Hoe het christendom het Westen vormde

Dat het christendom iets is van een voorbije tijd, berust op een vergissing. Tom Holland, Brits historicus, laat in zijn nieuwe boek zien dat de westerse wereld tot op de dag van vandaag volop christelijk is. Heerschappij heet zijn boek. Het geeft een antwoord op de vraag hoe het christendom het Westen vormde.

Tom Holland, Brits historicus, laat in zijn nieuwe boek zien dat de westerse wereld tot op de dag van vandaag volop christelijk is.

Tom Holland, Brits historicus, laat in zijn nieuwe boek zien dat de westerse wereld tot op de dag van vandaag volop christelijk is. Foto: Tjerk de Reus

Ik ben geen filosoof, en ook geen prediker”, zegt Tom Holland (1968). ,,Ik probeer alleen uit te leggen hoe het christendom zijn stempel heeft gedrukt op de westerse cultuur.” Dit klinkt bescheiden, maar waarom zou hij dat zijn? In zijn omvangrijke boek over de invloed van christendom laat hij op véle manieren zien hoe waarden en opvattingen die we vandaag heel normaal vinden, gevormd zijn gedurende een proces van tweeduizend jaar christendom.

Het gaat over de Verlichting als uitvloeisel van het christelijke vooruitgangsdenken, over het ontstaan van de seculiere staat, over de MeToo-beweging en over de hekken die de Hongaarse president Orbán neerzette om de islam buiten de deur te houden. Ook zonder rechtstreekse christelijke motieven zijn maatschappelijke discussies vaak ondenkbaar zonder de vormende werking van het christendom. Alle reden voor Tom Holland om toch ook een stevige opinie ten beste te geven: ,,Als je denkt dat jouw moraal, je ethiek en je culturele vooronderstellingen van de Verlichting afkomstig zijn, geloof je in een mythe. Als je vindt dat je jezelf hebt bevrijd van bijgeloof en christendom - dan misleid je jezelf. Deze mythe is, paradoxaal genoeg, zelf ook christelijk.”

Wat Holland onaangenaam trof was de hardheid van de Romeinen. ‘Ze gaven ruim baan aan hardheid’

Tom Holland is geen onbekende. Hij wist de afgelopen jaren vele lezers te interesseren met prima leesbare boeken over het Romeinse Rijk, over de Perzen in de Oudheid en over ontwikkelingen in middeleeuws Europa. Op het omslag van zijn nieuwe boek prijkt de aanbeveling: ‘Van de auteur van Rubicon ’. Rubicon. Het einde van de Romeinse Republiek was het eerste boek van hem dat in het Nederlands werd vertaald, drie jaar na verschijning in Engeland. Zo’n vertraging is nu niet meer denkbaar. Holland is een internationaal gerespecteerd auteur geworden, wiens nieuwe boek meteen ook in diverse talen verschijnt. Vooral het thema daarvan baart opzien: hij spreekt het beeld tegen dat Europa vooral door de verlichting - de cultuurperiode die grofweg samenvalt met de achttiende eeuw - wordt bepaald. Seculiere denkers presenteren het graag op deze manier, maar Holland vindt dit een volstrekte misvatting. Wie wil verklaren waarom wij mensenrechten hooghouden, waarom we een scheiding hebben tussen kerk en staat en waarom we macht en geweld kritisch bekijken, moet bij het christendom te rade gaan.

,,Als kind ben ik christelijk opgevoed”, vertelt Holland. ,,Maar al heel vroeg had ik een veel grotere fascinatie voor de Romeinen dan voor Bijbelverhalen. Als ik als tienjarige had moeten kiezen tussen Jezus of Pontius Pilatus, was het de laatste geworden! Veel later begon ik, als volwassene, over de Romeinen te schrijven. Dat resulteerde in diverse boeken. Maar naarmate ik hen steeds meer onder de huid kwam, raakte ik ook van ze vervreemd. Ik vroeg me af: waarom ervaar ik hen zo? Waarom zijn wij zo anders dan zij?”

