Nietzsche verklaarde God misschien dood, maar hij is ook een morele gids waar theologen zich in herkennen | Recensie

Friedrich Nietzsche was de spraakmakende filosoof die ooit God doodverklaarde. Gelovigen hebben vaak met argwaan naar hem gekeken. Of dat terecht is, kun je je afvragen. Een nieuw boek met zijn brieven brengt de mens en de denker dichtbij.

Friedrich Nietzsche.

Friedrich Nietzsche. Beeld: Universitätsbibliothek Würzburg

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) was geen liefhebber van kerk en christendom. Hij was er wel mee opgegroeid, wilde zelf aanvankelijk predikant worden, maar dat veranderde radicaal naarmate hij zich meer met de filosofie bezighield.

De uitspraak ‘God is dood’ wordt vaak aan Nietzsche gekoppeld, en een van zijn belangrijke werken heet De antichrist (1889). Toch moet je oppassen met snelle conclusies. Als je echt kennismaakt met Nietzsche, ontdek je ook dat deze invloedrijke denker niet in een enkele zin valt samen te vatten. Er waren veel meer lijntjes tussen deze Nietzsche en de religie dan je op het eerste gezicht zou denken.

Levensgevaarlijke jaren

Wie Nietzsche wil leren kennen, kan een van zijn vele boeken ter hand nemen, van De geboorte van de tragedie (1872) tot Ecce Homo (1889). Een heel andere, bijzondere kennismaking biedt het onlangs verschenen boek De levensgevaarlijke jaren , waarin een keuze uit Nietzsches brieven is te vinden, uit de jaren 1879 tot 1882. Je komt hier dicht bij de mens en de denker, mede dankzij het vakkundige werk van samensteller en inleider Peter Claessens.

Dit brievenboek is een vervolg op een al in 1998 verschenen eerste bundeling van Nietzsches brieven, Afgemat als een eendagsvlieg bij avond , ook in de reeks Privé-domein.

Geen berenhuid

Wat je aantreft in Nietzsches brieven valt natuurlijk niet in een paar zinnen samen te vatten, maar sommige brieven zijn illustratief voor het geheel. Bijvoorbeeld Nietzsches brief aan zijn vriend Heinrich Köselitz uit april 1883. Op dat moment zijn de eerste delen van zijn boek Zo sprak Zarathustra voltooid, een boek dat voor hemzelf grensverleggend was (meestal afgekort tot: Zarathustra ).

Aan zijn vriend vertelt Nietzsche over de ‘verachting’ die hij heeft ondervonden de afgelopen jaren. Hij heeft zich nooit laten leiden door de mening die anderen over hem hebben, schrijft hij. Maar hij beschikt toch niet over ‘de gelukkige bruidsschat van de berenhuid’: onder de kritiek heeft hij geleden.

Harteloze egoïst

Nietzsche snapt ook wel dat zijn filosofische ontwikkeling als ‘verwerpelijk en verdorven’ wordt gezien, in de kerkelijke en godsdienstige kring waaruit hij afkomstig is. Zijn moeder heeft hem ‘een schande voor de familie’ genoemd en zijn zuster had gezegd dat zij, als ze katholiek was, ‘in het klooster zou treden om de schade te herstellen die ik door mijn manier van denken berokken’.

Nietzsche zou ‘een kille harteloze egoïst’ zijn, aldus zijn familieleden. Maar al die kritiek, waarvan Nietzsche nog meer voorbeelden opsomt, brengt hem niet van zijn koers af. Met de Zarathustra , die hij zijn ‘heilige boek’ noemt, heeft hij alle religies ‘de strijd aangezegd’.

In een andere brief aan zijn vriend Köselitz schrijft hij dat hij met het schrijven van Zarathustra ‘de grens naar een andere wereld (is) overgestoken - de “vrijdenker” is verwezenlijkt. Denk je niet?’

Antisemitisme

De genoemde zus van Nietzsche, Elisabeth, speelde een dubieuze rol in zijn leven. Ze hitste anderen tegen haar broer op, en toen Nietzsche overleden was beheerde zij het Nietzsche-archief, waar ze teksten uit publiceerde die ze vooraf had aangepast en ‘gezuiverd’. Elisabeth was antisemitisch en dat vond Nietzsche belachelijk en immoreel. Wie denkt dat hij als Duitser meer is dan een Jood, schreef hij, ‘hoort thuis in de komedie: mits hij niet in het gekkenhuis thuishoort’, liet hij zijn zus weten.

