Peter van der Weide: ‘Een column is te vergelijken met een preek of een muziekstuk’

Acht jaar lang schreef pastoor Peter van der Weide columns in het Friesch Dagblad. Deze maand was zijn laatste bijdrage. „Ik had nog nooit een column geschreven, maar ik dacht: dat doen we gewoon.”

Peter van der Weide: „Ik beschrijf natuurlijk de katholieke belevingswereld, maar ik werd vooral aangesproken door niet-katholieken. Zij vonden het ook interessant om mijn verhalen te lezen.” Foto: Simon Bleeker

Peter van der Weide: „Ik beschrijf natuurlijk de katholieke belevingswereld, maar ik werd vooral aangesproken door niet-katholieken. Zij vonden het ook interessant om mijn verhalen te lezen.” Foto: Simon Bleeker

Na zijn aantreden als pastoor van de Sint Antonius van Paduaparochie in Sneek in september 2011, trad Peter van der Weide (61) al snel in de voetsporen van zijn voorganger pastoor Leo van Ulden. „Voor zijn vertrek naar Zuid-Holland schreef Van Ulden ook columns voor het Friesch Dagblad . Ik vond het heel leuk dat ik, als zijn opvolger in Sneek, door de krant werd gevraagd om dat ook te doen.”

De kruisweg gaat in Sneek langs bakker en slijter

Van der Weide leidde vervolgens zo'n vijftig mensen uit zijn parochie door de binnenstad, langs de veertien schilderijen. Bij ieder schilderij hield hij even stil en sprak hij een korte overdenking uit. Bij de eerste, Jezus wordt ter dood veroordeeld: ,,Eerlijk duurt altijd het langst, maar soms hebben mensen geen verweer.

Als theoloog, pastoor en kerkmusicus was Van der Weide al gewend veel te schrijven. „Maar columns had ik nog nooit gedaan. Ik dacht: dat doen we maar gewoon. En zo heel ingewikkeld is het ook niet. Je kunt het vergelijken met een muziekstuk: je opent met het thema, daarna komt de doorwerking en zo ga je naar het slot. Een preek heeft diezelfde opbouw: je start met een opening waarmee je de mensen wilt pakken, nieuwsgierig wilt maken. Daarna kom je tot je punt, en idealiter grijp je op het einde even weer terug naar het begin.”

De kerststal van mijn moeder

„Het leuke aan het schrijven van de columns vond ik dat je de lezers meeneemt in jouw gedachtegang. Neem mijn laatste column, over de kerststal van mijn moeder. Ik vind het interessant om de lezer dan mee te voeren in de oorlogstijd, toen er geen geld was voor verjaardagscadeautjes voor mijn moeder, maar ze ieder jaar met haar verjaardag halverwege december een paar beeldjes voor in de kerststal kreeg. Momenteel oefenen we met de kinderen van de catechesegroep in onze parochie voor het jaarlijkse kerstspel, op tweede kerstdag. Met hen heb ik het daar dan ook over.”

Humor brengt een beetje ontspanning in zware zaken. Dat is wel een katholiek trekje

Kenmerkend voor zijn columns noemt Van der Weide de humor die hij er in probeert te verwerken. „Humor brengt een beetje ontspanning in zware zaken. Dat is wel een katholiek trekje, mijn vader zei altijd al: ‘Wij hebben een blij geloof. Het is net of de protestanten de opstanding niet hebben meegemaakt, alsof het bij hen nog Pasen moet worden.’ Het is niet zo dat katholieken alles weglachen, dan wordt het belachelijk. Maar een blije en opgewekte sfeer is wel belangrijk bij de katholieken.”

Katholieke belevingswereld

Van der Weide kreeg afgelopen jaren geregeld opmerkingen over zijn columns voor het Friesch Dagblad . „Ik beschrijf natuurlijk de katholieke belevingswereld, maar ik werd vooral aangesproken door niet-katholieken. Zij vonden het ook interessant om mijn verhalen te lezen. Dat vond ik leuk om te merken.”

Column Peter van der Weide: Weet u het nog?

Het is ruim twee weken na Pasen. Hoe zou Jeruzalem eruit hebben gezien, veertien dagen na de gebeurtenissen op die dramatische vrijdag? De soldaten lopen weer in het gelid. De rommel is opgeruimd. Het gescheurde voorhangsel van de tempel is weer gerepareerd. De felle zon schijnt weer.

Nu zijn laatste column in het Friesch Dagblad is verschenen, blijft hij wel schrijven. „Ik publiceer al bijna 25 jaar voor verschillende bladen, over kerkzaken en over kerkmuziek.” Lachend: „En ik ben hoofdredacteur van het parochieblad, dus daar kan ik zeker blijven schrijven.”

Nieuws

menu