Dit artikel is vandaag gratis

Als zo velen bij het christelijk geloof vandaan gegroeid zijn, heeft dat dan iets te maken met het sterke accent op ‘persoonlijk’ geloof en een ‘persoonlijk’ Godsbeeld? | Theologenblog

Dolf te Velde. Foto: FD

Het rapport ‘Buiten kerk en moskee’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft sinds de verschijning eind maart al heel wat kolommen en podcasts gevuld. De uitkomsten van het onderzoek naar religie en spiritualiteit in Nederland zijn niet alarmerend voor wie de trends al wat langer volgt. Tegelijk is er geen reden tot optimisme: het gat van de kerkverlating wordt minder dan gedacht gevuld door eigentijdse, ‘zoekende’ spiritualiteit buiten traditionele kaders. In plaats daarvan neemt het aantal atheïsten en agnosten duidelijk toe.

De uitdrukking uit het SCP-rapport die bij mij bleef haken, is ‘geloven in een persoonlijke God’. Binnen de brede opzet van het onderzoek worden hiermee traditionele vormen van godsdienstig geloof bedoeld, die God niet zien als een onpersoonlijke kracht, maar als een duidelijk van de mens onderscheiden en actief handelend wezen. Vanuit mijn eigen ervaring in de laatste paar decennia roept deze uitdrukking nog iets anders op. Onder orthodoxe christenen is steeds meer nadruk komen te liggen op het persoonlijke karakter van geloven: God is een persoon, die liefdevol en machtig op ons betrokken is, en door Jezus mogen wij in een persoonlijke relatie met God leven.

Velen zullen die ontwikkeling positief duiden: wat is er nu mooier dan persoonlijk geloof? Toch vroeg ik mij naar aanleiding van het SCP-rapport af of er ook een keerzijde is. Als zo velen in ons land bij het christelijk geloof vandaan gegroeid zijn, kan dit dan iets te maken hebben met het sterke accent op ‘persoonlijk’ geloof en een ‘persoonlijk’ Godsbeeld? Ik bedoel dit: als wij bij God vooral denken aan die dingen waarin Hij op ons lijkt en bij ons aansluit, dan komt God wel dichterbij, maar dan wordt Hij in zekere zin ook kleiner. Het is voorstelbaar dat mensen op een gegeven moment tot de conclusie komen: dan kan het ook wel zonder God. Als liefde, aanvaarding, bewogenheid en steun de voornaamste waarden zijn die God te bieden heeft, dan is veel daarvan ook in de onderlinge menselijke omgang verkrijgbaar.

Eigenschappen van God

Binnen de systematische theologie komen deze vragen aan de orde bij de zogenoemde eigenschappen van God. Er is flink debat gaande tussen pleitbezorgers van het ‘klassieke’ Godsbegrip met ‘metafysische’ kenmerken als eeuwigheid en onveranderlijkheid, en voorstanders van een meer ‘relationele’ invulling van het spreken over God. Volgens die laatsten is het gevaarlijk en onbijbels om filosofische begrippen voor God te gebruiken, zeker wanneer die aan de Griekse metafysica van Aristoteles zijn ontleend. Wie God is, kunnen we allereerst aflezen uit de concrete omgang die God met mensen aangaat en waarvan de Bijbel getuigt.

Ik denk dat deze tegenstelling onvruchtbaar is, en dat het juist van groot belang is om over God meer te zeggen dan dat Hij liefdevol en bewogen met ons omgaat. De ‘klassieke’ eigenschappen vormen geen bedreiging voor de realiteit van Gods omgang met mensen, maar maken die pas echt mogelijk en staan garant voor de duurzame kwaliteit ervan.

Juist het feit dat God niet opgaat in zijn verbintenis met mensen is goed nieuws: Hij heeft altijd meer te bieden, zijn liefde en zijn vermogen om met die liefde ons te bereiken zijn nooit uitgeput. In het tweede gedeelte van Jesaja komt dit op indrukwekkende wijze naar voren. Juist in zijn ‘grootmakende’ eigenschappen is de HEER uniek, boven alles verheven en boven alles te beminnen. Hierin verschilt God van de afgoden, die passen in wat wij wensen of bedenken kunnen. Met een ‘god’ in zakformaat ben je snel uitgepraat. Met de God van Israël, die met niets of niemand te vergelijken is (Jesaja 40:18), gaat de weg altijd verder.

Geloven wij in een persoonlijke God? Na de menswording van de Zoon van God kan het antwoord alleen een hartgrondig Ja zijn. Minder dan persoonlijk kan het bij God nooit zijn.

Tegelijk beseffen we dat God meer is dan hoe wij persoon en relatie invullen en beleven. Een week na Pasen (Johannes 20:19-31) kwam de sombere realist Thomas – het SCP-rapport zou hem bij de agnosten indelen – in de ontmoeting met de verrezen Christus tot die stamelende erkenning: Mijn Heer, mijn God!

De auteur is universitair hoofddocent Systematische Theologie. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Nieuws

menu