Grote Kerk Leeuwarden herdenkt organist Jan Jongepier tien jaar na zijn overlijden met een orgelconcert. ,,Jongepier leefde voor de orgels”

De Stichting Orgelconcerten Grote Kerk in Leeuwarden herdenkt zaterdag dat tien jaar geleden Jan Jongepier (1941-2011) overleed. Hij was een begrip in de orgelwereld, jarenlang de organist van de Grote of Jacobijnerkerk en adviseur bij tal van orgelrestauraties.

Jan Jongepier op 22 augustus 2004.

Jan Jongepier op 22 augustus 2004. Foto: Ad Fahner

De naam van Jan Jongepier wordt nog vaak genoemd in Leeuwarden – en breder: in Fryslân en daarbuiten, vertelt Theo Jellema. ,,In de jaren dat hij aan de Grote of Jacobijnerkerk verbonden was, liefst 25 jaar, heeft hij echt fantastische dingen gedaan. Dan is het logisch dat zijn naam nog vaak voorbij komt.”

Toen de Stichting Orgelconcerten een programma voor de zomermaanden moest samenstellen, was er in de commissie dan ook al snel overeenstemming dat daarbij ook een concertavond moest zijn waarbij Jan Jongepier geëerd werd, tien jaar na zijn overlijden op 31 juli 2011.

Kleine schriftjes

Jan Jongepier werd op 26 februari 1941 geboren in Zaandam. Al van jongs af aan had hij een grote interesse voor orgels. ‘Hij bezocht zoveel orgels als mogelijk en hield in kleine schriftjes alle gegevens bij die hij maar kon ontdekken. Jan kreeg zijn eerste orgellessen van zijn vader, Johannes Jongepier, die zelf een leerling was van Cor Kee’, zo staat opgetekend in het programmaboekje dat speciaal voor zaterdag is gemaakt.

Het Staatsdiploma Orgel A. behaalde Jongepier in 1962. Aan het Conservatorium van Amsterdam verwierf hij het einddiploma solospel bij Piet Kee en in 1971 de Prix d’Excellence.

Veel ruimte

Theo Jellema (1955), die hem opvolgde als organist van de Leeuwarder Grote Kerk, zat met Jan Jongepier in de Stichting Orgelconcerten. ,,Jongepier was vijftien jaar jonger dan ik. Hij was iemand die mij - en ook anderen - veel ruimte gaf om zich muzikaal te ontwikkelen. Ik heb heel veel van hem geleerd.”

Als Jellema één ding moet noemen dat er bij Jongepier echt bovenuit stak dan was dat zijn ,,uitzonderlijke improvisatietalent”. Dat zat er al vroeg in, want in 1968 won hij het Nationaal Improvisatieconcours in Bolsward. Daarna won Jongepier drie jaar op rij het prestigieuze Internationaal Improvisatieconcours van Haarlem (1970-1972) en was zijn naam als improvisator gevestigd. ,,Hij was iemand die een heel groot repertoire qua orgelmuziek beheerste. Dat maakte dat de orgelconcerten die hij gaf altijd weer verfrissend en verrassend waren. Je had niet het gevoel dat je iets al een keer eerder gehoord had. Als je 25 jaar aan één plaats verbonden bent, is dat best uniek.”

Tweehonderd orgelrestauraties

Ruim dertig jaar was Jongepier werkzaam als adviseur bij meer dan tweehonderd orgelrestauraties en nieuwbouwprojecten. ,,Ik denk dat hij in Fryslân bijna alle orgelrestauraties heeft gedaan. Ik mocht dan met hem mee naar die kerken en hij kon werkelijk meeslepend vertellen over orgels.’’

Het orgel dat hij zelf het meest bespeelde, het Müller-orgel uit 1727 in de Grote Kerk, dat was al gerestaureerd, in 1978. Dus daar was hij niet als adviseur bij betrokken, maar hij leerde het instrument wel door en door kennen. Jongepier wist dat Leeuwarden een uniek instrument had, maar kende ook de orgelkaart elders op zijn duimpje. Vele jaren gaf hij leiding aan excursies en reizen naar historische orgels in geheel Europa.


