Wat voelde Kor Grit toen ineens iemand zomaar het Wilhelmus ging zingen in een restaurant in Indonesië?

Als Nederlander in Indonesië is er tenminste één ding waar je niet omheen kan: de geschiedenis. Veelal wordt het koloniale verleden voorzichtig benaderd en enigszins omslachtig of eufemistisch omschreven, merkt Kor Grit.

Het grote postkantoor in Yogyakarta.

Het grote postkantoor in Yogyakarta. Foto: Kor Grit

Als ik in de taxi de standaardvraag naar mijn herkomst beantwoord met ‘Belanda’, volgt meestal de reactie: ‘We hebben een bijzondere geschiedenis.’ Op andere momenten is de confrontatie met het kolonialisme minder subtiel en krijg ik een portie Hollandse directheid waardoor elke heimwee op slag verdwijnt.

Wiens geschiedenis?

Eind 2020 publiceerde de bekende Belgische auteur David van Reybrouck een boek over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, getiteld Revolusi , met een bijbehorende driedelige serie op de NPO over het proces van schrijven. Van Nederlanders kreeg hij regelmatig de vraag waarom hij ,,als Belg” over Indonesië schreef. Waarop hij teruggaf dat ,,het niet meer van jullie is.”

Ironisch genoeg is de koloniale geschiedenis en onafhankelijkheidsgeschiedenis juist wél van Nederland, hoewel we dit lange tijd niet erkend hebben. Zo kom ik uit de generatie die werd onderwezen over de Gouden Eeuw en Nederland als handelsnatie, maar slechts zeer beperkt over waar die welvaart vandaan kwam en wie te lijden hadden onder de Nederlandse expansiedrift. Indonesische perspectieven waren nauwelijks vertegenwoordigd in mijn geschiedenisonderwijs.

Dat is in Indonesië wel anders. Toen ik onlangs een Indonesische vriend, die in Groningen gestudeerd heeft, vroeg of hij daar ooit het Nederlands kolonialisme had besproken, antwoorde hij in vloeiend Nederlands: “De Gouden Eeuw, bedoel je.” Hij had de term voor het eerst van medestudenten gehoord en duidelijk gemaakt dat de geschiedenis vanuit Indonesië toch anders wordt gezien.

Levende geschiedenis

In Indonesië is de koloniale geschiedenis echter niet enkel iets van verhalen en perspectieven en subtiele communicatie: het is juist ook heel concreet, tastbaar en aanwezig. Of juist afwezig. Vorig jaar heeft koning Willem-Alexander nog een kris (Indonesische dolk) teruggegeven aan Indonesië, na eeuwenlange afwezigheid. Er zijn echter nog wel meer Indonesische dingen niet hier aanwezig.

Zo hoor ik regelmatig over Indonesische literatuurwetenschappers die naar Leiden gaan om daar originele Javaanse manuscripten te onderzoeken. Er zouden tienduizenden Javaanse manuscripten bewaard worden in Leiden. Gelukkig wordt een deel daarvan gedigitaliseerd en daardoor ook online beschikbaar.

Een voorbeeld van de tastbare aanwezigheid van Nederlands kolonialisme in Indonesië vind je in het Indonesische straatbeeld. Nederlandse bezoekers kunnen al snel verrast worden door de vertrouwde architectuur, vooral in oudere Indonesische steden. Yogyakarta is zo’n soort stad. Diverse gebouwen zijn gebouwd in Europese stijl of in gecombineerde Europees-Indonesische stijl.

Naar deze gebouwen wordt doorgaans verwezen als a rsitektur kolonial . Zo zijn hier bankgebouwen, kerkgebouwen, een koloniaal fort (Fort Vredeburg), hotels en gewone huizen die allemaal gebouwd zijn in die koloniale stijl. Een kerkgebouw in Yogyakarta heeft zelfs de Nederlandse Bijbeltekst op de muur bewaard. En als ik een brief of pakket naar Nederland verstuur, doe ik dat vanuit het grote postkantoor, een Nederlands koloniaal gebouw.

Wilhelmus

Nu zijn manuscripten en gebouwen misschien nog niet bijzonder confronterend. Moeilijker wordt het als huidige ervaringen van ongelijkheid worden gezien tegen de achtergrond van de koloniale geschiedenis. Dat wordt die geschiedenis postkoloniale verlegenheid . Zo zei een Indonesische vriendin laatst dat ze moeilijk kan begrijpen dat Nederlanders visumvrij naar Indonesië kunnen reizen (als er geen pandemie is tenminste), terwijl Indonesiërs - met veel obstakels - een visum moeten aanvragen.

Een gevoel van verlegenheid bekroop mij ook tijdens een toevallige ontmoeting met een jonge Indonesische man in een restaurant. De man had enige tijd in Nederland gewoond en we hadden een kort gesprekje over zijn ervaringen.

Toen ik enkele minuten later aanstalten maakte om te vertrekken zei de man een bijzonder Nederlands lied geleerd te hebben. Als bewijs zette hij spontaan het Wilhelmus in en zong uit volle borst het Nederlandse volkslied in een goed gevuld restaurant in Yogyakarta. Eenmaal uitgezongen kon ik niet anders dan hem bedanken, maar tegelijkertijd had ik gehoopt beter voorbereid te zijn op dergelijke ervaringen van postkoloniale verlegenheid.

Kor Grit is namens Kerk in Actie werkzaam in Yogyakarta, aan de Universitas Kristen Duta Wacanam. In de rubriek Standplaats vertelt hij over zijn leven en werk