Kerkelijk werker Erwin Kooistra: Ik dacht: misschien zie ik wel een licht straks, maar er gebeurde niks. Ik was een beetje teleurgesteld.

Het grootste deel van zijn tienertijd geloofde Erwin Kooistra wel in God, maar voelde hij zich helemaal niet thuis bij de kerk. Op zijn achttiende ervoer hij dat de heilige Geest over hem kwam. Nu is hij kerkelijk werker en jeugdwerker bij de Protestantse Gemeente Augustinusga. ,,Ik ben zelf afgehaakt bij de kerk omdat ik het niet leuk vond, deze kinderen wil ik iets anders bieden.”

Erwin Kooistra in de Augustinustsjerke van Augustinusga.

Erwin Kooistra in de Augustinustsjerke van Augustinusga. Foto: Marchje Andringa

Als we de historische Augustinustsjerke inlopen bekijkt hij mijn reactie. Onder indrukwekkende gewelven schijnt het zonlicht door de gekleurde ramen naar binnen. Op de vloer liggen afgesleten roodbruine en groene vloertegels, op het plafond zijn delen van oude fresco’s te zien. ,,Wat vind je er van?”, vraagt hij. ,,Ik wordt altijd even stil als ik de kerk inkom, het is zó’n mooi gebouw.” Hij gaat op een stoel zitten om de kerk te ervaren. ,,Ik word hier altijd rustig.”

Erwin Kooistra (25) uit Surhuisterveen is christelijk opgevoed, maar verloor als jonge tiener de band met de kerk. ,,Ik voelde me er niet meer thuis. Ik geloofde wel dat God bestond, maar van mijn elfde tot mijn achttiende heb ik niks met de kerk gedaan.” Na zijn tijd op het Lauwers College in Surhuisterveen wist hij niet wat hij wilde. Eerst volgende hij anderhalf jaar een ICT-opleiding, daarna stapte hij over naar mbo handel. ,,Ik volgde de richting vestigingsmanager groothandel. Niet omdat ik er passie voor voelde, maar ik moest toch íets kiezen?”

Moeder drong aan

Rond die tijd, hij was achttien, vroeg zijn moeder of hij niet wilde deelnemen aan het jeugdalphatraject dat de Protestantse Gemeente Surhuisterveen-Boelenslaan aanbood. ,,Ik had er niet echt zin in, maar mijn moeder drong aan. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om nee te zeggen, daarom ben ik naar de eerste bijeenkomst gegaan.”

Daar voelde hij zich – tegen alle verwachting in – meteen thuis. ,,Mijn vrienden van toen wilden vooral stoer doen, maar hier voelde ik liefde. Ik werd er gezien, er werd van alle deelnemers gehouden, zonder dat we er iets voor hoefden te doen. Er was een fijne sfeer, we aten samen en het was gezellig.”

Op voorhand dacht hij het bij één bezoekje te houden, alleen om zijn moeder te plezieren. ,,Maar het beviel me zo goed dat ik de volgende week wel weer wilde. ‘Voor het eten’, zei ik toen nog. Zo groeide ik er steeds meer in.”

Bidden in de bus

Halverwege de tien weken durende cursus gingen de deelnemers op kamp: het weekend van de heilige Geest. ,,Daar vroeg ik ze of ze voor mij wilden bidden; ik wilde de heilige Geest wel ontvangen. Ik dacht: misschien zie ik wel een licht straks, maar er gebeurde niks. Ik was een beetje teleurgesteld.”

,,Maar de volgende dag, toen we weer naar huis gingen, was ik vol energie. De dag daarna voelde ik me ook goed, en begon ik in de bus onderweg naar mijn school, de Friese Poort in Drachten, te bidden voor de andere mensen in de bus. Op school vertelde ik iedereen over de gebeurtenissen van dat weekend, en ’s avonds downloadde ik een Bijbelapp, om te lezen in de Bijbel. Het positieve en energieke gevoel bleef, en ik realiseerde me na een tijdje dat het meer was dan alleen een mooi weekend: er was echt iets in mij veranderd.”

Terugblikkend veranderde hij in die tijd van een wat stil type in een vrije en gelukkige jongen. ,,Dat gevoel gun ik iedereen. Daarom ging ik na mijn opleiding handel hbo Theologie doen aan de Christelijke Hogeschool Ede: ik wil anderen helpen God op deze manier te ervaren.”

