Eindelijk is er een boek over de geschiedenis van Tsjerkepaad. Gerrit Groeneveld is er blij mee: ,,Dit is een cadeau voor alle vrijwilligers, betrokkenen en bezoekers van de kerken in Fryslân."

In de Grote Kerk in Harlingen vindt zaterdagmiddag de opening van Tsjerkepaad 2021 plaats, de jaarlijkse openkerkenroute langs Friese kerken. Dan wordt ook het boek Het gevoel van Tsjerkepaad gepresenteerd.

Gerrit Groeneveld bij de Martinikerk in zijn woonplaats Bolsward.

Gerrit Groeneveld bij de Martinikerk in zijn woonplaats Bolsward. Foto: Simon Bleeker

Het is voor veel mensen - zeker in Fryslân - iets wat bij de zomer hoort. Dat je in de zomermaanden op de zaterdagmiddag even een bezoek brengt aan een Friese kerk. Je ziet een vlag buiten hangen en je weet: hier kan ik even naar binnen.

Sommigen hebben zo - fietsend, wandelend of met de auto - al heel wat van het kerkelijk erfgoed bekeken dat onze provincie rijk is. En voor toeristen die Fryslân bezoeken is het soms een hele verrassing ‘dat de kerk gewoon open is’. Zie daarvan de reacties in gastenboeken in kerken.

Bijzonder

Gewoon, dat is het eigenlijk niet. En voor Gerrit Groeneveld, voorzitter van Stichting Tsjerkepaad, voelt het ook altijd nog bijzonder. ‘Niet alleen zijn kerkgebouwen beeldbepalend en hebben ze veel cultuurhistorische schoonheid, ze versterken ook het gevoel van de gemeenschap. Mensen komen tot rust en op verhaal in een kerkgebouw. Daarom willen we ons er zo graag voor inzetten dat ze open gaan, zodat ze ook in de toekomst van betekenis kunnen blijven’, schijft de emeritus predikant uit Bolsward in Het gevoel van Tsjerkepaad .

Het is een 115 pagina’s tellend boek, van handzaam formaat waarin de geschiedenis van Tsjerkepaad wordt verteld, met veel foto’s, korte persoonlijke impressies, gedichten, het Tsjerkepaadliet, enzovoorts. Een boek dat iets laat zien van de ontwikkeling die Tsjerkepaad heeft doorgemaakt. ,,Tsjerkepaad is fan ús allegearre”, geeft Groeneveld uitleg bij de titel. Of je nu vrijwilliger, bezoeker of bestuurslid bent. Tsjerkepaad verwoordt een bepaald gevoel.

Te lezen is hoe in 2004 begonnen werd met 25 kerken in Súdwest-Fryslân en hoe er steeds nieuwe regio’s bijkwamen, tot de hele provincie meedeed: 250 kerken die vanaf de eerste zaterdag in juli tot en met de tweede zaterdag in september hun deuren openden. Hoe dat mogelijk werd gemaakt door vele honderden vrijwilligers in de dorpen en steden. Door plaatselijke commissies en de overkoepelende kerngroep. Het boek is een cadeau voor die vrijwilligers en betrokkenen, die er allemaal een exemplaar van zullen krijgen, vertelt Groeneveld. Dan zijn er tweeduizend van de vijfduizend exemplaren weg, denkt hij.

In bibliotheken

De overige drieduizend exemplaren komen te liggen in de kerken, waar bezoekers van Tsjerkepaad het tegen een vrijwillige donatie mee kunnen nemen. De opbrengst gaat naar de ontvangende kerk. Andere belangstellenden kunnen het boek ook bestellen (via de website ) en dan ontvangen tegen een vrijwillige bijdrage. En het zal liggen in bibliotheken in Fryslân.

Zo kunnen de lezers kennis nemen van ‘It ferhaal fan Tsjerkepaad’, hoe dat vorm kreeg, door de jaren heen. Waarom de formule nog altijd werkt? Volgens Groeneveld omdat er altijd continuïteit is geweest. ,,De gong is der yn bleaun.” Er viel wel eens een kerk af en er kwamen ook wel weer kerken bij, maar de duurzaamheid zat er in dat bezoekers wisten dat er een grote waarschijnlijkheid was dat kerken open gingen én bleven. Ieder jaar weer. En dat er steeds nieuwe activiteiten werden georganiseerd.

Het was dat wat Stichting Tsjerkepaad ook voor ogen had. In de vergadering van de Friese Raad van Kerken hield pastoor Jan Romkes van der Wal uit Bolsward in 2002 een pleidooi voor méér open kerken. Groeneveld, toen afgevaardigde namens de Protestantse Kerk, vertelde hoe hij had gezien hoe dat in Denemarken ging. Waar de kirke open was en ze werden gepresenteerd in een gids. Waarom zou dat niet kunnen in onze provincie waarin zoveel prachtige historische kerkgebouwen staan en de kerkdichtheid groter is dan waar dan ook?, aldus Groeneveld. Dat leidde tot het initiatief van Tsjerkepaad, dat van start ging in 2004.

