Geloof wordt niet overgedragen, het wordt ontvangen

Waarom spreekt het christendom vandaag zo weinig jongeren aan? Dat is een vraag die Française Agnès Charlemagne, die vijf jaar in Nederland woonde, al meerdere jaren bezighoudt. In haar boek Je t’écoute. Petit guide pour transmettre la foi entre les générations reikt ze zeer concrete tips aan die volwassenen helpen jongeren te begeleiden in hun spirituele zoektocht.

Française Agnès Charlemagne probeert antwoord te krijgen op de vraag waarom het christendom zo weinig jongeren aanspreekt.

Française Agnès Charlemagne probeert antwoord te krijgen op de vraag waarom het christendom zo weinig jongeren aanspreekt. Foto: Vincent Delcorps

Alvorens haar boek open te slaan, valt het oog op de cover. Met enige verbazing lezen we: ‘Ik luister naar je’. ‘Een kleine gids voor de geloofsoverdracht tussen de generaties’, gaat de ondertitel verder. Kan het geloof dus worden overgedragen? ,,Die ondertitel is misleidend, een soort valstrik of eigenlijk zelfs een leugen”, lacht Agnès Charlemagne. ,,Het geloof wordt niet overgedragen, het wordt ontvangen, het is een genade, een geschenk.”

Vanwaar dan die ondertitel als die misleidend is?

,,Het was de keuze van de uitgeefster. Ze vertelde me dat al diegenen die ernaar verlangen hun geloof met hun kinderen of kleinkinderen te delen, die intuïtie met zich meedragen: we moeten het geloof doorgegeven opdat onze jongere een gelovige wordt. En met als volgende gedachte: als die jongere geen gelovige is geworden, dan is het mijn schuld. Vandaar de ondertitel die daarmee wel een goed uitgangspunt biedt door een probleem aan te geven. Dat trekt de lezer aan.”

Maar u bent niet akkoord met die ondertitel en had misschien liever een andere?

,,Persoonlijk had ik liever zoiets gehad als: ‘Anti-handleiding om de levende vlam van het geloof te ontvangen door middel van ontmoeting en dialoog.’ Te lang en niet aantrekkelijk. Tegelijkertijd richt het boek zich effectief tot mensen die hun geloof willen doorgeven en het is erg belangrijk die mensen ernstig te nemen zoals ze zijn, op de plaats te gaan staan waar zij zich bevinden. Dus ik heb niet per se een hekel aan deze ondertitel. Hij stelt ons in staat het verdriet te horen van ouders en grootouders wier kinderen het geloof niet aannamen. En dat is een niet te onderschatten fenomeen: niet alleen wordt het geloof niet overgedragen, maar daarbovenop weigeren en verwerpen de kinderen het.”

Welke boodschap wilt u meegeven aan al die ouders en grootouders die zich schuldig voelen over de mislukte geloofsoverdracht? Dat ze eerst moeten luisteren zoals de boektitel aangeeft?

,,In Frankrijk begeleid ik vormingen voor pastorale verantwoordelijken die in contact staan met jongeren. Ze zeggen vaak tegen me: ‘Als we niet zelf het woord nemen, zullen jongeren me vragen stellen. Ik heb echter geen theologie gestudeerd, ik voel me niet bevoegd die vragen te beantwoorden.’ Ons onderwijs is gericht op prestaties en succes. Een van de tekortkomingen in dat onderwijs is het idee dat er op elke vraag een antwoord is. Dat antwoord zou voor het kind dan weer de aanleiding zijn voor een volgende vraag. In feite maken we zo van wat een dialoog zou moeten zijn, een quiz. Jezus doet precies het tegenovergestelde. In het evangelie vraagt Hij aan de mensen: ‘Wat wil je weten? Wat kan Ik voor je doen?’ Het eerste hoofdstuk van mijn boek is getiteld: Shut Up. Dat is geen strategie, dat is gewoon hoe het werkt. Je moet zwijgen om over de ander te leren. En bovenal moeten we hen niet van antwoord dienen.”

,,Het antwoord geven, dat is de ander afleiden van zijn vraag. Dat geeft hem ons antwoord, maar niet het zijne. Het leidt hem af. Zijn vraag is de eerste stap van een wandeling. Het heeft geen zin te proberen jongeren mee te nemen naar het terrein van onze wandeling. Ze moeten hun weg gaan met hun vragen, niet onze weg met onze antwoorden.”

Jongeren moeten hun weg gaan met hun vragen, niet onze weg met onze antwoorden

Het komt er dus veeleer op aan de ander te begeleiden, hem uit te nodigen zelf op ontdekking te gaan. Moeten we het zo begrijpen?

