Maria heeft als moeder van Jezus ook protestanten veel te bieden, meent hoogleraar systematische theologie Arnold Huijgen

De Rooms-Katholieke Kerk heeft altijd hoog opgegeven van Maria, de Moeder Gods. Protestanten hoeven dat niet helemaal over te nemen, vindt Arnold Huijgen, maar hebben wel iets in te halen. Deze week verscheen zijn verrassende boek Maria. Icoon van genade.

Maria door Sassoferrato (1609-1685)

Maria door Sassoferrato (1609-1685) Foto: The National Gallery, London

Je staat toch een beetje verbaasd, als een protestantse theoloog een boek over Maria schrijft. En niet een bescheiden ‘boekje’, maar een tamelijk uitgebreide studie, waarin Maria ook in de actualiteit wordt geplaatst. Wat is de bedoeling? Moeten ook gereformeerden, en protestanten van ander slag, mee gaan doen aan de katholieke Mariaverering, en bidden tot de heilige maagd? Dat zal moeilijk gaan, want protestanten vinden niet dat Maria garant kan staan voor onze redding, of voor de genade. Zij is toch geen ‘mede-verlosseres’?

Als je het boek van Arnold Huijgen (1978), Maria. Icoon van genade , hebt gelezen, weet je echter dat de rooms-katholieke theologie dat niet zegt. Maria is Christus niet, weten ook katholieken. De kerk van Rome geeft hoog op van Maria, bijvoorbeeld met de dogma’s van haar zondeloosheid en haar ‘ten hemelopneming’. Maar mede-verlosseres of co-redemptrix (zoals dit in kerklatijn heet) is zij niet.

Focus op het lichaam

Een protestants boek over Maria roept van alles op. Maar het is zinvol om eerst maar eens in ogenschouw te nemen wat Huijgen te vertellen heeft. Hij is hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, van de Christelijke Gereformeerde Kerken, waar hij systematische theologie doceert.

Op allerlei momenten in het boek merk je dat het grotendeels geschreven is in de coronatijd. Bij Maria en in de theologie over Maria zoekt hij antwoorden op de vragen van onze tijd. Globalisering is een belangrijk gegeven vandaag, het stempelt ons bestaan. Dat geeft iets vluchtigs aan het leven, we raken ontworteld. Tegelijk is er een enorme focus op het lichaam, zoals wel duidelijk is geworden in de coronapandemie. Ook is er een nieuw nationalisme ontstaan, dat haaks staat op de globalisering. Midden tussen deze spanningen wil Huijgen over Maria nadenken, en dat is een mooie inzet.

Maria als tweede Eva

Wat tref je allemaal aan in dit boek? In de eerste helft gaat het over Maria als moeder. Je leest hier uitgebreid over de evangeliën, met daarin de rol van Maria, over haar bekende lied - het Magnificat - en natuurlijk over ‘de vleeswording’ ofwel de incarnatie: uit dit joodse meisje werd God geboren. Ook de kerk komt ter sprake, die met Maria begint: als de Jezus aan het kruis hangt en haar en Johannes aan elkaar verbindt. In de tweede helft van het boek ligt de focus op Maria als vrouw, en dan gaat het onder meer over Maria als ‘tweede Eva’ en als ‘hemelkoningin’.

Wie van precies Bijbellezen houdt, komt prima aan zijn trekken. Huijgen bespreekt per thema de Schriftgegevens, en in het verlengde daarvan stemmen uit de traditie. Je leest over de positie van Maria in het evangelie van Lukas, en een paragraaf later zitten we in de oudkerkelijke discussies over de vraag over Maria ‘ Theotokos ’ genoemd kan worden (exact geformuleerd betekent dit: degene die Hem baart die God is).

Na Schrift en theologietraditie draait het zoeklicht verder: naar onszelf, en onze tijd. Dan zijn we opeens in gezelschap van Luther en Bonhoeffer, om na te denken over de vraag wat geloof nu eigenlijk is. Een houding van ontvankelijkheid? Innerlijk leegzijn? Of toch ook iets ‘doen’? Wat maakt genade nu eigenlijk genade? Tegelijk is de genade die het Magnificat centraal stelt heel revolutionair. Wie naar Maria kijkt, kan geen oogje dichtknijpen voor onderdrukking van weerloze mensen, want: ‘Wie gering is, geeft Hij aanzien’.

