Inspirerende vragen om na te denken over vraagstukken van religie

Begin deze maand publiceerde Open Doors het rapport Destructive lies (Verwoestende leugens) over het gebrek aan religieuze vrijheden in India. Hindoenationalisten maken er het leven van christenen en moslims zuur. In een online presentatie vertelde een Indiase christelijke voorganger over zijn ervaringen. De Nederlandse journalisten zagen een zwart silhouet en hij gebruikte een schuilnaam. Zo moeten christenen in India leven, benadrukt hij: je loopt altijd het risico bedreigd te worden.

Foto:

Foto: FD

In 2018 vroeg de Tweede Kamer de Nederlandse regering om een extra stap te zetten in de strijd tegen de vervolging van gelovigen. Daarop werd bij het ministerie van Buitenlandse Zaken een speciaal gezant voor religie en levensovertuiging aangesteld. In 2019 werd Jos Douma de eerste gezant.

In De linker wang , een tijdschrift van de religiewerkgroep van GroenLinks, vertelt hij over zijn werk: ‘Eén deel is de vrijheid van religie en levensovertuiging, maar ik doe meer. Want religie is niet alleen een negatieve factor waarmee mensen vervolgd of verdrukt worden, of een conflictbron. Religie is vaak genoeg een inspiratie om iets te doen aan problemen. Het derde is dat ik binnen het ministerie collega’s mag inspireren om meer na te denken over vraagstukken van religie.’

Tolerance award

Douma heeft eerder als ambassadeur in veel landen gewerkt. Georgië was zijn laatste standplaats, waar hij als eerste buitenlander de ‘Tolerance award’ kreeg. De Georgische Orthodoxe Kerk had zich destijds tegen homoseksualiteit gekeerd. ‘Er waren zelfs vechtpartijen geweest. De patriarch had de kant van de conservatieven gekozen. Ik vond dat ik daar wat aan moest doen, dus heb ik audiëntie aangevraagd bij de patriarch. We hadden een goed gesprek over zijn dogmatische en pastorale kijk op homoseksualiteit en mijn pleidooi om er voor te zorgen dat er geen vechtpartijen meer kwamen.’

Met het voorbeeld laat Douma zien dat hij zich niet alleen zorgen maakt over vervolging om levensovertuiging. Een ander voorbeeld, uit zijn huidige taak: ‘In Latijns-Amerika zetten christenen en humanisten zich bijvoorbeeld beide in tegen onrecht, corruptie en georganiseerde criminaliteit. Als ze in de knel komen is de vraag: is dat christenvervolging, is dat humanistenvervolging, of raken ze eigenlijk in de knel omdat ze een mensentaak doen en opkomen voor recht en tegen onrecht vanuit hun levensovertuiging?’

Elkaar in de ogen kijken

Door de coronacrisis kon hij weinig op bezoek naar andere landen. Dat bemoeilijkte zijn werk. ‘Het is een contactberoep, ik moet eigenlijk weer op reis, erop uit!’ Computerprogramma’s zijn geen volwaardige vervanging, merkte hij: ‘Het is absoluut nodig dat ik er ook weer heen kan gaan, dat je elkaar ín de ogen kunt kijken, in plaats van náár elkaars ogen via een beeldscherm.’

In AdRem vertelt monnik Thomas Quartier over zijn geloofsleven. ‘Mijn ervaring is dat geloven een kwestie is van doen. In de rituelen kan ik mijn verlangen naar mezelf, de ander of God articuleren. Ze helpen me ontvankelijk te worden voor wat zich aandient aan sporen van heiligheid.’

Diepere drijfveren

Hij is hoogleraar Literatuurwetenschap aan de Radboud Universiteit en KU Leuven. ‘Met de vraag of God bestaat ben ik niet bezig. Maar het geloof is een niet-rationele praktijk, het ritueel overstijgt het niet weten. Rituelen zorgen dat je bij je diepere drijfveren kunt komen. Ze geven houvast en structuur.’

Als Benedictijner monnik leeft hij naar de regels van Benedictus. De eerste regel is: ‘Luister mijn zoon, mijn dochter, naar de richtlijnen van je meester, en neig het oor van je hart: aanvaard gewillig de vermaningen van je liefdevolle vader en breng ze metterdaad ten uitvoer’. Quartier: ‘Eerlijk is eerlijk, hier heb ik het als postmodern en autonoom mens best wel moeilijk mee. Want de vraag die ik mezelf dan meteen stel is: wie is dan de vader? Benedictus? De abt van ons klooster? Is het God? Een monnik is iemand die luistert. Die open staat voor God, jazeker. Maar wie of wat God is, daar heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds geen antwoord op.’