,,Ik zou vooral willen zeggen dat we er moeten zijn. Allereerst en bovenal is er een vertrouwensrelatie nodig. Die wederzijdse houding van vertrouwen moeten we voeden en aanwakkeren. Dat is belangrijk: als ouders of grootouders een ondermijning van hun vertrouwen zien of een zich afzetten tegen hen ervaren, dan maken de meesten zich zorgen. Ze proberen dan de jongere toch te overtuigen: ‘Ohlala, je dreigt af te haken. Je moet absoluut zeker zondag met me mee naar de eucharistie.’ Wanneer een kind zich vragen begint te stellen, moet het te horen krijgen dat zijn of haar zoektocht spannend is. ‘Je werpt een leuke vraag op; het is het begin van een zoektocht die je heel ver zal brengen.’ We moeten ons kind ook bedanken: ‘Dank u, want dankzij u zal ik mezelf ook die vraag stellen.’ Het gaat er dus niet alleen om de jongere te begeleiden, maar ook om je door hem te laten begeleiden. Nu is het duidelijk dat kinderen in de 21e eeuw hun vragen op een heel andere manier formuleren dan hun ouders of grootouders in het verleden. Daardoor herkennen de ouderen er zich niet in. Ze hebben de indruk dat die vragen die opduiken, een soort weigering en afkeer zijn. Eigenlijk betreden de jongeren van vandaag hetzelfde huis als hun voorgangers, maar ze wandelen niet door dezelfde deur naar binnen.”

Waarom werkt wat in de twintigste eeuw werkte nu niet meer? Al moeten we ons misschien tegelijk ook afvragen of het wel werkelijk werkte in de twintigste eeuw…

,,Goede vraag. Iedereen kan daarover nadenken. In het verleden werden vragen altijd op dezelfde manier gesteld en werden de antwoorden altijd op dezelfde manier gepresenteerd. Dat was vaak ook zo in de catechese en de verkondiging, denk maar aan de catechismus met een vraag-antwoordstructuur. Die profilering met heldere vragen en antwoorden bevorderde wel een sterk gevoel van erkenning en identiteit: het frame was overal hetzelfde, met dezelfde objecten, dezelfde muziek, dezelfde voorbeelden... Omgeven door dat veilige referentiekader, maar door het afleggen van een persoonlijke innerlijke reis met eigen ervaringen, had eventueel een intieme vraag kunnen ontstaan. Maar degenen die die reis niet konden maken, hebben alleen het uitwendige kader behouden. Een omgeving die geruststellend en praktisch kan zijn. Maar dat was vooral een laagje vernis. De wereld van vandaag is niet meer dezelfde. We reizen zodra we ademen, we worden voortdurend geconfronteerd met verschillende mensen, culturen en religies... In de huidige wereld vinden we niet meer terug wat onze ouders ons hebben doorgegeven. Het oude, vertrouwde werkt dus niet meer.”

Als u de jongeren hebt beluisterd, wat wilt u hun dan zeggen?

,,Hoewel hun formuleringen veranderd zijn, zijn de vragen van de jongeren eigenlijk niet gewijzigd. Evengoed stellen ze zich vragen over geweld, oorlog, egoïsme, dood, kwaad, wonderen, liefde, trouw, de zin van het leven... Dat is heel basic.”

Denkt u dat het christendom jongeren nog kan aanspreken?

,,Laten we de vraag anders stellen: wat maakt dat het christendom – zo’n overvloedige en eeuwige bron van zingeving – geen enkele van de jongeren die ik ontmoet, aanspreekt? Dat is de vraag die we ons moeten stellen. We kunnen jongeren er niet van beschuldigen dat ze niet reageren op een bron die hun niet meer aanspreekt.”

De vraag stellen, is ze beantwoorden. Zegt u het maar waarom dat zo is.

,,Er spelen meerdere elementen mee. Ik denk allereerst dat de taal een kolossale barrière vormt. Het kerkelijke jargon bulkt van de onbegrijpelijke woorden. Denk aan barmhartigheid, verlossing, verrijzenis en opstanding. Daarnaast verwijst de kerkelijke taal sterk naar opoffering en lijden. Dat verkoopt niet erg hé! Dat ligt niet goed in de markt. Al evenmin als de woorden aantrekkelijk zijn, zijn de beelden dat: kijk naar Christus aan het kruis bijvoorbeeld. Als je gaat kijken naar het boeddhisme, zien de etalage en de inkom er heel anders uit. Daar is het in de eerste plaats een kwestie van overvloed. Natuurlijk, degenen die dieper graven, zullen beseffen dat de inspanning die nodig is om die overvloed te bereiken, immens is. Maar op het eerste gezicht zie je alleen wat aantrekkelijk is.

Bij het christendom word je meteen met zwaarwichtige onderwerpen geconfronteerd. Stap maar eens een doorsnee kerk binnen en bekijk wat het eerst in het oog springt.”

Als u bisschop was, welke maatregelen zou u dan nemen om het geloof aantrekkelijker te presenteren?

,,Ik zou mijn methode ‘Waar ben je?’ verder willen ontwikkelen en ruimer willen verspreiden.”