Dat antisemitisme gold ook voor de musicus en componist Richard Wagner, met wie Nietzsche ooit een nauwe relatie had. Maar het contact met Wagner was verbroken, en daarop ontpopte de componist zich, samen met zijn zwaar antisemitische echtgenote Cosima, als een regelrechte vijand van Nietzsche. Daarvan tref je vele sporen aan in deze brievenverzameling.

Ontrouw aan de aarde

De reden waarom Nietzsche de religie onder kritiek stelde, had alles te maken met zijn eigen keuze om de aarde trouw te willen zijn. Volgens hem vluchten mensen in de religie juist wég uit de wereld, om hun geluk te zoeken in een andere wereld, bijvoorbeeld het hiernamaals.

Het verlangen naar de hemel was dus ontrouw aan de aarde, vond hij. Het christendom ontkende eigenlijk het menselijke leven, zei Nietzsche, mede door de grote nadruk zonde en schuld. Dat kneep de vitaliteit weg uit het bestaan, en maakte mensen dor en krachteloos.

Theoloog Overbeck

Een van de mensen met wie Nietzsche zich nauw verbonden wist, was de Duitse protestantse theoloog Franz Overbeck (1837-1905). Van hem en zijn vrouw Ida kreeg hij veel steun, en zijn waardering voor hen was groot.

Overbeck was hoogleraar aan de universiteit van Bazel, waar hij en Nietzsche elkaar hadden leren kennen. Met hem deelde hij ook de ernst van zijn Zarathustra , omdat hij wist dat Overbeck hem op dit punt heel goed begreep: ‘Wie namelijk juist bij de vermakelijkheden van Zarathustra geen traan moet plengen, staat wat mij betreft nog heel ver af van mijn wereld, van mij’, schreef hij aan de theoloog. En eerder al had hij hem geschreven: ‘Alles ligt als een nieuw land voor me, en het zal niet lang duren voordat ik ook het schrikwekkende aangezicht van mijn verdere levenstaak te zien krijg’.

Christelijke herkenning

Claessens, de samensteller van dit boek, laat in de inleiding mooi zien hoe Nietzsches ontwikkeling verliep, en hoe na 1879 een nieuwe denken bij hem opkwam. Claessens noemt dit een ‘genezingstraject’, waarin Nietzsche zich almaar sterker vereenzelvigde met het lot van de wereld.

Claessens stelt vast dat Nietzsches werk ‘de authentieke gloed van het religieuze geloof’ laat zien, hoezeer hij religie in haar bestaande vormen afwees. Mogelijk ligt hier ook de reden waarom tal van theologen en christelijke auteurs iets in Nietzsche herkend hebben. De gereformeerde schrijver J.A. Rispens bijvoorbeeld publiceerde in 1939 het boekje De dichter van den Zarathustra in verband met onzen tijd . En de theoloog K.H. Miskotte sprak eens over de ‘geweldige Nietzsche, die ik niet zal ophouden te vereren als een der edelste gestalten, die de mensheid heeft voortgebracht’.

Miskotte voelde natuurlijk wel aan dat Nietzsche uiteindelijk iets anders beoogde dan hijzelf als christelijk theoloog, maar niettemin was de herkenning groot. Theologie die werkelijk op de tijd ingaat en een goed woord wil spreken, kan geen ‘weerlegging van Nietzsche’ zijn, stelde Miskotte, maar eerder: ‘verkondiging in de levensruimte van Nietzsche.’ Daar hoorde ook het gevoel van ontzetting bij, dat God verdwenen leek te zijn uit de Europese cultuur.

Morele gids

Samensteller Claessens hoort bij Nietzsche ook andere relevante kritiek. Bijvoorbeeld op hedendaagse tendensen om alle autonomie voor jezelf op te eisen, vooral genot na te jagen en nonchalant de aarde uit te putten. Nietzsche is dus zeker ook een morele gids, en geeft nog altijd te denken.

Een brievencollectie zoals we die nu in handen hebben, helpt erbij om achter de tegendraadse en voor gelovigen nogal eens ‘grove’ uitingen in de geschriften van Nietzsche ook de mens te zien: een gekwelde ziel, voortgedreven door idealen die bijna te groot waren voor deze wereld.

De levensgevaarlijke jaren. Een keuze uit de brieven 1879-1889 . Friedrich Nietzsche. Gekozen, vertaald, ingeleid en toegelicht door Peter J.Th. M Claessens. De Arbeiderspers. Privé-domein. 28,99 euro