Houvast vanuit vertrouwen

Voor het essay van Maand van de Bijbel, die morgen begint, schreven de scriba van de Protestantse Kerk Nederland, dominee René de Reuver, en de bisschop van Den Bosch, Gerard de Korte, elkaar brieven over vijf thema’s: ‘houvast’, ‘eeuwig’, ‘samen’, ‘vasten’ en ‘schepping, licht en donker’. Die brieven zijn gebundeld in het boek Houvast. Zoeken naar de bron van hoop. In deze voorpublicatie staan de eerste brieven die De Reuver en De Korte aan elkaar schreven.

Voor het essay van Maand van de Bijbel, die gisteren begon, schreven de scriba van de Protestantse Kerk Nederland, dominee René de Reuver (links), en de bisschop van Den Bosch, Gerard de Korte, elkaar brieven over vijf thema’s.

Voor het essay van Maand van de Bijbel, die gisteren begon, schreven de scriba van de Protestantse Kerk Nederland, dominee René de Reuver (links), en de bisschop van Den Bosch, Gerard de Korte, elkaar brieven over vijf thema’s. Foto: FPA

Waarde bisschop, beste Gerard,

We kennen elkaar al vele jaren. In onze studententijd kruisten onze wegen elkaar al in de Uithof. Als katholieke en protestantse studenten volgden we voor een deel dezelfde colleges. Wie had toen kunnen denken dat we elkaar jaren later zouden treffen, jij als bisschop van Den Bosch en ik als scriba van de Protestantse Kerk. En nu schrijven we elkaar brieven. Niet over kerkelijke kwesties, maar over hoe de Bijbel ons in deze coronatijd tot steun is. Brieven waarin we ons een beetje in de ziel laten kijken. Bevindelijke brieven dus. Van huis uit leerde ik dat geloof ‘een voet te hoog’ kan zitten. Daarmee wordt bedoeld dat geloof niet alleen iets is voor het hoofd maar ook het hart moet raken. Ik ben blij dat ik deze wijsheid van huis uit heb meegekregen. In deze brieven deel ik graag met je hoe de Bijbel in deze verwarrende tijd mijn geloof voedt. Ik ben benieuwd naar jouw reactie, naar hoe jij dit persoonlijk ervaart. Hopelijk is onze uitwisseling herkenbaar en stimulerend voor meelezers.

We leven in bizarre tijden. Deze eerste brief schrijf ik terwijl we in een bijna volledige lockdown verkeren. We mogen nog maar twee mensen per dag thuis ontvangen. Theaters, musea, restaurants en cafés zijn dicht. In de kerk mogen we slechts onder strenge voorwaarden met dertig mensen samenkomen. Binnenkort mag ik mijn kleindochter dopen, maar slechts een paar familieleden en vrienden kunnen deze feestelijke dienst bijwonen. Elkaar na de dienst in de kerk of thuis ontmoeten, is niet mogelijk.

Iedereen, wereldwijd!, ervaart de gevolgen van de pandemie en de impact van de beperkingen. Gewoonlijk ontmoet ik in een week veel boeiende mensen met als hoogtepunt de ontmoeting met velen op zondag in de kerk. Al maandenlang is dit anders. Ik breng de dagen grotendeels door op mijn kamer, voor het computerscherm. En op zondag sta ik voor een camera met slechts een paar mensen in de kerk en een groepje gemeenteleden dat de liederen zingt. Het is noodzakelijk, want als we dit niet doen, slaat het virus ongenadig hard toe. Het is dus niet anders. Maar ik word wel een beetje treurig van de onzekerheid en alle beperkingen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen de moed verliezen en depressief worden.

Juist als het stormt, als alles wankelt en niets meer zeker lijkt, komt het aan op houvast

Wat houdt mij nu in deze donkere coronatijden op de been? Welke passage uit de Bijbel geeft me in deze tijd houvast? Goeie vragen. Immers, juist als het stormt, als alles wankelt en niets meer zeker lijkt, komt het aan op houvast.