Ethische drijfveer

Wat Holland onaangenaam trof was de hardheid van de Romeinen. ,,Ze gaven ruim baan aan hardheid en wreedheid, ze hadden iets nietsontziends als het om het lijden van medemensen ging. Dat deden ze met een zekere onschuld. Ze hadden zelf geen probleem met hun grofheid en hardheid. Slaven die van de regels afweken, werden gruwelijk gestraft en volken die werden overwonnen werden afgeslacht. Nu ben ik niet naïef, ook wij zijn tot een vergelijkbare hardheid in staat. Maar die vormt voor ons dan wel een probleem. We ervaren het als diep immoreel, zulke gewelddadigheid. We nemen het liever op voor de zwakken en achtergestelden. Het is een uitdrukking van onze culturele identiteit dat we het willen opnemen voor gemarginaliseerde groepen als homoseksuelen en transgenders. In die bekommernis schuilt een diepe ethische drijfveer: dat iedereen er mag zijn en recht heeft op een eigen plek.”

De vraag waar een dergelijke waarde vandaan komt, bracht Holland bij het christendom. Hij maakte al zóveel studie van Oudheid en middeleeuwen, dat dit niet helemaal verrassend kon zijn. Maar hóé voltrok het zich, die vorming van de westerse cultuur door christelijke waarden, normen en overtuigingen? ,,Natuurlijk hadden ook de Romeinen een moreel besef, net als iedereen. Maar wat het christendom bracht, was iets compleet anders. Het lijkt de meest natuurlijke intuïtie van de mens te zijn, dat de sterken heersen over de zwakken. En precies dit heeft het christendom op z’n kop zet. Het kruis van Christus, het centrale symbool van het christendom, getuigt daarvan: God identificeert zich met de zwakken, níét met de machtigen.”

Een godsdienst voor íédereen

De omgekeerde werkelijkheid waar het kruis van Christus voor staat, is verbonden met twee baanbrekende ideeën. Allereerst: ‘Eersten zullen de laatsten zijn, laatsten de eersten’ - een uitspraak van Jezus. Dit houdt in: slaaf en keizer, grootgrondbezitter en soldaat - niemand kan zich verheffen boven een ander. Want elk mens heeft toegang tot de liefde van God, via de weg van nederigheid en berouw. Dit alles vormde - en dat is de tweede revolutionaire gedachte - een boodschap voor íédereen. Het christendom was dus een universele godsdienst, altijd en overal geldig. Ook dat was vreemd, in een wereld die bevolkt werd door lokale godheden. Maar als iedereen geschapen is naar het beeld van de ene God, die met alle mensen gemeenschap sticht - dan vallen grenzen weg.

,,Deze revolutionaire ideeën hebben bijna de gehele geschiedenis van de westerse wereld bepaald”, legt Holland uit. ,,Er is maar één regiem geweest dat deze basisaannames van het christendom expliciet wilde wegvagen: het nazisme. Het Russische communisme en, eerder, de Franse Revolutie waren juist schatplichtig aan het christendom. Ze vormen een echo van de oorspronkelijke christelijke revolutie. Maar dat geldt niet voor de nazi’s. Zij waren voluit modern, gefascineerd door een biologische kijk op rassen, maar ook buitengewoon aangesproken door de glamour en wreedheid van het oude Rome. Dat wilden ze terughalen en in praktijk brengen. Het zegt genoeg dat sindsdien het nazidom als vrijwel het enige morele taboe geldt. Fascisme is het ergste wat er geweest is, vinden wij. Waarom? Omdat de nazi’s de meest fundamentele aannames en de moraal van onze erfenis wilden wegvagen.”

