Koning Willem-Alexander ontvangt nieuwe Bijbelvertaling NBV21 in Grote Kerk Den Haag

‘Er is geen ander boek dat ons zó confronteert met onszelf, met de ander en met God. Daarom is en blijft de Bijbel belangrijk.’ Dat zei directeur Rieuwerd Buitenwerf van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) woensdagmiddag bij de overhandiging van de NBV21 aan koning Willem-Alexander.

Koning Willem Alexander neemt het eerste exemplaar van de NBV21 in ontvangst.

Koning Willem Alexander neemt het eerste exemplaar van de NBV21 in ontvangst. Foto: ANP

De NBV21 is de herziene versie van de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004, met 12.000 inhoudelijke wijzigingen. De nieuwe uitgave werd woensdag op een evenement in de Grote Kerk in Den Haag gepresenteerd. Naast koning Willem-Alexander kregen twaalf vertegenwoordigers van kerken en geloofsgemeenschappen de nieuwe Bijbel. Daarmee werd de NBV21 symbolisch overhandigd aan kerk en samenleving, aldus het NBG.

Bijbel biedt hoop

Volgens Buitenwerf leven we in een tijd van ongekende kansen door technische ontwikkelingen, maar ook van grote zorgen: de coronapandemie, het klimaat, honger en oorlog stellen de mensheid voor problemen. Zowel de kansen als de problemen brengen grote vragen met zich mee, onder andere over het doel van ons bestaan en over onze rol als mens, aldus Buitenwerf.

De Bijbel kan daarbij hoop bieden, onderstreept de NBG-directeur: „Het behoeft vandaag geen uitleg dat de Bijbel een belangrijke stem is en moet blijven in onze samenleving. De Bijbel zet aan tot reflectie en tot actie. De Bijbel maant tot verzoening en geeft hoop voor de toekomst.”

Verbindende werking

NBG-voorzitter en dominee Karin van den Broeke vroeg in haar gebed om een zegen over de NBV21. „Kerken en synagogen zijn dé plaatsen waar de Bijbel gekoesterd wordt en waar mensen samenkomen om Gods stem te horen die daarin klinkt. De Bijbel verbindt kerken en gelovigen, dwars door alle verschillen heen.”

Met de presentatie begint het NBG met een campagne over de kracht die mensen ontlenen aan de Bijbel. In abri’s door het hele land hangen posters met uitspraken van Bijbellezers, zoals ‘Mijn Bijbel geeft toekomst’ of ‘Mijn Bijbel brengt ons samen’.

Directeur Ann Demeester van het Frans Hals Museum belichtte in haar toespraak waarom Bijbelse taferelen in de zeventiende-eeuwse schilderkust populair waren. Volgens haar is een Bijbel met illustraties „de meest logische manier om de eeuwenoude geschiedenissen uit de Heilige Schrift naar ons toe te trekken”.