Dit artikel is vandaag gratis

Het historische akkoord tussen Israël en Libanon verdient meer aandacht: het is een teken van hoop in onze wereld vol dreiging en geweld | Theologenblog

Eric Peels. Foto: TUA/Melle Rozema

In Libanon volgen bankovervallen elkaar steeds sneller op. In augustus gijzelde Bassam al-Sjeikh Hussein met een automatisch geweer en een fles benzine urenlang de klanten en het personeel van zijn bank in Beiroet. Een maand later bestormde een vrouw met een speelgoedpistool haar bank, ook in Beiroet.

Beide keren ging het niet om een beroving, maar om het opeisen van eigen spaargeld. Bassam had het nodig om de ziekenhuisrekening voor zijn doodzieke vader te betalen, en die vrouw om de kankerbehandeling van haar zus te financieren. Maar de banken hielden al zo lang het spaargeld van de Libanezen vast. Dramatisch, wat zich daar de laatste jaren afspeelt. Naast Egypte is Libanon het enige land in het kruitvat van het Midden-Oosten met een grote christelijke minderheid, des te meer verdient het onze aandacht.

Veel aandacht was er echter niet in de Nederlandse pers, toen vorige week het bericht binnenkwam over wat premier Lapid een ‘historisch akkoord’ tussen Israël en Libanon noemde. Na jaren onderhandelen lijken beide naties het nu eens te kunnen worden over de zeegrens. Meer nog: over de verdeling van de exploitatie van onderzeese gasvelden. Zodra het over gas gaat, lopen emoties op en dreigen conflicten, want dan gaat het over het grote geld en grote belangen. Daar weten we sinds dit jaar alles van, zeker nu met de winter voor de deur. In ons eigen land worstelen we met de geschiedenis van de Groningse gaswinning, die door de parlementaire enquête haarscherp wordt blootgelegd.

In staat van oorlog

Ondertussen gaan deze twee landen dus samen een conflict oplossen. En dat terwijl ze sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 in staat van oorlog met elkaar zijn, zonder officiële diplomatieke betrekkingen. Decennialang waren Israëlitische militairen actief in Zuid-Libanon, omgekeerd werd Israël vandaaruit door Hezbollah met raketten bestookt. Het is en blijft een permanent spanningsgebied, nog in 2006 werd er een oorlog uitgevochten.

Maar nu dan dit akkoord – heel bijzonder. Natuurlijk wordt het direct aangevochten. Aan Libanese zijde door Hezbollah, dat nauwe banden met Iran onderhoudt en Israël als aartsvijand ziet. Aan Israëlische zijde door nationalisten als oud-premier Netanyahu, die spreekt van de grote uitverkoop van Israëls belangen.

Hopelijk wordt het akkoord echter snel getekend, met winst voor beide landen. Voor Israël, omdat het langs deze weg weer een stapje verder uit het politieke isolement komt, na de Abraham-akkoorden uit 2020 met Arabische landen als de Emiraten en Bahrein. Elke brug die geslagen kan worden is er één. Winst is er nog veel meer voor Libanon, eens een welvarende natie met veel hoogopgeleide mensen, uit een smeltkroes van volken en culturen. Het land is nu vrijwel bankroet, de corruptie is verbijsterend, naar schatting werd het laatste jaar zes miljard weggesluisd naar het buitenland.

Inflatie

Wij Nederlanders maken ons zorgen over onze inflatie van 14,5 procent, in Libanon kampt men met een inflatie van 210 procent en leeft driekwart van de bevolking inmiddels onder de armoedegrens. Daarbij ving dit land ook nog eens massa’s Syrische vluchtelingen op, nu bijna een kwart van het inwonertal van Libanon. Een verschrikkelijke explosie in de haven van Beiroet in 2020 markeerde de neergang. Maar dit historische akkoord kan het begin van een weg uit de misère betekenen.

Eerder in de geschiedenis hebben Israël en Libanon een historisch akkoord bereikt: in de tiende eeuw voor Christus. Libanon bestond toen uit de stadstaten Tyrus en Sidon, later Fenicië genoemd. Koning David sloot een verdrag met Chiram, koning van Tyrus. Daarop stuurde deze vorst kostbare bouwmaterialen en technici voor de constructie van Davids paleis (2 Sam. 5:11). Later nog veel meer, hout en goud, ten tijde van koning Salomo, ten behoeve van het project van de tempelbouw in Jeruzalem (1 Kon. 5:1-18, 9:11,14). Omgekeerd ontving Chiram uit Israël voedselvoorraden en gebiedsuitbreiding (1 Kon. 5:11, 9:11). Van deze economisch-politieke alliantie hebben zowel Israël als Fenicië/Libanon veel profijt gehad. David en Chiram werden zelfs vrienden (1 Kon. 5:1).

Stel je voor dat de geest van het verdrag tussen Israël en Fenicië van dertig eeuwen geleden vaardig wordt over politici, militairen en economen anno 2022, in het verlengde van het nieuwe historische akkoord tussen Israël en Libanon. Dat het blijkt te gaan om ‘een wolkje als eens mans hand’ (1 Kon. 18:44). Wat hebben we daar diepe behoefte aan: een teken van hoop in onze wereld vol dreiging en geweld.

Eric Peels is hoogleraar Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten te Apeldoorn en Kampen.

Nieuws

menu