Een nieuwe werkelijkheid

Dat het christendom vertaald kan worden in iets wat op den duur niet meer herkenbaar is als christelijk, wordt ook duidelijk in Hollands boek. Bijvoorbeeld bij de veelgeroemde verlichting, ofwel de Eeuw van de Rede, die het fundament zou zijn voor de moderne wereld. ,,Er is niets in de verlichting wat niet tot het DNA van het christendom behoort. De verlichters zeiden: met ons breekt een nieuw tijdperk aan, de duisternis wijkt, het licht breekt door. Maar precies dát dynamische beeld van een geschiedenis die iets nieuws voor ons in petto heeft, is gevormd door het christendom. In vergelijking daarmee zijn andere religies veel statischer, zelfs monotheïstische godsdiensten als de islam en het jodendom die verwant zijn aan het christendom. Kerngedachte van het christendom is het aanbreken van een nieuwe werkelijkheid, dankzij de Geest die mensen inspireert. Dat zal vanaf de Reformatie in de zestiende eeuw een enorme revolutionaire impuls geven. Maar ook als Bonfatius begint te evangeliseren in Friesland, in de achtste eeuw, is er de belofte van een nieuwe werkelijkheid voor de mens.”

Er is een aantal grote revoluties aan te wijzen, laat Holland zien in zijn boek, en een daarvan is de verlichting, als vervolg op de protestantse Reformatie. ,,Dat in de verlichting het christelijk geloof sterk bekritiseerd werd, is een kenmerkende paradox”, aldus Holland. ,,Want het vrije gebruik van de rede is juist ook gestimuleerd door kerk en christendom, niet het minst door het protestantisme.”

Paradoxaal zijn ook de uiteenlopende christelijke visies op de hedendaagse migratiecrisis. Uitgesproken christelijke leiders wekken soms de indruk zich rechtstreeks tégen het principe van naastenliefde te keren. De Hongaarse premier Victor Orbán kwam wat dit betreft het duidelijkst voor de dag: omdat zijn land christelijk is, zei hij, moeten vreemdelingen achter het hek blijven.

Orbán en Merkel

,,Orbán is, met zijn rigide standpunt, een erfgenaam van het christendom. Maar dat geldt ook voor Angela Merkel, de grote tegenspeler van Orbán in de immigratiecrisis. Merkels optreden wordt duidelijk bepaald door wat zij heeft meegekregen in haar christelijke opvoeding: haar vader was Luthers predikant. Merkel is geïnspireerd door de parabel van de Barmhartige Samaritaan. Orbán is president van een land dat vele eeuwen geregeerd werd door de Ottomanen. Hij weet hoe onvanzelfsprekend het christendom kan zijn en hij heeft behoefte aan eigenheid tegenover de islam. Daarmee is hij zeker ook een erfgenaam van de christelijke traditie. Want universalisme is mooi, maar als je je vijanden te veel liefhebt, kan het wel eens zo zijn dat er aan het einde van het liedje geen christen meer over is.”

Precies dezelfde spanning kent de Europese Unie als liberale waardegemeenschap, zegt Holland. ,,Het ideaal luidt dat alle mensen gelijk zijn, welke opvattingen ze ook huldigen. Vrijheid is het devies. Maar die liberale cultuur kan zichzelf ook om zeep helpen als het doorschiet in haar liberalisme: door kritiekloos te staan tegenover invloeden die haar waarden ondermijnen.”

Een boodschap heeft Holland niet, zei hij al. Hij wil ons de geschiedenis laten begrijpen. Maar als hij naar de toekomst van Europa kijkt, wil hij wel kwijt dat je in een situatie kun raken waarin de cultuur echt losgezongen raakt van het christendom. ,,Dan wordt de filosoof Nietzsche actueel, die zei dat er een morele leegte overblijft als religie zijn kracht verliest. Het fascisme, met verheerlijking van het recht van de sterkste, is dan een optie waar we nog nauwelijks een weerwoord tegen hebben. Een nieuw bewustzijn van de betekenis van het christendom is dan ook wenselijk, denk ik. Merkel zat er niet ver naast toen zij een paar jaar geleden zei, met het oog op maatschappelijke onrust over de immigratie: ‘Ga eens wat vaker naar de kerk en lees je Bijbel.’ Wie dat doet, zal niet alleen zicht krijgen op de diepe bronnen van de westerse cultuur, maar ook zichzelf beter gaan begrijpen.”