Hoe wordt iemand heilig in de katholieke kerk - en welke stappen heeft Titus te gaan?

Om heilig te worden verklaard in de Rooms-Katholieke Kerk moeten negen fases worden doorlopen. De Friese pater Titus Brandsma is een heel eind op weg.

Titus Brandsma in de jaren twintig.

Titus Brandsma in de jaren twintig. Foto: Nationaal Archief

Titus Brandsma (1881–1942) uit Oegeklooster bij Bolsward wordt gezien als een van de meest inspirerende karmelieten voor de hedendaagse wereld. Wereldwijd zijn kerken, scholen en straten naar hem vernoemd.

Na zijn zaligverklaring in 1985 was het wachten op de erkenning van een wonder. Nu die stap dichterbij lijkt te komen, wordt ook een mogelijke heiligverklaring actueel. De meeste van de negen vereiste fases heeft hij inmiddels doorlopen.

Fase 1: voortleven

Soms blijft iemand na zijn dood voortleven als heilige. Als dat geldt voor een persoon uit de Rooms-Katholieke Kerk, kan het bisdom waar hij of zij toe behoorde een onderzoek beginnen naar die heiligheid. Voorwaarde is dat een rechtspersoon – dat kan ook een organisatie of een parochie zijn – wil optreden als eiser voor een eventuele zaligverklaring. Die neemt ook de proceskosten op zich.

In het geval van Titus Brandsma is dit allemaal wel in orde. In de jaren dertig waarschuwde hij veel tegen de gevaren van het opkomend nationaalsocialisme. Ook tijdens de eerste bezettingsjaren bleef hij zich verzetten, vooral via onderwijs en journalistiek. Op 19 januari 1942 werd hij door de Gestapo gearresteerd. Via verschillende gevangenissen kwam hij uiteindelijk in concentratiekamp Dachau terecht, waar hij op 26 juli 1942 stierf.

Al snel na zijn dood betrokken mensen hem bij hun gebed, eerst in Nederland, later ook wereldwijd. In 1955 installeerde de Bossche bisschop Mutsaerts volgens het protocol een speciale rechtbank met het oog op een latere zaligverklaring van Titus. Karmel Nederland, de orde waar Titus deel van uitmaakte, neemt de kosten op zich. Dat kan oplopen tot 100.000 euro.

Fase 2: faam van heiligheid

Zodra de rechtbank is geïnstalleerd, wordt binnen het bisdom nagegaan of gelovigen de kandidaat-zalige als een heilige beschouwen. In het proces van Titus werd geconcludeerd dat dat wel het geval is.

Fase 3: dienaar Gods

Nu worden binnen het bisdom alle relevante bronnen verzameld en worden eventuele getuigen gehoord. Titus werd op 8 december 1957 aanvaard als ‘dienaar Gods’. Dat betekende dat het proces een vervolg kon krijgen in Rome.

Fase 4: uitblinken

Titus was vanaf dat moment kandidaat-zalige. Vanuit Rome ging de Congregatie voor de Heiligverklaringen na of hij uitblonk in de goddelijke en de zedelijke deugden. Een ‘advocaat van de duivel’ bood daarbij tegenwicht door de zwakke kanten van de zaak te belichten. Dat gebeurde in het geval van Titus zo goed dat er lang geen einde kwam aan deze fase. Pas nadat Karol Wojtyla in 1978 was gekozen tot paus Johannes Paulus II kwam er weer schot in de zaak.

Fase 5: zoeken naar wonderen

Vanaf dat moment mag Titus ‘eerbiedwaardige’ worden genoemd. De Congregatie gaat na of er sprake is van eventuele wonderen. Op 22 mei 1984 rondde de Congregatie dit onderzoek af.

Fase 6: advies

Op basis van het slotdossier brengt een commissie van bisschoppen en kardinalen advies uit aan de paus. Om zalig te worden verklaard waren destijds twee wonderen nodig (tegenwoordig volstaat één wonder). Die waren er in het geval van Titus niet, maar het staat de paus vrij dispensatie te verlenen voor de vereiste wonderen. Daarbij helpt het als de kandidaat-zalige een martelaar is, zoals bij Titus het geval is. De commissie adviseerde derhalve Titus zalig te verklaren op grond van zijn ‘martelaarschap voor het geloof’.

Fase 7: zaligverklaring

Paus Johannes-Paulus II verleende inderdaad dispensatie voor de twee vereiste wonderen. Op 3 november 1985 volgde Titus’ zaligverklaring in Rome.

Fase 8: een wonder

De heiligverklaring is een mogelijk vervolg op de zaligverklaring. Daarbij is een belangrijke vereiste dat er na de zaligverklaring ten minste één bewezen wonder is gebeurd op voorspraak van de kandidaat-heilige. Die stap is nu bijna gezet met de genezing van pater Michael Driscoll, die volgens artsen niet wetenschappelijk te verklaren is. Vaticaanse theologen moeten nog beoordelen of dit als een wonder mag worden bestempeld.

Fase 9: heiligverklaring

Na eventuele erkenning van het wonder, kan naar de heiligverklaring worden toegewerkt. Alle betrokkenen in Nederland zijn zeer terughoudend in het uitspreken van hun hoop daarop: het Vaticaan leest mee en is er niet van gediend als al wordt gesproken over een ‘voorgenomen heiligverklaring’ of een ‘te verwachten heiligverklaring’.