Dit artikel is vandaag gratis

Naar echte tradities reik je niet, ze zijn er gewoon, als erfstuk van het voorgeslacht | Theologenblog

Arnold Huijgen. Foto: Wouter Muskee

Het blijft lastig om in gesprek te blijven met traditionalisten, zowel in de kerk als in de politiek. Want hoe krijg je een dialoog als de ander niet wil, en zich opsluit in het eigen grote gelijk? ‘Blijven liefhebben, hopend dat God harten opent.’

Twee weken geleden woonde ik voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis weer een conferentie bij, de European Academy of Religion in Münster. Veel collega’s deden alleen online mee, maar toch was er een groep van zo’n driehonderd mensen aanwezig. Al snel ging alles weer zoals voorheen: het zoeken naar de juiste ruimtes, heen en weer tussen boeiende en soms wat minder boeiende sessies.

Wel realiseerde ik me meer dan voorheen wat het doel is van dit soort conferenties: ontmoeting met oude bekenden en toevallig nieuwe mensen leren kennen. Dat werkt online gewoon echt niet. Natuurlijk gaat het ook om de inhoud, maar conferenties zijn in de eerste plaats sociale evenementen.

Intussen kwam de inhoud ook op scherp te staan, juist met het oog op ontwikkelingen in de samenleving. Het begon met een lezing van Rowan Williams over tradities en traditionalisme. Terwijl iedereen in een traditie staat, omdat we geboren worden in een proces dat we niet zelf zijn begonnen, is traditionalisme daarentegen een bewuste poging om de eigen identiteit te vormen.

Modern fenomeen

Traditionalisme is dan ook een typisch modern fenomeen. Naar echte tradities reik je niet, ze zijn er gewoon, als erfstuk van het voorgeslacht. Traditionalisme construeert een verhaal over het verleden met het oog op standpunten in het heden. Als je naar de huidige cultuuroorlogen (culture wars) kijkt rondom gender, immigratie en kolonialisme, zijn vormen van traditionalisme en andere vormen van constructivisme spoedig te herkennen.

Maar dan wordt het spannend. Een dialoog lijkt nauwelijks meer mogelijk. De een vindt niet alleen dat de ander ongelijk heeft, maar dat hij ook immoreel bezig is. De reflex van bestuurders is al snel om instrumenteel te denken, om met management de tegenstellingen te beheersen. De rol van de theologie is intussen het gesprek over waarheid te voeren. Daarbij is het nodig om zowel de exodus als de opstanding als verhalen van bevrijding en vernieuwing naar voren te brengen.

Er staat weinig op het spel

Ik vind deze inzet van Rowan Williams inspirerend, maar dan heeft de theologie nog wel een flinke taak. Zoals tijdens de discussie werd opgemerkt: theologen kunnen elkaar tegenwoordig goed vinden over kerkgrenzen heen, maar niet langs de weg van een gepassioneerd gesprek over de waarheid.

Misschien vinden we elkaar wel gemakkelijk omdat we vinden dat er toch weinig op het spel staat. Elkaar verketteren doen mensen nu vooral in debatten over klimaat, gender en ook corona. Niet dat het verketteren op zich goed is, maar mensen winden zich erover op omdat er iets op het spel staat.

‘Ketterse posities’

Zeker in de theologie, waar het gaat over God, zou iets van die passie ook zichtbaar mogen worden. En dan niet door je op te sluiten in een ruimte met gelijkgezinden, maar door de ingewikkelde dialoog te zoeken met fundamenteel andere posities. Dat is immers de eeuwenoude theologische traditie.

Dus in het nieuwe seizoen neem ik me voor iets vaker ‘ketterse’ posities scherp te benoemen en vervolgens te luisteren wat de ander daarop te zeggen heeft. Met het verketteren van personen heeft dat niets te maken.

Intussen blijft het lastig om in echt gesprek te raken met traditionalisten, in de politiek en in de kerk. Hoe krijg je een dialoog als de ander niet wil, en zich opsluit in het eigen grote gelijk? Of als het theologisch debat vooral wordt gevoerd met het oog op de eigen achterban, om kerkelijk marktaandeel veilig te stellen? Dan is een dialoog tot mislukken gedoemd. De enige optie lijkt mij: blijven volhouden, je niet laten provoceren maar blijven liefhebben, hopend dat God harten opent. Dat zou niet voor het eerst zijn.

Arnold Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.