Dit artikel is vandaag gratis

Juist als we Oekraïners helpen, mogen we niet stoppen te bidden voor Jemen | Theologenblog

Arco den Heijer. Foto: FD

We hebben veel aandacht voor het lot van de vluchtende Oekraïners. Maar vluchtelingen uit andere werelddelen mogen we niet uit het oog verliezen, argumenteert Arco den Heijer.

Aan de grens van Oekraïne is het een komen en gaan van busjes en personenauto’s uit allerlei landen, ook uit Nederland. Ze komen aan met medicijnen en andere noodhulp en vertrekken volgepakt met vluchtende families. Het is indrukwekkend om te zien hoe het brute geweld van Poetin een tegenbeweging van hulpvaardigheid ontketent. Maar het staat ook in schril contrast met het gebrek aan steun bij eerdere vluchtelingencrises. Het team van WeGaanZeHalen stuurde een vliegtuig naar Lesbos maar moest onverrichterzake terugkeren.

Het is een basaal menselijk gegeven dat we ons het lot van mensen dichterbij meer aantrekken. Een gegeven dat ook in de wereld van het Nieuwe Testament bekend was. Met name de filosofen van de Stoa hadden dit uitgewerkt en tot grondslag gemaakt voor de ethiek. Zij muntten de term oikeiosis , ‘toe-eigening’ of ‘verwantmaking’, om tot uitdrukking te brengen dat de natuur (de goddelijke logos) in mensen en dieren een impuls tot zelfbehoud vormt.

Een baby huilt al om gevoed te worden. Bij het opgroeien breidt deze impuls zich uit en wordt gericht op het welzijn van de directe familie, van de stad waarin iemand leeft en uiteindelijk tot heel de soort. Het besef dat je met alle andere mensen verwant bent maakt uiteindelijk dat je voor iedereen het goede zoekt. Deze hulpvaardigheid is wel getrapt: je zet je meer in voor wie nauwer verwant is. Dat is, aldus de Stoa, de orde van de natuur, en dus goed.

Jezus choqueert

Maar Jezus ging hier lijnrecht tegenin. Een impuls tot zelfbehoud? ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen’ (Marcus 8:35). Zorg voor de familie? ‘Wie Mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zussen, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn’ (Lucas 14:26).

Liefde voor de naaste is niet liefde voor wie dichtbij je staat. De Samaritaan die hulp bood aan een beroofde Jood, die betoonde ware naastenliefde (Lucas 10:25-37). Jezus choqueert met radicale woorden die de maatschappelijke orde op zijn kop zetten. Hijzelf veronachtzaamt zijn verantwoordelijkheid als kostwinner in de familie en trekt het land in om zieken te genezen en te verkondigen dat Gods koningschap ophanden is.

Zieke buurvrouw

In het licht van Jezus’ woorden is het begrijpelijk en ook terecht dat nu de vraag opkomt waarom Oekraïners zoveel meer hulp krijgen dan mensen uit Jemen of Eritrea. Enerzijds is het logisch en begrijpelijk dat we meer verantwoordelijkheid voelen voor onze directe verwanten dan voor mensen ver weg, dat we ons eerder geroepen voelen boodschappen te doen voor een zieke buurvrouw dan voor een onbekende kilometers verderop.

Jezus’ woorden laten zich dan ook niet zomaar vertalen in een handzame christelijke ethiek. Laten we er niet aan afdoen hoe bewonderenswaardig het is dat zoveel mensen zich nu inzetten om gevluchte Oekraïners ‘opvang in de regio’ te geven – terwijl het toch bepaald niet om de hoek ligt.

Bidden

Toch zou het niet goed zijn een middenweg te zoeken tussen Jezus en de Stoa. De radicaliteit van Jezus’ boodschap blijft staan. Die zet ons op scherp om tegen de natuurlijke verhoudingen in te denken en nodigt uit wegen te zoeken dit in praktische stappen om te zetten. Er zijn zoveel mensen in de wereld waar niemand naar omkijkt. Je kunt niet iedereen helpen.

Maar eerlijk is eerlijk: we willen ook niet iedereen helpen die we kunnen helpen. Algemene gevoelens van medemenselijkheid blijken volstrekt ontoereikend om leed en verdriet uit de wereld te helpen. Zo is het ook nu. Juist als we Oekraïners helpen, mogen we niet stoppen te bidden voor Jemen en andere conflictgebieden. Jezus roept op te doen wat je kunt, ook voorbij natuurlijke verwantschap. Dat Hij het is die deze woorden spreekt, maakt bovendien dat we het aan God mogen laten uiteindelijk een eind te maken aan alle kwaad.

Arco den Heijer is docent Grieks en Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Nieuws

Meest gelezen

menu