Dit artikel is vandaag gratis

George Stavorinus over de bijzondere band met zijn 'syn mame' Lien Postma: 'Als ik het interview met haar weer lees, dan emotioneert mij dat opnieuw'

George Stavorinus. Foto: Marchje Andringa

Het was een verhaal in het Friesch Dagblad dat destijds honderden reacties opleverde: het geloofsgetuigenis van Lien Postma-van der Heide uit Dokkum (80) die ongeneeslijk ziek was. Zoon George Stavorinus (56) uit Triemen blikt terug.

Het artikel verscheen op 9 juli 2005 in de krant. Drie dagen later overleed Lien Postma. Moeder van vijftien kinderen, 25 kleinkinderen en zestien achterkleinkinderen. ,,We noemden haar, op z’n Kollums, ‘mame’. Net zoals vader ‘pape’ voor ons was”, zegt George.

Hij weet nog dat zijn moeder destijds wel oren had naar een interview voor de krant. ,,Want ze wilde maar wat graag van haar geloof getuigen. We kregen daarna allemaal kaarten, uit heel Fryslân. Toevallig op de dag van haar overlijden, maar ook daarna. Ik heb die nog steeds. Af en toe pak ik ze en herlees ik die. Mensen schreven: ‘wat een bijzonder verhaal’, ‘het heeft mijn geloof zo’n boost gegeven’, ‘ik wens u Gods zegen toe in deze laatste tijd’. Die kaarten heeft ze zelf niet meer kunnen lezen, maar mensen werden door het artikel geraakt.”

Journalist Lodewijk Born over het interview uit 2005

Bijna 25 jaar werk ik bij de krant, maar als journalist is het interview dat ik in 2005 met Lien Postma had, mij het meest bijgebleven. Vooral omdat het zo puur was.

Ik zat als jonge dertiger bij iemand aan het bed die ging sterven. Die niet meer beter zou worden, omdat ze alvleesklierkanker had. Maar deze vrouw straalde een groot Godsvertrouwen uit. Iets wat je, zo kwam ik later pas achter, vaker ziet bij mensen die weten dat ze ‘mei it lêste eintjse’ bezig zijn.

Zo zei Postma tijdens dat interview: ,,Christenen zouden meer moeten genieten van het leven. We hebben zóiets kostbaars. Niet alleen voor de zondag maar voor elke dag van de week. We zijn door hem geheiligd. Dat betekent niet dat we heilig zijn. Het is elke dag weer een vallen en opstaan. Het is leven uit genade. Maar je mag weten dat je er met God nooit alleen voor staat.”

En: ,,Ik ben lid geweest van drie kerkgenootschappen: hervormd, pinkster en nu gereformeerd. God zal me echt niet vragen wat voor ‘kleurtje’ ik was. Het gaat om hoe je voor Hem hebt geleefd. God heeft die kerkmuren niet bedacht. Nee, die hebben mensen opgetrokken.”

Postma’s z oon George, toen 39, was bij dat gesprek. Nu, zestien jaar later, treffen we elkaar weer.

,,Ik spreek regelmatig ‘in kerken en op partijen’ zoals ik dat noem. Dan komt het interview ook wel eens ter sprake. ‘Hé, u heeft een bekend verhaal.’ Dan vertellen mensen mij dat ze het interview destijds hebben gelezen. ‘Ik heb het ook uitgeknipt en bewaard.’ Het was voor een heleboel mensen memorabel, niet alleen voor jou.”

,,Ik liet het artikel afgelopen november nog een keer lezen aan mijn dochter Kira. Onze kinderen hebben allemaal een verhuisdoos op zolder met dingen die ik voor hen bewaar, daar zit ook een exemplaar van het interview in.”

(In tranen:) ,,Als ik het lees, dan emotioneert mij dat weer. Dan denk ik: wat was het een mooi mens, een moordvrouw. Ik huil snel trouwens. Ik heb een vriend, Holocaust-overlevende Bob Meijer, die zei tegen me: ‘George, je hebt een mooi talent want je kunt met mensen meehuilen.’ Dus ik laat het nu altijd maar gebeuren.”

Fouten maken

,,Mijn moeder was niet een perfecte vrouw, ze had ook haar slechte kanten. Maar het was wel ‘myn mame’. Ze was iemand die liever geen conflicten wilde en daardoor zeg je wel eens a en b en ook nog c, terwijl je voor jezelf weet dat het best a mag zijn. Ze was soms te veel een pleaser en daarmee deed ze, denk ik, zichzelf tekort.”

