Eén groots, majesteitelijk, ongrijpbaar mysterie is de zee. Hein Stufkens: 'Wordt aan zee niet iedereen weer kind?'

Wordt aan zee niet iedereen weer kind? Wordt juist daar niet de kunstenaar in ieder van ons wakker, de dichter, de schilder, de fotograaf? Hein Stufkens beschouwt het ongrijpbare mysterie van de zee.

De zonsondergang van de zee is soms adembenemend mooi.

De zonsondergang van de zee is soms adembenemend mooi. Foto: Shutterstock

Als kind al, nog voordat mijn moeder de fiets bovenop het laatste duin had geparkeerd, buitelde ik opgewonden naar beneden door het rulle zand richting zee. En ’s avonds, voordat ik weer in het ijzeren zitje bij mijn moeder achterop ging, moesten mijn ouders me wegslepen omdat ik nooit klaar was met zwaaien en afscheid nemen van de zee, gehuld in de oranje gloed van de ondergaande zon.

Wordt aan zee niet iedereen weer kind? Wordt juist daar niet de kunstenaar in ieder van ons wakker, de dichter, de schilder, de fotograaf? En natuurlijk ook de vrijbuiter, de avonturier, de verzamelaar die door de knieën gaat voor schelpen, krabbetjes, haaientanden? En niet te vergeten de architect, die de mooiste zand- en luchtkastelen bouwt…?

Zee met goud

De zee doet ons dromen. Precies zoals onze dromen kan ze wondermooi en afschuwelijk zijn. En uiteindelijk is ze net zo ongrijpbaar.

De dichter Willem Hussem schreef:

de zon bestrooit de zee met goud

ik schep het in mijn handen op

het loopt tussen mijn vingers weg

als water

Aan zee loopt niet alleen het water maar ook de tijd tussen je vingers weg. Het is alsof die eindeloze zee je optilt naar een dimensie waarin een dag een eeuwigheid kan duren, een dimensie die ook tijdperken met elkaar verbindt en in elkaar doet overvloeien.

Zittend aan de kust zie je, als je je door die tijdloosheid laat meenemen, onder de golven de verdronken eilanden. En je ziet Romeinse legioenen voorbij varen, de drakenschepen van de gevreesde Vikingen aan de horizon opdoemen, admiraal Michiel de Ruyter op zijn vlaggenschip uitvaren uit de haven van Vlissingen, trotse driemasters van de VOC vol specerijen terugkeren uit nieuwe landen. En als je weer bij de tijd komt zie je vooral volgeladen containerschepen op weg naar de havens van Amsterdam en Rotterdam. En ook die zullen eens geschiedenis zijn.

Warme oceaan

De zee is ook onze moeder. Alle leven komt uit zee. Ze is één grote kraamkamer. Wij lijken meer op vissen dan we denken. Alles in ons lichaam, al onze organen hebben zich ontwikkeld vanuit dat wat leeft in de zee. En in de warme oceaan van de baarmoeder heeft ieder van ons die evolutie nog eens in sneltreinvaart aan den lijve ervaren.

Tegelijk is de zee één groot graf. De schelpen aan het strand getuigen daarvan, maar ook haaientanden en andere miljoenen jaren oude fossielen. En hoe talloos veel mensen heeft de zee in de loop der eeuwen al opgeslokt! Zeevaarders, bootvluchtelingen, vissers, soldaten, reizigers allerhande. Om nog maar niet te spreken over al het leven dat ze wegneemt als ze weer eens buiten haar oevers treedt. Daar weten ze in Zeeland en Zuid-Holland alles van. In 1953, bij de grote februariramp, bijna tweeduizend doden. Mensen. En een veelvoud aan dieren.

Spiegel

Eén groots, majesteitelijk, ongrijpbaar mysterie is de zee. Tremendum et fascinans , angstaanjagend en tegelijk zo vol magische aantrekkingskracht.

De zee is ook een spiegel, waarin wij mensen, onszelf kunnen herkennen – onze onpeilbaarheid, onze onvoorspelbaarheid, onze vitaliteit en schoonheid, de golfbewegingen en getijden van ons leven.

Niet voor niets treffen we in onze taal het beeld van de zee zo overvloedig aan: een zee van licht, van liefde, van tranen, een mensenzee, een huizenzee. Een zee van emoties, een stortvloed van woorden, een mer à boir , geen zee te hoog…

Symbool

Misschien heeft Carl Gustav Jung, de Zwitserse psychiater, ons wel een goede verklaring aangereikt voor hoe het komt dat wij mensen zo eindeloos worden geboeid door de zee.

Hij zei dat water het symbool bij uitstek is voor ons eigen onbewuste, voor al datgene wat er in de diepte van ons eigen wezen schuilt aan vergeten verleden, verborgen verlangens en oeroud weten.

Als we aan de kust zitten en de zee zien, misschien zitten we dan ook wel aan de oevers van onze eigen onmetelijke binnenzee en vangen we een glimp op van het mysterie dat we zelf zijn.

Hein Stufkens(1947) is schrijver/dichter, filosoof en leraar. In de zomerserie Zomergedachten staat hij stil bij woorden die met deze tijd te maken hebben. Dit is deel 7 (slot)