Die methode, om tieners te begeleiden bij hun innerlijke zoektocht, richt zich op het woord en de ontmoeting en vertrekt vanuit de realiteit van de jongeren. Charlemagne liet zich bij het ontwikkelen ervan inspireren door de Montessori-aanpak in het onderwijs.

,,Ik zie dat die methode vruchten afwerpt. We moeten ruimtes creëren die toelaten dat jongeren met hun vragen gehoord worden, vanuit het besef dat de eerste vraag leidt naar een tweede, en waar jongeren vervolgens luisteren naar de vraag van hun buren. Ze beseffen dan dat het mogelijk is om dezelfde vraag te stellen op diverse manieren. In feite zijn jongeren gepassioneerd over alle vragen, maar veel kwesties blijken een danig taboe dat ze er nooit over praten. Dus moeten we de weg vrijmaken en hun het woord geven. Hun krediet geven, hun vertrouwen geven; dat is het begin. Daarna moeten we het Woord van God aantrekkelijk maken. Dat is wat dat Woord ook hoort te zijn: de Bijbel, dat zijn verhalen die ’s avonds bij het vuur verteld moeten worden, zoals dat lang geleden gebeurde. We moeten uitgaan van de vragen van jongeren, voordat we hun laten zien dat hun vragen universeel zijn en dat alle beschavingen voor hen dat ook hebben gevraagd.”

Het gaat er niet alleen om de jongere te begeleiden, maar ook om je door hem te laten begeleiden

Gaat de geloofsverkondiging niet al zo te werk?

,,Helemaal niet! Overal waar ik kom, zie ik bisschoppen en priesters die beginnen met het Woord van God. Ze luisteren niet eerst, maar beginnen direct zelf te spreken. Vanaf dat moment gaan de oren dicht. Vooral omdat dat Woord van God wordt gepresenteerd als een verworven waarheid, terwijl het in de eerste plaats een symbolische zoektocht hoort te zijn. Jezus vraagt om te drinken of Hij wandelt op het water... Wat heeft dat te betekenen? Mijn ouders kunnen dat op een bepaalde manier vertalen, maar hun interpretatie kan niet die van mij zijn, laat staan die van mijn kinderen. Elke generatie moet eigen ondertitels schrijven bij die mythologieën. En dan moet je ook uitleggen dat het inderdaad mythologieën zijn. De bisschoppen hebben gelijk om de rite, de theologie en het Woord van God te behouden. Maar we moeten ermee aan de slag gaan en dat alles telkens actualiseren en recontextualiseren, zodat jongeren er de eigenaar van kunnen worden, zodat ze het zich eigen kunnen maken.”

Terzelfdertijd zie je vandaag toch niet weinig jongeren die houden van zekerheden en teruggrijpen naar oude vormgevingen. Eigenlijk stellen ze zich juist minder vragen dan hun ouders.

,,Eigenlijk zijn de volwassenen daarvoor verantwoordelijk. Aangezien ze de jongeren geen referentiekader hebben aangeboden dat ze zich konden eigen maken, hebben zij slechts het opgelegde kader zonder meer bewaard. Het is een fundamentele menselijke behoefte om veiligheid te zoeken. Het is daarom noodzakelijk een veilige omgeving voor het kind te creëren. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik zal er altijd zijn voor jou als je me een vraag wilt stellen. Ik praat graag met je.’ Dat is een vorm van veiligheid, maar van een andere orde dan: ‘Hier is waar je moet in geloven.’ Dan is er geen ruimte voor vragen en ook niet voor het je eigen maken van het aanbod. Er is geen worsteling mogelijk met de inhoud en dan gaat de vorm overheersen.”

Baart het u zorgen dat het christelijke erfgoed zo weinig wordt doorgegeven en dat de religieuze ontbossing voortgaat?

,,Ik maak me nooit ongerust. Onrust is de bron van veel mislukkingen. Daartegenover opent vertrouwen veel deuren. Het evangelie zal niet van de ene op de andere dag verdwijnen en er zullen altijd groepen zijn die zich rond het Woord van God verzamelen. Of ze nu gelovig zijn of niet. Het Woord van God zal altijd zijn werk doen. Je moet de heilige Geest vertrouwen, die heel goed weet hoe te reageren op onze queesten. Het is tijd dat we beseffen dat de heilige Geest niet alleen in de kerk werkzaam is. De Geest is er niet alleen voor de gelovigen. Misschien is die zelfs nog meer gericht op degenen die zichzelf geen christenen noemen. Nogmaals, dat is een fout die we niet mogen maken: bisschoppen moeten niet wachten tot mensen zichzelf gelovigen noemen om hen aan te spreken. Paus Franciscus nodigt ons uit naar buiten en naar de periferie te gaan. En dat niet om de buitenwacht en de periferieën te overtuigen, maar ter wille van de ontmoeting in die bruisende plaatsen van het leven. We moeten daar zijn waar het leven zich afspeelt en waar de existentiële vragen opborrelen. Daarom moeten we de mensen ontmoeten en beluisteren, hen nabij zijn en weten wat er leeft.”