Hein Stufkens: De zon als symbool voor de onuitputtelijke goddelijke Bron

De zomermaanden zijn een bijzondere tijd. Een periode om te ontspannen, nieuwe dingen te ontdekken, vrij te zijn. Hein Stufkens staat stil bij woorden die met deze tijd te maken hebben. Vandaag deel 4: de zon.

Zonsopkomst bij Hitzum.

Zonsopkomst bij Hitzum. Foto: Catrinus van der Veen

Zomer is doorgaans de tijd waarin zonaanbidders hun hart kunnen ophalen. En die zonaanbidders staan in een traditie die al millennia oud is.

De Grieken kenden de zonnegod Helios, die met zijn wagen met vurige paarden elke dag zijn weg langs de hemelboog aflegde. Ook voor de Romeinen was de zon goddelijk. Zij noemden hem ‘de onoverwinnelijke’. In het vaandel van de Romeinse legioenen stond een zonne-symbool: de arend.

Keizer Constantijn

In het jaar 312 was er een veldheer, Constantijn, die keizer van het Romeinse Rijk wilde worden. In de nacht voor de beslissende veldslag tegen de heersende machthebber kreeg hij een visioen. Hij zag het kruis van Christus, met daarbij geschreven: ‘In dit teken zult gij overwinnen’.

Omdat mensen in die tijd visioenen nog serieus namen, voorzag hij de vaandels van zijn legioenen onmiddellijk van dit kruis. En hij won de slag. Zo werd de vóór-christelijke zon vervangen door de christelijke. Dezelfde Constantijn maakte vervolgens als keizer het christendom tot staatsgodsdienst.

Dat was het begin van een proces van ontmythologisering: het begin van het einde voor alle goden en godinnen die tot dan toe de hemellichamen, de bomen en bossen, rivieren en bergen bewoond hadden. Maar in de harten van de inwoners van het Romeinse Rijk was er voorlopig weinig veranderd. Ook toen ze eenmaal gekerstend waren bleven ze, tegen alle kerkelijke verboden in, nog tot in de vijfde eeuw hartstochtelijk de zon aanbidden.

Zonnecultus

Ondanks haar pogingen de zon van haar goddelijkheid te ontdoen, heeft de kerk op veel manieren aangehaakt bij de bestaande zonnecultus. De twee grote christelijke zonne-feesten, Kerstmis en het feest van Johannes de Doper (24 juni), zijn gekoppeld aan de voorchristelijke feesten rond de winter- en de zomerzonnewende. En het beeld van ‘de onoverwinnelijke zon’ werd door de kerk overgenomen en gebruikt als symbool voor Christus, die de dood overwint en op paasmorgen stralend verrijst.

Maar vergoddelijking van de zon werd door de kerk als een vorm van afgoderij beschouwd. De zon is, zoals in Genesis wordt verteld, een door God geschapen licht aan de hemel. God heeft alles geschapen, maar staat zelf buiten of boven de schepping.

Die kloof tussen Schepper en schepsel kon alleen door de mystici overbrugd worden. Zij wisten uit ervaring dat het goddelijke vanuit de Bron uitstroomt tot in de verste hoeken van het heelal en dus ook in de materie en in onszelf aanwezig is. Zij namen de incarnatie (‘vleeswording’) van God serieus. En soms moesten ze dat als ketters met de dood bekopen.

Zonnelied

Wij hebben de zon ontmythologiseerd tot een hete brandende gasbol en een zeer bruikbare alternatieve energiebron. Maar zouden we de zon ook weer kunnen gaan zien als symbool voor het goddelijk licht dat ook in onze eigen ziel schijnt?

In de winter van 1224/1225 schreef Franciscus van Assisi, depressief, ziek en bijna blind, midden in de donkere nacht van zijn ziel, zijn Zonnelied . Daarin looft hij alle schepselen als zijn broeders en zusters, met als eerste ‘heer broeder zon’ als symbool van de Allerhoogste.

Zonnelied

1. Allerhoogste, almachtige, goede Heer, van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening. 2. U alleen, Allerhoogste, komen zij toe en geen mens is waardig U te noemen. 3. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen, vooral heer broeder zon, die de dag is, en door wie Gij ons verlicht. 4. En hij is stralend met grote luister. van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld

De zon is voor Franciscus de heer door wie God ons verlicht. Nadat hij zijn Zonnelied had geschreven kwam hij als een ‘verlicht’ mens naar buiten.

Misschien dat we op een zonnige zomerdag even een glimp kunnen opvangen van wat Franciscus zag: de zon als symbool voor die onuitputtelijke goddelijke Bron die ons met warmte en liefde koestert en ons met nieuwe energie vult. En misschien kunnen we dan ook onszelf even een zonnestraal voelen! Wél eerst even goed smeren met zonnebrandolie natuurlijk