Het Friesch Dagblad had als proef in de zomer van 2002 een voorzet gegeven. Er was op initiatief van toenmalig hoofdredacteur Lútsen Kooistra het idee bedacht van Tsjerke Iepen. In een bepaalde week in de zomer verscheen een artikel over een Friese kerk in de krant, en op de zaterdag die volgde was dat gebouw dan open. Friesch Dagblad -lezers vonden dat prachtig. Honderden kwamen er op af.

Het was dan ook niet onlogisch dat toen er groter gedacht werd, er een samenwerking kwam van de Friese Raad van Kerken, Stichting Alde Fryske Tsjerken - in de persoon van Ulbe Zwaga - en de krant, die toen nog de drukkosten van de Tsjerkepaadgids voor haar rekening nam.

Toen Tsjerkepaad de vleugels uitsloeg, met een eigen bestuur en nog weer later een stichtingsvorm (in 2010), werd er aangeklopt bij de provincie Fryslân. Die zorgde voor continuïteit door het verlenen van een jaarlijkse subsidie. Daaruit kon de (steeds) uitgebreidere gids worden betaald, maar ook bijvoorbeeld kosten voor activiteiten, zoals de wandelroutes en fietstochten die door de stichting georganiseerd werden. Naar schatting bezoeken jaarlijks nu gemiddeld zo’n 60.000 mensen de kerken.

Het archief opruimen

Toen er vorig jaar door corona geen Tsjerkepaad kon plaatsvinden, maar er wél subsidie was verleend, gingen de provincie en Stichting Tsjerkepaad om tafel, vertelt Groeneveld. Er was al langer de wens om een promotiefilm te maken en dat kon zo bekostigd worden. ,,Wy woenen graach ek in boek. Ik wie oan it opromjen mei it argyf en doe kaam ik sa’n soad materiaal tsjin. Der hawwe wy no fan brûkt. It is in hiel moai oersjoch.”

Het zal voor veel lezers zorgen voor herkenning. Aan het woord komt onder meer Frida Nauta, de ‘mem fan Tsjerkepaad’ wordt ze genoemd in het boek. Veertien jaar lang was ze de secretaris, die het contact onderhield met alle lokale kerkenraden. Een monnikenwerk. Tsjerkepaad ‘stal haar hart’, vertelt ze. ‘Geef je ogen de kost en ontdek de schoonheid van elke kerk en de verhalen daar omheen.’

Groeneveld is het daar mee eens. Tsjerkepaad gaat over gastvrijheid die je ontmoet als je een kerkgebouw betreedt. ,,Ik haw wol mear as hûndert tsjerken besocht yn de rin fan de jierren. Je kinne net sizze: dy tsjerke fyn ik de moaiste. Se binne sa ferskillend yn Fryslân.” De ene kerk heeft een orgel met een bijzondere klank, weer een andere heeft een preekstoel met uniek houtsnijwerk.


Logo en vlag

Of er worden mooie anekdotes verteld door de vrijwilligers die er een rondleiding geven. De ene Tsjerkepaad-bezoeker geeft er de voorkeur aan om zelf het gebouw te verkennen, een ander is juist geïnteresseerd om iets over de plaatselijke gemeente te horen. ‘Hoe giet it by jimme yn de gemeente?’ is een veelgestelde vraag. Zo zorgen de open kerken voor veel meer dan op het oog zichtbaar is. Er ontstonden ook nieuwe dingen. De bekende vlag en logo kwamen er in 2007 en in 2013 het Berne-Tsjerkepaad. Dat er nu ook een Jongeren-tsjerkepaad is, anno 2021, past in het streven om meer generaties bij het initiatief te betrekken.

Anneke van Mourik, gastvrouw in de kerk van Gaastmeer, zegt in het boek: ‘Tsjerkepaad is een van de wegen naar God (...) Ik kan u aanraden: kijk eens door de ogen van een bezoeker, en zie dan opnieuw Gods hand.’

Groeneveld hoopt in ieder geval nog tot 2023 in het bestuur te blijven. Dan zit zijn derde termijn er op ,,en wol ik it stokje trochjaan”. Hij kijkt uit naar de komende maanden. ,,It is moai dat it wer kin.”

De opening van Tsjerkepaad is zaterdagmiddag om 13.30 uur in de Grote Kerk. Dan wordt ook de nieuwe promotiefilm voor het eerst getoond. Gedeputeerde Klaas Fokkinga van de provincie Fryslân neemt het eerste boek in ontvangst.