Een Bijbelboek dat mij juist in deze tijd bemoedigt en houvast geeft, is het boek van de psalmen. Herken je dit? Van huis uit ben ik met de psalmen opgegroeid. Op de basisschool moest ik elke week een berijmd psalmversje uit mijn hoofd leren. Ik heb er nog steeds plezier van. Het bijzondere van de psalmen, vind ik, is dat het hele leven aan de orde komt. Vaak zelfs in één psalm. De dichters maken van hun hart geen moordkuil. In willekeurige volgorde schreeuwen ze vanuit de diepten om gehoor en redding, verwoorden ze een diep vertrouwen op God en barsten ze uit in een uitbundige lofprijzing. En dat terwijl de feitelijke situatie van de dichter niet wijzigt. Het doet mij goed om zo te reflecteren op het leven van elke dag. Het geeft mij houvast.

Graag deel ik een voorbeeld met je: Psalm 31. Deze psalm reist al lange tijd met mij mee. In de tijd dat ik gemeentepredikant was, heb ik dikwijls met gemeenteleden verzen uit deze psalm gelezen, bijna altijd in crisissituaties. In de vertaling van 1951 van het Nederlands Bijbelgenootschap staat boven dit lied Gebed in nood . Ellende, ontreddering, angst, eenzaamheid, hoon én vertrouwen wisselen elkaar af. Aan het kruis citeert Jezus juist deze psalm als Hij roept: ‘In uw hand beveel ik mijn geest’ (vs. 6, zie: Lucas 23:46).

Wat mij in deze onzekere coronatijden in het bijzonder aanspreekt, is, dat de dichter schreeuwt om erbarmen omdat hij in nood verkeert. Velen herkennen het in deze onzekere tijd. Het leven van de dichter vergaat in kommer en zuchten, juist ook door zijn eigen tekort. Je eigen tekort, daar waar je zelf schuldig aan bent, knaagt dat niet het sterkst aan ons?

De dichter voelt zich in de steek gelaten en bespot. Niemand die zich om hem bekommert. Hij klaagt: ‘Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart, afgedankt als gebroken aardewerk’ (vs. 13). Hoe alleen en afgedankt kun je je als mens niet voelen? Zeker ook in deze tijd waarin het lastig is om elkaar op te zoeken en je nauwelijks echt ontmoetingen hebt met anderen.

De dichter van de psalm vermoedt bovendien dat anderen hem naar het leven staan. Of dit een idee is in zijn hoofd of dat het werkelijkheid is, doet er niet zoveel toe. Alles wankelt. Hij is zijn leven niet meer zeker. Juist in deze tijd herken ik deze existentiële worsteling. Zeker als ik bedenk dat het coronavirus, maar ook andere crises, mijn leven zomaar kunnen verwoesten. Vermoedelijk ben ik niet de enige die dit herkent. Hoe ervaar jij dit?

Hoe verstikkend de nood van de dichter van dit lied ook is, toch wordt het geen wanhoop. Het laatste en diepste houvast van de dichter is God. Hij noemt Hem, bijna liefkozend, ‘mijn God’. ‘Mijn tijden zijn in uw hand’ (vs. 15, 16), zo belijdt hij. Het gaat hier niet om een bepaalde kloktijd, maar om de tijden, de situaties van het leven. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst klinkt het nog sterker: uw hand, mijn tijden. De Nieuwe Bijbelvertaling (2013) vertaalt: ‘in uw hand liggen mijn lot en mijn leven’. Onder mijn levenslot, mijn leven met alle hoogten en diepten ligt de hand van God. Dit houvast is geen wiskundige formule, geen rationele zekerheid, maar geloofsvertrouwen. Houvast is voor mij geen verzekering ( securitas ). Mij kan van alles overkomen en soms ben ik de zekerheid kwijt. Mijn houvast komt voort uit vertrouwen ( certitudo ) dat er Eén is die mij niet aan mijn lot overlaat, maar in liefde draagt.

Ik vind het ontroerend dat de dichter na die stoere uitspraak over God die zijn leven draagt, ineens uitroept: ‘red mij!’ Vertrouwen is voor hem geen garantie dat hem niets overkomt, maar een vertrouwd adres waar hij een appel op kan doen. In het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam staat bij de ingang Psalm 31 vers 16 in een steen gebeiteld: ‘Mijn tijden zijn in uw hand, red mij’! Als houvast voor ieder die het ziekenhuis binnengaat.