,,Ik weet nog dat de publicatiedatum van het interview iets naar voren werd gehaald omdat ze snel achteruitging. Toen mame overleed, waren mijn broer, een zus en ik daarbij. In december hadden we nog feest gevierd met mame voor haar tachtigste verjaardag, onder de titel ‘Tachtig is prachtig’.“

,,Mame had een brief achtergelaten en had gezegd: ’Als ik er niet meer ben, kunnen jullie die openmaken.’ De brief was opnieuw een geloofsgetuigenis. Er stond in ‘dat je altijd kon kiezen voor Jezus en het daarvoor nooit te laat was’. Ze had precies opgeschreven hoe haar begrafenis er uit moest zien: de liederen, waar over gepreekt moest worden, enzovoorts. Daar hadden we het met de dominee over en die zei toen: ‘Waarom doen jullie de dienst niet zelf?’ Zo is het gegaan. Iedereen van de familie die iets wilde zeggen, kreeg de gelegenheid daartoe. Mijn broer en ik hebben de uitvaartdienst geleid. De kleinkinderen hadden allemaal vlaggen gemaakt en die stonden rond haar graf. Met teksten op tekeningen van de kinderen, zoals ‘oma, we houden van je’. Die vlaggen heb ik bewaard.”

Telefoonnummer

,,Mijn echtgenote Marja en ik hebben vier kinderen, van wie drie hun oma echt gekend hebben. Miloe, Noah en Kira. Onze jongste, Merle, was nog te jong. Of ik haar zelf erg miste na het overlijden? Ik heb wel een half jaar haar telefoonnummer gebeld. Wilde ik nog even iets delen. Ik maak nog een heleboel nieuwe herinneringen en die zou ik haar heel graag willen vertellen. Dat je trots bent op je kinderen bijvoorbeeld. Of dat je nog tegen je mame kunt zeggen: ‘Wat zijn ze goed in het kiezen van hun vrienden’.”

,,Miloe werd gedoopt als volwassene in baptistengemeente Nehemia in Dokkum en ik had zo graag gewild dat mame daar ook nog bij had kunnen zijn. Ik mocht zelf meedopen. Toen Miloe in het doopbad stond heb ik mama’s ‘ouwe bibel’ er nog even bij gepakt. Daarin stonden passende dingen onderstreept, en die heb ik voorgelezen. Het frappante is: in die bijbel van mame staan dingen die ik in mijn eigen verlepte blauwe Lerarenbijbel óók onderstreept hebt. Dat vind ik wel mooi.”

,,Mame werd zelf tijdens een tentcampagne van Jan Willem van Petegem in De Westereen christen. Een jaar later kwam pape ook tot geloof. Ik ben ook christen geworden en toen mijn kinderen kozen voor Jezus vond ik dat heel mooi. Het is iets wat in beweging is gezet door de keuze van mame. In deze tijd van Covid merk je: de wereld is niet maakbaar. Wat is het dan fijn dat je een anker hebt. Alles is onzeker, maar Jezus is zeker. (Stilte) Het doet me weer veel om hier over te praten, meer dan ik gedacht had.”

,,Ik ben godsdienstdocent aan het Lauwerscollege in Grijpskerk en aan het Bornego College in Heerenveen. Ik heb een uitgesproken mening en ben wel ‘aanwezig’, vinden sommigen. Ik ben geen evangelist op school, maar soms vragen leerlingen mij wel eens: ‘Hoe beleeft u dat geloof nu zélf, meneer?’ Dan vertel ik dat God voor mij een zekerheid is, maar ik heb ook niet overal dé antwoorden op. Een titel van een boek is Struikelend achter Jezus aan . Ik denk dat ik dat ook doe. Het mooie vind ik: je kunt altijd terugkomen bij God. Als je denkt ‘ik ben heel ver bij hem vandaan’, dan draai je je om en dan is Hij er, want God gaat nooit bij je vandaan.”

,,Ik heb afgelopen zomer het graf van mame nog helemaal opgeknapt. Minimaal één keer in de maand ga ik naar de begraafplaats in Kollum toe. Even netjes houden. Dat is ook een stukje respect, vind ik. Ze ligt bij pape begraven, wat ze graag wou.”

Bonusmoeder

,,Toen mame overleden was, was er leegte. Door een bijzonder toeval heb ik er ook iets voor teruggekregen . Na het dopen van mijn ouders leerden zij Keimpe en Joukje Hoekstra kennen uit De Westereen. Als kind kwam ik daar veel over de vloer. Ik raakte bevriend met hun zoon Auke. Ik ging ook met hen op vakantie naar Ameland en Terschelling. Ik haalde later, toen ik ouder was regelmatig nog een bakje koffie bij Keimpe en Joukje. Even bijkletsen. Op 1 april 2016 overleed Keimpe. Sinds die tijd is Joukje een bonusmoeder voor me geworden.”

,,We missen beiden geliefden. Zij haar man en ik mijn mame. We huilen samen, we lachen samen. We houden heel veel van elkaar. Bij Joukje is net als bij mame het glas altijd halfvol en anders schenken we ‘m wel vol. Dat we elkaar mogen kennen, dat koester ik. Ze is nu tachtig en ik denk dat als Joukje er niet meer is, ik dat ga ervaren wat ik toen ook bij mame voelde. Ze is een liefdevolle vrouw, een humoristische vrouw, open. Een gouden mens.”

,,Marja heeft haar pappa en mamma allebei binnen een maand verloren, in april 2016. Je weet dus wel van elkaar als levenspartners wat gemis is. Soms zit je aan tafel en dan komen de tranen. Omdat een van de kinderen iets zegt of dat je iets hebt klaargemaakt dat mame ook heel erg lekker vond. Ze was een levensgenieter. Ik bracht altijd wijn naar mijn moeder, want ze lustte wel een wijntje. Dat riep ik: de wijnboer is er weer!”

