Dit artikel is vandaag gratis

Gods liefde voelt soms oncomfortabel en dat is precies de bedoeling: zodat het ons onrustig maakt en in beweging brengt

Arco den Heijer. Foto: FD

Afgelopen week organiseerde onderzoeksgroep Biblical Exegesis and Systematic Theology (BEST) van de Theologische Universiteiten van Apeldoorn en Kampen een conferentie over de liefde. Een actueel onderwerp in een tijd van polarisatie, waarin het bij allerlei thema’s steeds lastiger blijkt om mensen met een andere visie liefdevol te bejegenen.

Maar het ging niet alleen over de liefde tussen mensen, ook over de liefde van God. Die twee hebben alles met elkaar te maken: God gebruikt namelijk de beelden van menselijke liefde om uit te drukken hoe Hij mensen liefheeft. En dat gaat ver.

Zo vergelijkt de profeet Ezechiël Samaria en Jeruzalem, de hoofdsteden van het noordelijke en zuidelijke koninkrijk, met twee vrouwen die van jongs af aan onzedelijk leefden. De Heer trouwde met hen (‘ze werden de mijne’, Ezechiël 23:4), maar ze pleegden overspel met de Assyriërs en met hun vroegere minnaars uit Egypte.

God kreeg een afkeer van hen en zorgde ervoor dat de ‘minnaars’ van Samaria en Jeruzalem hen aanvielen, de kleren van het lijf scheurden en hun kinderen meenamen: de inwoners van Israël werden door de Assyriërs gedeporteerd, de inwoners van het Juda door de Babyloniërs. Door hun overspel hebben ze zich te schande gemaakt en daar zullen ze voor boeten. Het is de felle taal van de echtgenoot die niet met zich laat sollen.

Vasthoudend

Jeremia gebruikt vergelijkbare beeldspraak. Hij beschrijft Israël en Juda als zussen die overspel pleegden door andere goden te dienen. De Heer gaf hen een scheidingsbrief, verstootte hen vanwege hun overspel (Jeremia 3). In hoofdstuk 12 stelt God zelfs dat hij zijn ‘zielsbeminde’ is gaan haten.

Als een man van zijn vrouw scheidt en een ander trouwt, neemt de eerste man haar nooit meer terug. Het verbazingwekkende is echter dat de Heer ondanks alles Juda en Israël toch uitnodigt om terug te keren en schuld te belijden. Zo vasthoudend is God in zijn liefde voor zijn volk.

Sterk als de dood

Gods liefde is dus niet een abstracte eigenschap van God. God is jaloers, kan zijn geliefde haten, kan zelfs besluiten om zijn aandacht aan een ander volk te geven om de jaloezie van Juda te wekken en haar te bewegen terug te komen (Deuteronomium 32:20-21). Daaraan refereert Paulus wanneer hij zoekt te begrijpen hoe de redding van heidenvolken uiteindelijk ook Israël bij God terug zal brengen (Romeinen 10:19).

Hooglied zingt dat de liefde sterk is als de dood. ‘Haar vonken zijn bliksemschichten, vlammen van de HEER’ (Hooglied 8:6, Willibrordvertaling). Gaat dat over de liefde van God of de liefde tussen de mensen? Uiteindelijk over beide: het vurige verlangen dat een mens kan voelen voor een ander mens is een beeld voor Gods liefde.

Beweging

God, zoals Hij zich in de Bijbel laat kennen, is geen ver wezen dat in eeuwige rust zijn liefde uitstort over de mensheid. Hij wordt geraakt door wat mensen elkaar en de schepping aandoen en Hij reageert daar fel op. Dat voelt oncomfortabel, en dat is precies de bedoeling: zodat het ons onrustig maakt en in beweging brengt.

Garantie dat het met ons wel goed komt is er niet – alleen de hoop die we ontlenen aan de vasthoudendheid van Gods liefde, die werkelijk bovenmenselijk is.

Arco den Heijer schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Nieuws

Meest gelezen