Ik ben benieuwd naar jouw reflectie op houvast.

In geloof verbonden,


René

Beste scriba, beste René,

Dank voor jouw brief. Inderdaad studeerden wij in de jaren tachtig van de vorige eeuw op de Uithof. Wij worden, ik zeg het met een knipoog, oud. Ik kijk met dankbaarheid op mijn studie terug. De nauwe samenwerking van de Rijksfaculteit en de Katholieke Theologische Hogeschool (later: Universiteit) bracht protestantse en rooms-katholieke theologiestudenten dicht bij elkaar. Ik herinner mij nog goed de gesprekken tijdens de lunch met studenten vanuit de Gereformeerde Bond. Degelijke, rechtzinnige studenten die ik van huis uit helemaal niet kende. En natuurlijk kwam ik in contact met protestantse docenten en studenten die sterk waren geraakt door de theologie van Karl Barth. Voor mij ging een nieuwe wereld open. En ik mocht als priesterstudent de rijkdom van de protestantse traditie meer en meer ontdekken. Op de eerste plaats denk ik dan aan de grote liefde voor de Heilige Schrift. Ik weet nog goed dat met name Bonders hoge cijfers haalden voor Hebreeuws. Voor hen was het lezen van de Schrift in de grondtaal een sensatie die ik als rooms-katholiek zo niet kende.

De grote betekenis van de Bijbel was bij mij al eerder gegroeid. Jij weet dat ik na mijn middelbare school eerst geschiedenis ben gaan studeren. Toen ik op de Uithof in 1980 theologie ging studeren, was ik al afgestudeerd als historicus. Voor mijn geloof is dat van uitermate grote betekenis geweest. Door de geschiedenis werd ik geconfronteerd met belangrijke vragen: Wat is de zin van de geschiedenis? Wat is de zin van mijn eigen leven? Waarom is er zoveel kwaad? Hoe moet ik omgaan met de dood? Deze vragen werden door de geschiedenisstudie opgeroepen en brachten mij meer en meer op het terrein van de filosofie en theologie. Maar ik ging, eigenlijk best uitzonderlijk voor een katholiek, zelf de Bijbel lezen. Met name de brieven van de apostel Paulus en het evangelie naar Johannes hebben mij toen geraakt. Ik kwam meer en meer tot de ontdekking dat in ons geloof alles draait om een relatie. John Henry Newman, de grote kardinaal uit de negentiende eeuw, heeft dat prachtig verwoord: Christianity is a relationship . Het gaat om de boodschap van Gods onvoorwaardelijke liefde in Jezus Christus. De ontdekking dat ik mag leven in vriendschap met Christus was mooi en gaf (en geeft) mij een diepe vreugde. Tegen die achtergrond kan ik je helemaal volgen als je schrijft dat geloof niet alleen iets is van het hoofd, maar juist ook van het hart.

Eucharistie vieren

Wij leven inderdaad in een nare en lastige tijd. Een onzichtbaar virus houdt de wereld in de greep. En de gevolgen zijn groot. Medisch, sociaal en economisch. Hier in Brabant was de eerste golf van de pandemie extra hoog, en bovengemiddeld veel mensen raakten besmet en stierven. Inmiddels zitten wij in de tweede golf. Eenzame mensen zijn vaak nog eenzamer, en meer en meer worden ook de economische gevolgen duidelijker. Mensen verliezen hun baan en nogal wat bedrijven – hier in het Bourgondische ’s-Hertogenbosch denk ik dan heel bijzonder ook aan de horeca – komen in de problemen. Alles bijeen geeft de coronapandemie veel zichtbaar maar ook verborgen verdriet.

