Dit artikel is vandaag gratis

Ik snap niet dat bijbeluitleggers mij vaak als slaaf neerzetten. Een slaaf! Puur vanwege mijn Afrikaanse afkomst | Theologenblog

Het Rotterdams Slavernijmonument aan de Lloydkade. Foto: Remko de Waal

„Excuses voor het Nederlandse slavernijverleden? Prima. Beter laat dan nooit. Wat daarvoor het beste moment is en of de koning zelf dat moet doen, daar blijf ik liever buiten. Voor jullie ben ik niet meer dan een buitenstaander uit lang vervlogen tijden.”

„Maar als ik toch zo vrij mag zijn: ik juich van harte toe dat er meer aandacht komt voor deze pijnlijke periode uit jullie geschiedenis. Mooi ook dat steeds meer mensen doorkrijgen dat zwarte mensen nog vaak gestigmatiseerd en racistisch bejegend worden. En dan niet alleen van de kant van voetbalsupporters of fans van Zwarte Piet, hoor. De rel aan het Britse hof laat zien dat het tot in de hoogste kringen voorkomt. Die hofdame had haar donker gekleurde landgenoot Ngozi Fulani natuurlijk nooit zo racistisch mogen bevragen.”

„Wist je trouwens dat ik zelf ook vaak gestigmatiseerd ben en dat dit in allerlei bijbelmaterialen nog steeds gebeurt? Zeker, bijbeluitleggers zijn altijd lovend over mij geweest, omdat ik de profeet Jeremia te hulp schoot toen hij gevangen zat in een modderige waterput. Je kunt het nalezen in Jeremia 38.”

„Ik vond het namelijk een misdadige actie dat een paar koninklijke officials Jeremia op deze manier uit de weg wilden ruimen. Ze konden zijn boodschap dat Jeruzalem door God zou worden overgegeven aan de Babyloniërs niet verdragen. Koning Sedekia was zo slap geweest om deze raadgevers carte blanche te geven. Ik heb Sedekia daar toen op aangesproken. Ik kreeg zelfs toestemming om Jeremia te redden voordat hij in die put zou sterven. Met dertig helpers heb ik dat vervolgens voor elkaar gekregen. Daarbij lette ik er goed op dat de touwen die we gebruikten Jeremia niet zouden verwonden. God heeft mij er later nog voor beloond. Bijbeluitleggers vergelijken mij wel eens met de Barmhartige Samaritaan, een eervolle vergelijking natuurlijk, waarin mijn buitenlandse komaf ongetwijfeld meespeelt.”

„Maar ik snap niet dat bijbeluitleggers mij vaak als slaaf neerzetten. Een slaaf! Puur vanwege mijn Afrikaanse afkomst. Denken jullie echt dat ik koning Sedekia op mijn directe manier had kunnen aanspreken als ik zijn slaaf was geweest? En dat ik dan voldoende gezag had om mijn reddingsactie uit te voeren en Jeremia’s tegenstanders te weerstaan? Kom nou toch! Het zal vast niet bedoeld zijn, maar het komt toch echt racistisch over om mijn aanwezigheid als zwarte Afrikaan aan het hof uit slavernij te verklaren. Geen enkele hofdame zou het destijds gewaagd hebben mij zo te stigmatiseren.”

„Weet je, ik kom uit Kush. Jullie zijn dat later Nubië gaan noemen. Kush lag net onder Egypte en was in mijn tijd een grootmacht met veel invloed en hoge posities in het Egyptische leger. We stonden bekend als snelle en bekwame boogschutters. En omdat Juda destijds hulp kreeg van Egypte was ik als militair attaché in Jeruzalem gestationeerd. Aan het hof van Sedekia raakte ik zelfs zo vertrouwd dat ik met een Hebreeuwse naam als ‘dienaar van de koning’ werd aangeduid. Ook die naam heeft kennelijk associaties met slavernij opgeroepen. Maar als ik niet zwart was geweest was niemand erop gekomen. Juist hooggeplaatsten heetten in mijn tijd ‘dienaar van de koning’. Als officials zetten we dat ook op de zegels die we gebruikten.”

„Eén van mijn volksgenoten uit de tijd van David wordt door uitleggers overigens ook vaak als slaaf geprofileerd. Hij werd door Joab uitgezonden om David te berichten over de overwinning op Absalom (2 Samuël 18:21). Zijn naam is niet overgeleverd en dus kan het alleen om zijn afkomst zijn dat ook deze krijgsmakker uit Davids huurleger vaak onnadenkend als slaaf wordt gezien.”

„Bizar toch, dat racistische vooroordelen zo lang doorwerken?! En dan zijn er mensen die denken dat de slavernij van lang geleden is en niemand daar nog last van heeft. Verhalen genoeg die het tegendeel bewijzen! Mijn eigen verhaal is er slechts een van. Fijn dat ik het een keer heb kunnen vertellen.”

Was getekend, Ebed-Melech.

Jaap Dekker is bijzonder hoogleraar ‘Bijbelonderzoek en christelijke identiteit’ op de Henk de Jong-leerstoel. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Nieuws

menu