Doordachte theologie over Maria

Zo trekt Huijgen de lijnen door, ook naar actuele zaken, en gaandeweg het boek denk je: komt hier niet te veel aan de orde? Waarom moet een boek over Maria ook paragrafen bevatten over gender-vraagstukken, over nationalisme en feminisme, over digitalisering en dataïsme, en ook nog over de plaats van Israël? Maar de logica van deze aanpak ga je steeds beter volgen, omdat het ‘werkt’. Wat dit boek biedt, in de veelheid aan thema’s, is geworteld in een doordachte theologie over Maria. Die vormt het fundament van wat hier aan visie ter sprake komt, hoe breed het allemaal ook uitwaaiert.

De kern van Huijgens Maria-theologie lijkt de tweeslag van Schepping en Geest te zijn. Het moet beide zijn, anders kom je in de problemen: dan verwordt die tweeslag tot naturalisme en gnostiek. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken: Maria is voluit moeder, betoogt Huijgen, dus een lichamelijk gestalte, en dochter van Israël. Hij wil niet de kant uit van een etherische, zuivere Maagd, die boven de werkelijkheid zweeft, en losstaat van het volk van Abraham.

Theologisch legt Huijgen daarmee de nadruk op de beweging die God zelf maakt: de laagte in, naar de mensen toe, om ‘in het vlees’ te verschijnen. Maar dit gebeuren, dat God geboren wordt uit een joodse moeder, is tegelijk ook een geestelijke zaak: de Geest liet het gebeuren, volgens de messiaanse belofte.

Gender-vraagstukken

Als de gender-problematiek ter sprake komt, maakt Huijgen duidelijk dat hij niet ‘het laatste woord’ wil spreken over de vragen rond seksuele identiteit, genderdystrofie en verwante thema’s. Hij schetst ‘hulplijnen’, en die komen voort uit de genoemde theologie van Schepping en Geest. Als het gaat om seksuele identiteit kun je niet zeggen: ik kies wat mij past. Je bent een lichamelijk wezen, en daarmee heb je te dealen. Maar ligt in de biologie dan alles vast? Nee, zegt Huijgen: de God van Israël bevrijdt mensen, Hij wrikt los wat vastligt en roept mensen op weg naar een nieuwe toekomst.

Wat dat concreet voor mij betekent als ik mijzelf als transseksueel ervaar, vult hij niet precies in. Dat is terechte bescheidenheid. Hij schetst, zoals gezegd, hulplijnen: die zijn zinvol. Je kunt niet zomaar voorbijpraten aan je natuurlijkheid, alsof je seksuele identiteit alleen een constructie zou zijn. Tegelijk is hij kritisch als mensen zeggen: de rol van mannen en vrouwen in onze samenleving is de ware scheppingsorde. Tussen die twee uitersten - dus tussen naturalisme en gnostiek - moeten de antwoorden gezocht worden.

Duidelijk grenzen

Zoals te verwachten valt, stelt Huijgen als protestant ook duidelijke grenzen. Wat je als gelovige bij Christus vindt, hoef je niet bij Maria te zoeken. Zij neemt niet de plek van Jezus in. De rooms-katholieke dogma’s rond haar ‘zondeloosheid’ en ‘tenhemelopneming’ wijst hij af, hij noemt het ‘bedrijfsongevallen’ in de leertraditie van de kerk van Rome. Maar de aankondiging van Jezus geboorte, de zogenoemde Annunciatie , zouden ook protestanten wel mogen vieren, vindt hij.

Maria is voor Huijgen een ‘icoon van genade’, en dat betekent: door haar heen zie je de barmhartigheid van God, die mensen draagt en redt. Dat laat dit boek prachtig zien, op een veelkleurige manier en met een doortastende theologische intuïtie. ‘Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen’, zingt Maria in haar lofzang. In de Statenvertaling is ‘gelukkig prijzen’ vertaald als: ‘zalig spreken’. Dat is een aansporing, vindt Huijgen: ook protestanten mogen zich voegen bij het koor van ‘alle geslachten’.

Maria. Icoon van genade. Arnold Huijgen . KokBoekencentrum, 27,99 euro