Veel van wat jij beschrijft over de pandemie kan ik herkennen. Grote vergaderingen en bijna alle lezingen vallen weg. Al heb ik nog wel veel gesprekken en kleine vergaderingen. Iedere morgen vier ik in de Sint Jan de Eucharistie, en in het weekend doe ik dat in een of twee van de 260 parochiekerken die ons bisdom telt. Door de corona mogen maar dertig gelovigen de Eucharistie meevieren. Gelukkig zijn veel pastores en besturen creatief en schakelen zij de techniek optimaal in. Door een livestream is het mogelijk om de vieringen bij de mensen thuis te brengen. Natuurlijk missen wij zo het samen vieren en zingen. Maar ik beschouw de livestream toch als een missionaire kans, temeer omdat het aantal weergaven vaak veel hoger ligt dan het aantal kerkgangers voordat de coronacrisis uitbrak.

In het voorjaar hield onze paus een vesper op een leeg en regenachtig Sint Pietersplein. Hij hield een indrukwekkende meditatie over het verhaal over de storm op het meer. Voor mij was dat toen een uiterst herkenbaar Bijbelgedeelte. Wij zitten als wereldgemeenschap in een boot die heen en weer geslingerd wordt op de golven van de tijd. En velen van ons voelen zich onzeker en angstig. Maar dan klinken ook de woorden van de Heer: Waarom zo bang? Gelukkig de mens die mag geloven dat Christus bij ons is, ook in deze nare crisistijd. Niet aan het virus is het laatste woord, maar aan onze God, de Alfa en de Omega. Hij is ons wenkend perspectief en geeft ons toekomst.

Zelf denk ik spontaan aan Psalm 139. Ik lees in dit lied de diepe overtuiging dat God alomtegenwoordig is

Jij hebt, zo schrijf je, de psalmen al jong leren kennen. Ik ook, maar op een andere manier dan jij beschrijft. Op katholieke scholen worden geen psalmen gezongen, maar ik hoorde ze tijdens de Eucharistie. In de parochie van mijn jeugd werden zij vaak in het Latijn (met een vertaling in het misboekje) door het koor gezongen. Pas goed heb ik de psalmen leren kennen als priesterstudent. Tijdens de priesteropleiding vormen de dagelijkse Eucharistie en het bidden van de psalmen twee belangrijke pijlers voor het geestelijk leven. In de psalmen ontdek ook ik allerlei emoties, zoals jij beschrijft: angst, verlangen naar redding, Godsvertrouwen en lofprijzing. In die zin zijn de psalmen voor mij een spiegel van het bestaan. Bijna altijd blijf ik haken bij een bepaald vers, afhankelijk van de situatie van het moment. Jij vindt, zo schrijf je, steun bij Psalm 31.

Zelf denk ik spontaan aan Psalm 139. Ik lees in dit lied de diepe overtuiging dat God alomtegenwoordig is. ‘Waar zou uw geest ik ontkomen? Waar zou ik uw aanschijn ontgaan?’ (vs. 7). Juist als het leven onzeker is geworden en veel stabiliteit is verloren, vormt dat een troostende gedachte. Wij mogen God aanwezig weten in alle dingen. Niet alleen in het licht, maar ook in het donker, zegt de psalmist. In alle kwetsbaarheid van dit moment is de Heer nabij. In een crisistijd is dat niet altijd gemakkelijk te geloven. God kan voor ons, korter of langer, ook een verborgen God zijn. Juist in zulke situaties troost mij de gedachte dat geloof niet afhankelijk is van mooie gevoelens of geweldige ervaringen. Ons gevoelen is vaak vluchtig en wisselend. Ik mag leven vanuit de belofte dat Hij mij draagt en hoedt in de palm van zijn hand.

Volgens mij breng jij diezelfde notie ter sprake aan het einde van jouw brief. Het houvast van een christen vormt geen verzekering ( securitas ) maar een vertrouwen ( certitudo ). Mooi is de geloofsnotie van Psalm 31 dat mijn tijden in Gods hand zijn. Het kan ons troosten in de bijbelse zin van het woord. Ik denk dan aan opademen zodat wij, ondanks alle onzekerheid van dit moment, met ons leven verder kunnen. Tot zover deze eerste brief.

Wij blijven schrijven!

In Christus verbonden,


Gerard

Het Friesch Dagblad is mede-organisator van de Maand van de Bijbel (24 januari - 21 februari)