Excelbestand met alle gemeenteleden

In mei 2020 begon hij bij de Protestantse Gemeente Augustinusga, midden in coronatijd. ,,Na mijn opleiding in Ede ging ik weer bij mijn moeder en stiefvader in Surhuisterveen wonen, dat is wel vlakbij, maar ik kende hier in Augustinusga niemand. Het gemeenteleven lag ook helemaal stil in die tijd: er was geen predikant en voor mijn komst ook geen kerkelijk werker. Er werden geen vieringen gehouden, mensen keken op televisie of via de computer mee naar andere gemeentes. Van de kerkenraad kreeg ik een Excelbestand met alle gemeenteleden. Dat was allemaal wel heel raar hoor: je komt dan nieuw in een gemeente, maar je kent niemand en je kunt niks.”

Vanaf de zomer, toen de zon geregeld scheen en de coronamaatregelen versoepeld werden, maakte hij in de buitenlucht afspraken met gemeenteleden. Zo leerde hij de kerkgangers uit Augustinusga langzaamaan beter kennen. Hij omschrijft het als een traditionele PKN-gemeente, die te maken heeft bekende problemen als krimp, vergrijzing en een tekort aan vrijwilligers.

Kooistra haalt er plezier uit daar vernieuwing in te brengen, het vuurtje op te stoken. ,,In mijn jeugd zag ik eigenlijk nooit mensen die het geloof echt beleefden. Tijdens de jeugdalphacursus maakte ik voor het eerst kennis met mensen die hardop baden. Dat vind ik heel inspirerend, daarom ben ik hier begonnen met een gebedsgroep. Dat is nieuw hier; de mensen in Augustinusga zijn niet gewend om hardop te bidden. Dat is helemaal niet erg, ik help ze er graag bij dat te leren. Soms gaat dat hakkelend of stotterend, maar dat mag: de groep moet een veilige plek zijn waar we ontdekken hoe dat gaat.”

Nieuw leven in deze kerk

Het vernieuwde kerkleven moet ook bijdragen aan een hernieuwde positie van de kerkelijke gemeente in het dorp. ,,We hadden laatst overleg over de startzondag, waarmee we in september straks het nieuwe kerkelijk seizoen beginnen. Het thema is ‘Van U is de toekomst’. Dat vind ik heel mooi; er gaat veel kracht van uit. Ik hoop dat we straks weer durven te vertrouwen op God, dat we ons geen zorgen maken. Als we dat vertrouwen vinden, komt er echt nieuw leven in deze kerk. We willen een gemeente zijn die een positieve rol speelt in het dorp.”

Met zijn jongerenwerk heeft hij daar afgelopen jaar al een aanzet voor gegeven. De kindernevendienst lag bij zijn komst stil omdat er bijna geen kinderen meer kwamen; hij besloot het anders aan te pakken. ,,Eerst ben ik langsgegaan bij basisschool De Twa-ikker. Daar legde ik in groep 7/8 uit wie ik ben, en wat ik doe. Dat moest digitaal, via een filmpje, omdat de maatregelen toen streng waren. Wel heb ik papieren uitnodigingen laten uitdelen, die de leerlingen naar huis konden meenemen. Zo zijn we begonnen met een nieuwe jongerenclub. Die is voor iedereen, ook voor kinderen die niet geloven. Om de drempel te verlagen komen we niet samen in een gebouw van de kerk, maar in het jeugdhonk van Augustinusga. We spelen samen spelletjes, maken muziek en zingen, maar we praten ook over het geloof. Dat werkt heel goed; we hebben nu negen jongeren uit groepen zeven en acht.”

Jongeren in groep acht

Ook voor tieners zette hij een groep op. ,,De jongeren die afgelopen jaar in groep acht zaten sluiten daar straks bij aan. Het was echt pionieren het afgelopen jaar; we hebben alles vanuit het niks opgebouwd. Volgend jaar kunnen we dat verder uitbouwen. Dat vind ik heel belangrijk: ik haakte zelf af bij de kerk omdat ik me er niet in herkende. Ik wil deze kinderen laten zien wat het geloof kan betekenen.”