Dit artikel is vandaag gratis

Overheid of rechter als schild van de zwakken – zonder draagvlak gaat het niet

Koert van Bekkum. Foto: FD

Het was nogal een beslissing die de rechtbank in Den Haag vorige week nam met betrekking tot Shell. Vanwege internationale verdragen en de morele verplichting die daaruit voortvloeit, verklaarde de rechter dat het oliebedrijf de koolstofdioxide-uitstoot in 2030 moet hebben teruggebracht tot 45 procent van die in 2019.

Terwijl natuur- en milieuorganisaties een gat in de lucht sprongen, sidderden de olie- en gasbedrijven. Al glimlachte men in Rusland en Saoedi-Arabië wellicht ook. Een directe concurrent is zo een forse slag toegebracht.

Sinds de Hoge Raad eind 2019 met het Urgenda-arrest een soortgelijke uitspraak tegen de Nederlandse overheid bevestigde, lijkt de trend ingezet: ook in Nederland roepen burgers en organisaties met succes de hulp van de rechter in, als verantwoordelijke instanties falen in het formuleren van adequaat beleid dat hun vrijheden en rechten beschermt. Dat is nieuw in Nederland en het roept ook de vraag op hoe gezond het is als de rechter op de stoel van de wetgevende en uitvoerende macht gaat zitten.

Wie vertrekt vanuit Montesqieus klassieke scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht moet zeggen: dat kan niet goed gaan. Zo’n ondemocratisch gelegitimeerde ingreep in een onderneming ondergraaft het draagvlak van het staatsbestel, terwijl klimaatbeleid nu juist alleen succesvol kan zijn als er zoveel mogelijk mensen in worden meegenomen. Dat vraagt om politieke visionairs in Nederland en Europa die in staat zijn de bevolking te mobiliseren. Een rechter moet daarbuiten blijven.

Stoot tot nieuw beleid

Toch is dat niet het hele verhaal. Wat als overheden in cruciale kwesties falen of te weinig meters maken? Vooral de Verenigde Staten kennen een traditie waarbij het Hooggerechtshof met een beroep op het ‘ a more perfect Union ’ uit de Grondwet grote maatschappelijke debatten, bijvoorbeeld rond segregatie en abortus, besliste en de stoot gaf tot nieuw beleid.

Een vergelijking met de rol van de machten in oud-Israël is in dit opzicht behulpzaam. In dorp, stad en land lagen bestuur en rechtspraak daar veelal in één hand, namelijk die van oudsten, oversten, en ook de koning. Wie zijn recht wilde halen, moest naar de oudsten in de poort, die zich erover bogen en op grond van de traditie en kennis van de lokale menselijke maat tot een besluit konden komen. Kwam je er niet uit, dan kon je hogerop naar de regionale ‘bestuurder’ en ‘rechter’, zoals bekend uit het boek Rechters, of tot aan bijvoorbeeld koning Salomo.

Dit is natuurlijk niet naar de zin van Montesquieu. Die zag in zijn tijd hoe absolute vorsten hun macht met een beroep op de Bijbel rechtvaardigden. Het kan toch niet dat de slager zijn eigen vlees keurt en dat de koning regeert over de rug van zijn of haar onderdanen? Dat klopt. Maar zo hoorde het in oud-Israël in elk geval niet te zijn.

Niet voor niets wordt het boek Deuteronomium tegenwoordig gezien als een van de oudste constituties. Een koning kon alleen regeren met instemming van de stammen, zo ondervond bijvoorbeeld Rechabeam. Bovendien was de koning geroepen zich Gods wet dagelijks eigen te maken en waren er profeten die hem tot de orde riepen.

Een Nederlandse rechter is geen profeet

De vergelijking van de drie systemen toont de verschillen en ook waar het bij alle drie uiteindelijk op aankomt. Een Amerikaanse of Nederlandse rechter is geen profeet. Die kon immers niet afdwingen dat er naar hem werd geluisterd. En anders dan in de Verenigde Staten voelt een Nederlandse rechter zich er – zo geven de uitspraken expliciet aan – ongemakkelijk bij beslissingen te nemen die vooruitgrijpt op wetten en regels die er nog niet zijn.

Tegelijk geldt voor elk van de drie regeringsvormen dat ze alleen functioneren als elke van de machten blijk geeft van een hoger besef, namelijk dat het er in het licht van de door God gegeven verantwoordelijkheid om gaat recht te doen aan ‘wie zwak is en geen helper heeft’ (Psalm 72).

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Waar dat gezamenlijke besef ontbreekt, ontspoort elk van de drie structuren: koningen verworden tot grootgrondbezitters, politieke partijen zetten gerechtshoven vol rechters van eigen kleur om hun agenda erdoor te drukken, en regeringen aarzelen gedurfde regelgeving door te voeren die burgers en bedrijven perspectief geeft, omdat ze een kader scheppen waarbinnen iedereen de energietransitie kan maken.

Het is afwachten of de uitspraak van de Haagse rechtbank in hoger beroep standhoudt. Maar escalatie van het achterliggende conflict kan uiteindelijk alleen worden voorkomen bij een nieuw gezamenlijk beleefde verantwoordelijkheid.


Koert van Bekkum is hoogleraar Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.