzitten'

Koud, onwennig en inspirerend. Zestien jongeren uit verschillende landen sliepen in de nacht van dinsdag op woensdag in Friese dorpskerken. Woensdagochtend reflecteerden ze na het ochtendgebed van Nijkleaster en een warme kop koffie op de onwennige nacht.

Woensdag spraken zestien jongeren uit verschillende landen in de Redbadtsjerke van Jorwert over de omgang met religieus erfgoed.

Woensdag spraken zestien jongeren uit verschillende landen in de Redbadtsjerke van Jorwert over de omgang met religieus erfgoed. Foto: Marchje Andringa

Niemand heeft fantastisch geslapen op de stretchers in de kerken, zo blijkt woensdagochtend. Maar stuk voor stuk vonden ze het ondanks de ontberingen ‘een ervaring’. „Je moet maar zo denken: het is een overnachting die je nooit meer zult vergeten”, vatte Hinne Wagenaar, pionier-predikant van Nijkleaster, de gevoelens optimistisch samen.

Summerschool van RUG

De jongeren nemen deel aan een internationale summerschool van Rijksuniversiteit Groningen over religieus erfgoed in Nederland. Maandagochtend begonnen ze met een rondleiding door het Amsterdamse museum Ons’ Lieve Heer op Solder, vrijdag eindigen ze de week vol lezingen en excursies ook weer in Amsterdam, bij de erfgoedopleiding Reinwardt Academy. Woensdag bezochten ze kerken in Fryslân en Groningen.

Het is een intensief programma: dinsdag kregen de studenten eerst lezingen en excursies in Amsterdam voorgeschoteld, waarna ze om vijf uur met de trein naar Leeuwarden vertrokken. Daarvandaan zijn ze per bus naar hun refugio’s gebracht in de kerken van Boksum, Blessum, Britsum, Peins, Swichum en Jorwert.

De waarde van een kerkgebouw

Woensdagochtend worden ze langzaam wakker. Dan komen de verhalen een beetje los. „Ik studeer middeleeuwse geschiedenis, het is heel bijzonder om deze kerken zo beter te leren kennen”, meent de Italiaanse Stella. Anderen beamen dat het een ervaring is om in zo’n oud gebouw te verblijven. „Ik realiseerde me opeens dat ik sliep op een plek die al meer dan achthonderd jaar oud is. Dat laat je het erfgoed echt ervaren.”

In de Redbadtsjerke van Jorwert spraken de jongeren over de omgang met religieus erfgoed, en over de problemen die zich daarbij kunnen voordoen: waar moet je in een seculariserende tijd rekening mee houden, waar ontstaat frictie, wat is de waarde van een kerkgebouw en wie bepaalt dat eigenlijk? Dat deden ze samen met de directeur van de Stichting Alde Fryske Tsjerken Hester Simons, professor Geschiedenis van het christendom Todd Weir (Rijksuniversiteit Groningen) en hoogleraar praktische theologie Henk de Roest (Protestantse Theologische Universiteit).

Zitten op het koor

Duidelijk wordt dat lokale tradities en gebruiken bepalend zijn voor de blik op een kerk. De Italiaanse Simone vertelt dat Italianen een kerkgebouw als heilige ruimte beschouwen. „Je mag daar niks aanraken, omdat het allemaal vastgelegde betekenis heeft. Hier is het vrijer. We zitten hier nu op het koor, dat is in Italië ondenkbaar. En ik heb gisteravond zomaar kaarsen aangestoken in deze kerk. Dat geeft een bijzondere beleving.”

In protestantse Friese kerken wordt veel minder betekenis aan religieuze en kerkelijke objecten toegekend dan in katholieke Italiaanse kerken, concludeert hij. Hinne Wagenaar onderschrijft dat. „Als een katholieke priester de kerk binnenkomt luidt hij om te beginnen de bel. In een protestantse setting is dat heel anders: een ouderling gaat mij voor bij een dienst, en geeft me een hand. Daarna mag ik beginnen. Niet het gebouw, maar de gemeente staat hier centraal.”

Verplicht naar de kerk

Simone benoemt ook de keerzijde van die lossere omgang met religieuze objecten, rituelen en gebruiken. „In Italië gaan jongeren zeker tot hun vormsel naar de kerk. Dat is belangrijk voor de vorming van de kinderen en het brengt ook leven in de religieuze gemeenschap. Dat ontbreekt hier”, concludeert hij.

Henk de Roest sluit in een lezing over zijn onderzoek naar de sluiting van kerkgebouw De Hoeksteen in Zwolle in 2011 bij dat onderwerp aan. Hij beschrijft hoe in Nederland een omslag heeft plaats gehad van een samenleving waarin plicht en dwang leidend waren naar een samenleving waarin de vrije keuze voorop staat. Die nadruk op vrije keus op ieder gebied - van elektriciteitsaanbieder tot levensbeschouwing - heeft de secularisatie in de hand gewerkt.

Verplicht meegaan naar de kerk is er in veel gezinnen niet meer bij. Gemeenschappen krimpen, kerken sluiten daardoor vaak de deuren. Te vaak, meent De Roest. „Ik denk dat het niet altijd nodig is; als er nog veertig mensen samenkomen kun je er ook voor kiezen de kerk open te houden.”

Vrije omgang met het gebouw

In landen waar de cultuur en daarmee ook de kerkelijke structuur hiërarchischer zijn, loopt het zo’n vaart nog niet met de secularisatie. De Georgische Nikoloz herkent zich in de verbazing van de Italiaanse Simone over de vrije omgang met het kerkgebouw. In zijn land is vrijwel iedereen gelovig, waarbij 84 procent van de Georgiërs lid is van de Oosters-Orthodoxe Kerk.

„In Georgië zijn kerken heilige plekken die je kunt bezoeken, en waar je in de omgeving kunt rondlopen. Maar als je de kerk binnengaat dan kom je in een heilige ruimte, die bedoeld is voor aanbidding. Dat is heel anders dan hoe er hier mee wordt omgegaan. Ik vond het wel een mooie ervaring om vannacht met een groepje in de kerk van Peins te slapen, maar het botst met mijn ideeën over hoe je met een kerk moet omgaan. Een kerk is Gods huis. Ik vroeg me gisteravond bijvoorbeeld af over wat voor zaken je mag praten in een kerkgebouw.”

Voor Nikoloz is deelname aan de summerschool een terugkeer naar Fryslân: tien jaar geleden studeerde hij in Leeuwarden. Zijn begeleider van destijds wees hem op de mogelijkheid deel te nemen. „Ik heb hier twee jaar gewoond, het is mooi om terug te zijn. Ik blijf na afloop van de summerschool nog een week langer in Nederland; het voelt echt als mijn tweede thuis.”