Filosoof Erik Meganck zoekt naar nieuwe ontmoetingen tussen geloven en denken

Foto: FD

Als filosofie en theologie elkaar ontmoeten, kan er iets nieuws ontstaan, stelt Erik Meganck in zijn boek ‘Religieus atheïsme’. Hij benoemt dit nieuwe met een christelijke term: Advent.

Filosofie is nooit eenvoudig, maar wie het nieuwe boek van filosoof Erik Meganck (1962) in handen krijgt, heeft toch al snel een idee wat hier aan de orde is. Zijn boek heet Religieus atheïsme, en volgens de ondertitel gaat het om wat filosofen te zeggen hebben over ‘God en godsdienst’.

‘Het fascineert mij hoe wereldwijd het goddelijke blijft ter sprake komen, zelfs daar waar men het probeert te verstikken. De meest verstokte atheïsten blijven maar schrijven en roepen en discuteren over God. Die naam circuleert, misschien is dit een filosofisch verstaan van de openbaring.’ Deze prikkelende uitspraak van Meganck staat op de website van zijn werkgever: de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen en Humanisme in Antwerpen.

Het prettige van Religieus atheïsme is dat je al vrij snel merkt dat Meganck niet tot het type denkers behoort dat godsdienst onder het tapijt wil schuiven. Alsof de filosofie het nu eenmaal beter weet dan de theologie, dankzij glasheldere rationele argumenten. Meganck is iemand die aandachtig naar filosofen luistert, om te horen hoe het strikte rationele, beheersende denken op een grens stuit. Want daar ontstaat ruimte komt voor ‘het andere’. Zonder nu meteen bij traditioneel geloof uit te komen, legt Meganck deze ervaringen uit aan de hand van uitspraken van de apostel Paulus en andere kernwoorden uit de Bijbel en het christendom.

Meganck, die in zijn boek in gesprek is met twaalf moderne en postmoderne filosofen, stapt geregeld een kerk binnen, vertelt hij. Want daar raakt ‘het andere’ hem.

,,In een kerk kom ik best graag, zeker in een abdij. Uiteraard waardeer ik de ‘wereldse’ gedaanten ervan: de kunst, de architectuur. Daarin beken ik me dan katholiek. Ik laat me daar graag ‘betoveren’ door de duidelijke andersheid, die ik er aantref. Ik raak dan getroffen door iets wat heilzaam afwijkt van hoe het stadscentrum ons buíten de kerk overvalt. Dat zou je een katholieke ervaring kunnen noemen. Maar ik begrijp de protestantse reformatie ook goed wanneer zij inzet op een ‘zuiverder’ aanwezigheid van het goddelijke. Naar protestantse overtuiging wordt die goddelijke aanwezigheid juist krachtiger door de afwezigheid van al die wereldse verwijzingen.”

Het andere van de wereld

Meganck doelt hier op de keuze van de reformatie om een kerkgebouw kaal te houden, geen grote symboliek met beelden en afbeeldingen, en de bijbehorende wierookgeur. ,,Juist op die manier heeft het reformatorische geloof de ‘andersheid’ van het goddelijke willen respecteren. Wat van God gezegd of ervaren kan worden, gaat boven onze eigen denkbeelden uit. Maar ik speel het katholieke en protestantse niet tegen elkaar uit, het zijn allebei rake uitdrukkingen van het mooie adagium: ín de wereld maar niet ván de wereld. Meer filosofisch zou je kunnen zeggen: het gaat er niet om iets te ontdekken wat ánders is dan de wereld, maar om het andere ván de wereld.”

De kern van Megancks boek komt hierop neer: ook door filosofen wordt dat ‘andere van de wereld’ ontdekt, en daarmee komen zij in de buurt van de theologie. Je zou soms willen dat Meganck dit ook uitwerkt met het oog op de Bijbel. Wat ziet hij in Bijbelverhalen en in de christelijke theologie? Dat is niet afwezig in zijn boek, maar hij hoopt er veel breder over te schrijven in een boek waar hij nu nog aan werkt: Een filosoof leest de Bijbel .