Standaardwerk

Jongepier gaf vele concerten in binnen- en buitenland, maakte diverse programma’s voor radio en televisie en een groot aantal grammofoonplaten en cd’s werd van hem uitgebracht. Zijn boek Vijf eeuwen Friese orgelbouw geldt nog altijd als een standaardwerk. ,,Hij leefde voor de orgels en het behoud van de orgelcultuur. Ik denk dat we in Fryslân ontzettend veel aan hem te danken hebben.”

Drie organisten zullen zaterdagavond spelen. Jellema, omdat hij hem opvolgde in Leeuwarden en tot 2020 verbonden was aan de Grote of Jacobijnerkerk. Daarnaast Bert den Hertog (1978), hoofdorganist van de Oude Kerk te Scheveningen en concertorganist en artistiek adviseur van de Stichting Orgel Elandstraatkerk (Den Haag Centrum). Den Hertog speelt een muziekstuk van Henk Vermeulen, Posthume à Jan Jongepier, een muzikale ode aan hem. Ten slotte is er dan Sietze de Vries (1973), concertorganist en kerkmusicus. Hij ontving zijn orgelopleiding onder anderen van Wim van Beek en Jos van der Kooy. Bij Jan Jongepier - en ook bij Van der Kooy - studeerde hij improvisatie. Andries Monna zal herinneringen aan Jan Jongepier ophalen.

Het concert begint om 20.00 uur. Vooraf aanmelden is niet noodzakelijk.



Begonnen in Purmerend, geëindigd in Leeuwarden

Jan Jongepier kreeg in 1957 zijn eerste aanstelling als organist. Na een vergelijkend examen werd hij benoemd tot organist van de Grote Kerk (Koepelkerk) van Purmerend. Dat was landelijk nieuws, want Jongepier was toen nog maar zestien jaar oud. Hij bespeelde daar een drieklaviers orgel (1742) van Rudolf Garrels, gebouwd in 1742. Van 1963 tot 1973 gaf hij les aan de Gemeentelijke muziekschool van Purmerend.

Vanaf 1972 was hij als docent verbonden aan de net opgerichte Muziekpedagogische Akademie (MPA) te Leeuwarden (vanaf 1986 Stedelijk Conservatorium). Ten gevolge van het Herenakkoord in 1989 verdween het conservatorium in Leeuwarden en werd het opgenomen in het conservatorium van Groningen (thans Prins Claus Conservatorium). Jongepier bleef daar aan verbonden als docent tot 1992. ,,De verhuizing naar Groningen heeft er toe bijgedragen dat zijn docentschap minder nadruk kreeg en zijn focus meer verschoof naar orgelrestauraties, waar ook óntzettend veel werk in zit”, meent Theo Jellema.

In 1971 werd de Koepelkerk van Purmerend buiten gebruik gesteld en 1976 werd het Garrels-orgel gedemonteerd en opgeslagen door Flentrop Orgelbouw. Dit betekende ook het einde van zijn aanstelling als organist aldaar. In 1981 verkreeg hij een nieuwe aanstelling, ditmaal als organist van de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden. Hij werd daarmee de opvolger van Piet Post (1919-1979). Jan Jongepier verhuisde met zijn gezin naar Leeuwarden en bleef daar organist tot aan zijn pensioen in 2006.

In 2003 werd hem de Jan Pieterszoon Sweelinckprijs toegekend voor zijn verdiensten voor de Nederlandse orgelcultuur. In 2007 ontving hij de Zilveren Waarderingsspeld van de Gemeente Purmerend. Zijn laatste orgelconcert gaf Jongepier op 4 januari 2009, in Purmerend. Op zijn ‘eerste’ orgel, het Garrels-orgel dat in 2003 na een reconstructie weer in gebruik werd genomen en waar hij zelf de adviseur bij was.