Cabrio

„Ik stel dingen niet meer uit. Vorig jaar heb ik een cabrio gekocht. Een MG uit 1998. Dat was altijd mijn droom. Als ik daar instap heb ik direct het TIONA-gevoel. Thuis Is Ook Niet Alles . Je stapt erin en het is alsof je op vakantie gaat. Ik leen ‘m ook wel uit. Je hebt een baan, je hebt geld, maar waar draait het om in het leven? Om delen. Om relaties, vriendschappen. Als je alleen bent, heb je het niet leuk in de tijd waarin we nu leven.”

,,Bij mame kwam op vrijdag - toen ze al weduwe was - vaak om zes uur een vrouw uit Doezum aan de deur. ‘Ding dong!’ Ik weet niet meer hoe ze heet, maar ze reed op een brommer. Ik denk een Zündapp of een Kreidler. Mame had niet veel. Te weinig geld om van te leven, te veel om dood te gaan. En dat met een huis vol monden die gevoed moesten worden. Maar ze zei niet, als dan zo iemand zomaar voor de deur stond: ‘Het past eigenlijk niet.’ Nee. ‘We gaan net eten, kom er in!’ Dan ging van iedereen een stukje van de gehakbal af. Mame heeft mij geleerd: hoe weinig je ook hebt, je kunt altijd delen. Veel waarden van mame die gebaseerd zijn op wat Jezus zei, probeer ik toe te passen.”

Hartstilstand

,,Ik ben vernoemd naar mijn vader George. Dat vind ik wel mooi, want hij stierf toen ik zeven jaar was. Aan een hartstilstand. Een broer van mij ging ook op die manier dood, op zijn 41e. Een andere broer heeft nu een steunhart, want zijn hart is verkrampt. Hij is ooit bijna overleden. Ze zeiden: ‘Hij is dood.’ Maar toen begon zijn hart plotseling weer te kloppen. Dat hadden ze bij het UMC in Utrecht eigenlijk nog nooit meegemaakt. Hij kan nu bijna alles weer. Behalve douchen, want dan krijgt hij een elektrische schok. En hij mag niet zwemmen. (Lachend:) Maar hij kan gelukkig zijn steunhart ‘opladen’ in de auto, dus hij hoeft niet onderweg ergens te stekkeren.”

,,Mijn vaders opa is doodgegaan toen hij 58 was, mijn pape ook op zijn 58e en ik ben nu 56 jaar. 58 wordt voor mij dus wel ‘een mijlpaal’. Eerst was dat 41, de leeftijd van mijn broer Hans. Dat heb ik gehaald. Ik gebruik wel wat pillen tegen suikerziekte, maar ben verder goed gezond.”

,,Ik heb een práchtig leven, een lieve vrouw, vier prachtige kinderen, meer vrienden dan mijn vingers kunnen tellen. Ik ben niet bang voor de dood en ik heb een heel groot verlangen om Jezus te ontmoeten. Maar weet je: ik wil niet dood. Nee, ik wil heel oud worden en heel lang bij mijn kinderen blijven. Maar meer voor hen dan voor mezelf. Ik wil óók graag opa worden, kleinkinderen zien opgroeien. Maar de dood is niet iets engs voor me. Als ik dood ga, weet ik al wat ik op mijn grafsteen wil hebben: ‘Ik ben naar huis’. Een plek waar alles oké is.”

Geen kalme reis

,,Het leven is niet altijd even makkelijk, vind ik. Relaties die kapot gaan, die je niet kunnen herstellen. Maar ook het veranderen van de maatschappij, de verharding. Het leven is heel mooi maar ook heel kwetsbaar. Je ziet dat ook met Covid. We willen heel graag dat er een soort middel komt waardoor we uit deze ellende komen. Alleen we moeten ons realiseren: it is here to stay.”

,,Mame zei altijd: ‘Het is niet een kalme reis die Jezus belooft, maar we komen wel ergens aan waar het goed is.’ Dat betekent niet dat je maar genoegen moet nemen met een rotleven, maar mame keek wel naar het positieve. Dat was haar instelling. Ik denk dat mijn moeder wel veel ouder dan tachtig had willen worden, maar ze was niet bang voor de dood. Net voordat ze overleed heb ik nog met haar gebeden. Ik vroeg toen mame, waar moet ik voor bidden? ‘Dat ik naar huis ga.’ Een paar uur later was ze dood. Het was goed zo. Je weet: ooit komt er een tijd van afscheid. Niemand hier op aarde heeft het eeuwige leven.”

,,Soms kijk ik naar de hemel. En zie ik mame daar zitten, bij haar Heer, op wie ze zo vertrouwde. En dan kijkt zij naar beneden, waar ik rond rijd in de cabrio. Ik weet dat mame dat prachtig gevonden zou hebben. Zo moeten we ook in het leven staan. Op God vertrouwend, met blijdschap.”

Nieuws

Meest gelezen