Bij het idee dat er een ‘religieus atheïsme’ mogelijk is, zullen veel mensen nieuwsgierig opkijken. Als je het geloof vaarwel zegt en God voor niet-bestaand houdt, wil je vaak toch nog wel wat religieuze gevoelens vasthouden. Meganck kijkt daar kritisch naar: ,,Ik denk zeker dat mijn boektitel herkenning oproept. Maar de kans is groot dat lezers van die herkenning zijn genezen als ze mijn boek gelezen hebben. Ik verdedig namelijk een heel andere uitleg van atheïsme dan doorgaans wordt gehanteerd. Mij gaat het niet om een vage spiritualiteit die overblijft na het rationeel afscheid nemen van alle goddelijkheid. Ik mik juist op het goddelijke dat overblijft, als we het dominante rationele denken opzij hebben gezet. De structuren en systemen van het filosofische denken vat ik samen in de term ‘theïsme’. Dat slaat dus niet alleen op het traditionele geloof, maar misschien nog wel meer op het algehele idee dat we al denkend alles in de greep kunnen krijgen.”

Een Hoogste Zijnde

De term ‘theïsme’ moeten we goed begrijpen, onderstreept Meganck. Als hij dit kritisch benadert, gaat het dus om een manier van denken waarin de ratio allesbepalend is, en we de werkelijkheid in een grote greep menen te kunnen ‘vatten’.

,,Het theïsme waarover ik het heb, is een denkwijze waarin de zin van al wat bestaat wordt teruggevoerd tot één Hoogste Zijnde. Dat deed de filosofie al zes eeuwen voor Christus werd geboren. In de christelijke traditie is op zeker moment een soort huwelijk ontstaan tussen dat filosofische idee van een Hoogste Zijnde en het geloof in God. Dit heeft grote invloed gekregen in het christendom, dat valt niet te ontkennen. Iemand als de filosoof Nietzsche heeft stellig beweerd: ‘God is dood’. Wat hij daarmee bedoelde, was het ongeldig verklaren van het idee van een Hoogste Zijnde, dat vanuit ons denken vastgesteld kon worden. Die kritiek van hem slaat dus niét, of in elk geval niet uitsluitend, op de God van de Bijbel. Na Nietzsche kwam de filosoof Heidegger tot het vermoeden dat de zogenoemde ‘moord op God’ het denken juist dichter bij de ‘goddelijke God’ heeft gebracht.”

Je zou kunnen vermoeden dat Meganck het traditionele geloof, met de bekende bewoordingen in liturgie en symboliek, achterhaald zal vinden. Maar zo staat hij niet in deze discussie. Hij zoekt juist met welwillendheid naar een nieuwe ontmoeting tussen geloven en denken. Wat betekent dit dan voor mensen die graag naar de kerk gaan en, misschien heel traditioneel, vertrouwen dat hun leven in Gods hand is?

Meganck: ,,Als je ervan overtuigd bent dat jouw godsdienstbeoefening vooral een garantie betekent op eeuwig heil, dan heb je de les die Christus de farizeeën leest niet goed begrepen. Want het kan in geloven niet gaan om jouw eigen voordeel. Maar wanneer het geloof je de kracht geeft om anderen graag te willen zíen, dus zonder voorwaarden, dan heb je zijn les wellicht wél verstaan. Wat mij voor ogen staat, is een ‘open denken’, dat tevens een vertrouwen en een hopen is – ook van mens tot medemens. Die houding moet in staat zijn de tekenen van iets ‘anders’ te verwelkomen.”

Kritische fase

‘Iets anders’, dat kan ook een beetje vaag klinken. Maar het is duidelijk dat Meganck niet in clichés wil vervallen, en zeker niet in termen die het oude theïsme weer wind in de zeilen geven. Toch aarzelt hij niet om Bijbelse en christelijke woorden te kiezen, zoals in het slothoofdstuk. Daar komt Meganck met de Oudtestamentische aanduiding voor God: ‘de Naam’. Die Naam hebben we niet in de vingers, want: ‘de Naam is altijd van de orde van het toekomen, beloven, geven, genade.’ En even verderop: ‘Advent staat open voor wat komt’.

,,Ik zie momenteel de zoveelste kritische fase in de geschiedenis van het christendom”, zegt Meganck. ,,En die gaat samen met een belangrijke verschuiving in filosofie en theologie. Hoe dat gebeurt, probeer ik in mijn boek te laten zien. Als ik die twee samenbreng – de kritische fase waarin we zitten met het christendom en de toenadering tussen religie en filosofie - dan zie ik een mogelijkheid voor een levend christendom. De crisis van het christendom ligt niet aan haar boodschap, maar aan het rationele format waarin de kerk haar boodschap naar voren brengt.”


Religieus atheïsme. (Post)moderne filosofen over God en godsdienst. Erik Meganck. Uitgeverij Damon. 24,90 euro