Dit artikel is vandaag gratis

Jongeren begonnen een eigen klooster in Diepenveen. Hoe dat uitpakte is te lezen in 'Kloosterkoffers' | Recensie

De voormalige abdij Sion in Diepenveen, bij Deventer, waar het Jongerenklooster begon. Foto: Anton Dommerholt

Kloosterlingen van een andere orde, een eigen orde. Zo omschrijft een aantal twintigers het Jongerenklooster in Diepenveen. Een jaar lang hebben ze mogen ruiken aan wat het betekent mee te bewegen op het ritme en de rijkdom van een eeuwenoude traditie. De weerslag van hun bijzondere ervaringen staat opgetekend in het boek Kloosterkoffers’

Het oorspronkelijke idee van een jongerenklooster komt van Victor van Heusden (1948-2018), de voormalige stafmedewerker van Youth for Christ Nederland, die zelf een retraitecentrum had opgebouwd in de Alblasserwaard, De Spil, en onder de indruk was gekomen van wat de monastieke traditie jongeren te bieden heeft.

Nieuw Sion

Op de tekentafel is het Jongerenklooster nog bedoeld als een doorgangshuis: een plek waar je een paar maanden tot een jaar kan wonen, leren, ontmoeten, lachen en vieren. De initiatiefnemers zetten het plan door en vinden onderdak in de voormalige cisterciënzer abdij Sion in Diepenveen, inmiddels omgebouwd tot Stichting Klooster Nieuw Sion.

Twintig jongeren krijgen hier de beschikking over twee gangen in het oude kloostergebouw, waar de verse kloosterlingen ieder een eigen slaapkamer hebben en een woonkamer en keuken delen.

Het boek Kloosterkoffers volgt het proces van de jongeren om zelf vorm te mogen geven aan wat het kloosterleven hen te bieden heeft. Vaste waarden zijn steeds de getijdengebeden in de kapel, vier keer per dag. In hun zoektocht, mede geïnspireerd door échte monniken en kloosterzusters, ontwikkelt zich een hechte gemeenschap. Na het (eerste) pas afgeronde jaar schrijven de meesten niet alleen ‘een mooie tijd’ te hebben gehad, maar ook nieuwe levensvormen gevonden te hebben. Daarnaast zeggen ze een visie op hun nabije toekomst te hebben ontwikkeld die voor hen waardevol is.

Louterend

Al lezend zijn er ook mijn eigen herinneringen aan de tijd dat ik twintiger was. In mijn zoeken naar de vraag wat ik verder wilde met mijn leven en of ik wel of niet een relatie wilde aangaan, was ik te gast bij de Sint-Adelbertabdij, een benedictijnenabdij in Egmond-Binnen. Ik weet nog hoe eenzaam ik me voelde in de kale cel, zonder noemenswaardig contact met de broeders. Maar louterend was het wel.

Het Jongerenklooster is daarom zo’n mooi initiatief, omdat de twintigers van nu er een eigen invulling kunnen geven aan de levensvragen en hun religieuze gevoelens. Daarbij staan de andere jonge kloosterlingen en hun mentoren hen bij, in hun wekelijkse overlegmomenten (‘Het Kapittel’). Van grote betekenis blijken de dagelijkse open gebedsmomenten.

Aanstekelijke passie

Wat Kloosterkoffers vooral zo aantrekkelijk maakt is de aanstekelijke passie die de jongeren tentoonspreiden. In hun omgang met elkaar, in het open staan voor traditionele en nieuwe teksten en de ontmoetingen met mensen buiten de eigen kring.

Zo schrijft Tim, een jonge Brabander afkomstig uit een evangelische baptistengemeente, over de heilige huisjes die in zijn leven sneuvelen. Marjan ontdekt de rijkdom van het reciteren van psalmen: ‘Geen dag zonder psalm.’ De getijdengebeden van het Jongerenklooster blijken de sleutel te zijn tot inkeer en nieuwe gedachten: iedere keer zeven minuten stilte, 28 minuten per dag. Een groot contrast met de actieve kerken waar Carolien en Hannah in opgroeiden. Ze zien hun ervaring als een plek waar je mag leren, mag groeien om daarna ook weer verder te gaan in het ‘gewone leven’, met wat extra bagage.

Voor Annelien wordt God door de vieringen, door de algehele rust van het klooster de basis waar zij nog altijd op mag terugvallen. ‘Thuiskomen bij God, wat wil je nog meer?’, zo schrijft zij. Ook onderlinge irritaties spelen op - hoe kan het ook anders. Dergelijke vormen van samenleven zijn broeiplekken - zelfs voor een paar fikse conflicten. Ook daarmee leren ze omgaan.

Kloosterkoffers is naast de persoonlijke (leer)ervaringen rijkelijk gelardeerd met andere elementen: mooie monastieke teksten, recepten van zelfbereide maaltijden (veel pompoensoep), zelfgemaakte gedichten en gebeden, kloosterwijsheden. Maar ook religieuzen die met de jongeren zelf hebben gesproken of hen tijdelijk onderdak hebben geboden komen aan het woord.

Broeder Alberic Bruschke Osco, abt van de pas opgestarte Abdij Sion op Schiermonnikoog, kraakt als enige een kritische noot. Een klooster is voor hem een plek waar mensen wonen die zich geheel en al aan God toewijden en dat een leven lang. Dus niet in deeltijd en ook niet alleen maar als je jong bent. Hij vindt het een trieste ontwikkeling als samen dagelijks bidden vaak al genoeg is. Gelukkig zag hij ook hoe de jongeren ermee omgingen: ‘Ik proefde de toewijding.’

Recentelijk is een nieuwe lichting kloosterjongeren aangetreden. Nu niet meer in Diepenveen, maar in hartje Deventer. Een tussenjaar om op adem te komen.

* Kloosterkoffers. Verhalen uit het jongerenklooster, Adveniat, 192 pagina’s, 16,95 euro

Jongeren die willen deelnemen aan het initiatief van het Jongerenklooster moeten tussen twintig en dertig jaar oud en zelfstandig zijn. Het minimumverblijf is twee maanden, maximum is één jaar, met mogelijkheid tot verlening. Het jongerenklooster heeft geen mogelijkheid om mensen met een depressie, burn-out of andere zorgvraag op te vangen. Verder vragen de initiatiefnemers actieve deelname aan het kloosterachtige ritme van vieringen in een kapel, en aan een vormingsprogramma. Ook moeten de jongeren zelf voor de financiering kunnen zorgen. Meer informatie is te vinden op jongerenklooster.nl