Predikant Cees-Jan Smits: 'Het evangelie is een recept voor verzoening in een gepolariseerde wereld'

Verzoening blijft iets wat ons raakt: met God, maar ook tussen mensen onderling. Cees-Jan Smits maakte er studie van, met als resultaat het boek Plaatsbereiding. ,,Christus heeft voor ons ingestaan”, stelt hij, ,,om ons te leren ook weer voor onszelf in te staan.”

Ds. Cees-Jan Smits, predikant in Purmerend, promoveerde onlangs.

Ds. Cees-Jan Smits, predikant in Purmerend, promoveerde onlangs. Foto: Anton Dommerholt

Over het thema ‘verzoening’ raken we in de kerk nooit uitgepraat. Niet vreemd, want als Jezus ter sprake komt, gaat het ook altijd over zijn levenseinde, aan het kruis. En dat kruis hebben christenen door de eeuwen heen als Gods redding gezien, of als een symbool van vergeving, verzoening en solidariteit met het menselijke lot.

Theologen Iwand en Jüngel

Wat Cees-Jan Smits (1986) betreft hoeft de discussie over verzoening nog niet te verstommen. Hij maakte grondige studie van ‘verzoening in Christus’ in het werk van de Duitse theologen Hans Joachim Iwand (1899-1960) en Eberhard Jüngel (1934) - de twee hoofdpersonen in zijn boek Plaatsbereiding . Hoe vatten zij verzoening op, in relatie tot God, mens en wereld?

Relevant om daarover na te denken, alleen al gezien de grote plaats die deze twee Duitsers innemen in de internationale theologie. In hun werk komen vele lijnen samen: maatschappelijk, theologisch, cultureel en filosofisch. Dat maakt dit boek van Smits, die predikant is van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Purmerend, tot een boek dat je niet eventjes uitleest, maar dat wel een inhoudsrijk leesavontuur te bieden heeft. In de zomer verdedigde hij het als proefschrift aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Ontheemd wezen

De boektitel, Plaatsbereiding , is opvallend. Vaker hoor je over het werk of de missie van Jezus spreken als ‘plaatsvervanging’: Jezus gaat in ‘onze plaats’ staan. Toch is er veel te zeggen voor de uitdrukking ‘plaatsbereiding’, legt Smits uit. ,,Bij de theoloog Iwand kwam ik de gedachte tegen dat Christus een plaats heeft ingenomen die leeg was. Dat is de plaats waar de mens behoort te zijn, voor Gods aangezicht. Maar de mens is niet op zijn plaats voor God. Hij is een ontheemd wezen, dat zich voor God verbergt en zich fundamenteel anders voordoet dan hij is. In deze gedachte van Iwand komt voor mij heel veel samen.”

Het beeld van een ‘lege plaats’ laat je ook begrijpen wat de rol van Christus is, zegt Smits: ,,Christus is de werkelijke mens geworden om ons in Hem weer tot onszelf te laten komen. Met als doel om ons ‘op onze plaats’ te brengen. Dat alles zegt het woord ‘plaatsbereiding’, dat ik als titel voor mijn boek koos.

Die andere uitdrukking, ‘plaatsvervanging’, is een beetje problematisch, omdat de indruk wordt gewekt dat de mens al op zijn plaats wás , op zijn plek voor God. En je loopt met deze term het risico dat de ‘vervanging’ ons uitschakelt. Denk aan iemand die zijn collega ‘vervangt’ op het werk, achter het bureau. Zou Christus ons op die manier ‘vervangen’? Dat lijkt me niet. Dan krijg je het verwijt van goedkope genade: dat je niet voor jezelf hoeft in te staan, omdat God wel vergeeft.”

De theologie van Iwand en Jüngel helpt om te zien dat Christus voor ons heeft ingestaan, stelt Smits, ,,met als doel dat wij leren weer voor onszelf in te staan. En dat is niet zo gemakkelijk, want voor jezelf instaan betekent: je falen en je zelfrechtvaardiging onder ogen zien. Het oordeel daarover heeft Christus op zich genomen, zodat wij met Hem zouden sterven aan onszelf.”

Tweede Wereldoorlog

Dat klinkt streng, ‘sterven aan jezelf’, maar voor de theoloog Iwand ligt hier een concrete aansporing om vrede te zoeken in de samenleving, zelfs ook in internationale politieke betrekkingen. Als Duitser voelde hij na de Tweede Wereldoorlog de schuld van het verleden en hij werd dagelijks geconfronteerd met de scheur tussen Oost en West. Op dat vlak was verzoening broodnodig, vond hij.

,,Voor Iwand functioneert de christelijke verzoeningsleer midden in het leven”, benadrukt Smits. ,,Het evangelie is een recept voor verzoening in een gepolariseerde wereld. Hij zag om zich heen in Duitsland, in de jaren vijftig, dat men de mond vol had over de strijd van het christelijke Westen tegenover het goddeloze, atheïstische en communistische Oosten. Iwand zag in dat bij zo’n goed-fout-schema in feite de angst regeert. Bovendien hield Duitsland zich op deze manier doof voor het oorlogsleed van Rusland.

Ten diepste berust deze houding op zelfrechtvaardiging, stelde Iwand. Een echt christelijk Westen zou zich moeten realiseren dat in Christus de scheidslijn tussen ‘goed’ en ‘fout’ is opgeheven. De Geest is uitgestort om ons gezamenlijk, in alle talen, te leren onderscheiden wat toekomst heeft en wat niet, aldus Iwand.”

Anders dan Iwand is de theoloog Jüngel minder duidelijk bezig met politiek en maatschappij. Hij is veel jonger dan Iwand, die al in 1960 overleed. ‘Als Iwand plotseling overlijdt, staat Eberhard Jüngel aan het begin van zijn loopbaan’, schrijft Smits. En die loopbaan zou voor theologen een hoop ‘denkwerk’ opleveren, want Jüngel is bekend geworden als een zeer diepzinnig en ook moeilijk te doorgronden theoloog, met boeken als Gottes Sein ist im Werden (1965) en Gott als Geheimnis der Welt (1977).

Atheïsme

Iwand hield zich sterk bezig met de vraag wat verzoening voor de maatschappij betekende, maar Jüngel dacht na over de vraag: wat zegt de climax van de geschiedenis van Jezus Christus - kruis en opstanding - nu over God zelf? ,,Eberhard Jüngel is van een generatie later en veel bezig met het atheïsme,” legt Smits uit.

,,Als het echt zo is dat God zich op de een of andere manier verbonden heeft met de gekruisigde mens Jezus Christus, dan stempelt dat de identiteit van God. Jüngel formuleert dit als: God heeft zich geïdentificeerd met Jezus. Als dat zo is, dan is God niet meer ‘iets’ of een hoogverheven opperwezen. God is niet onwrikbaar zichzelf, afstandelijk.

Vergelijk dit met wat er gebeurt als je een medemens vergeeft: daarna ben je niet meer dezelfde. Dat geldt ook voor God, zegt Jüngel. God heeft de onwillige mens in Christus in zijn hart gesloten. Zo heeft Hij zichzelf als het ware gedefinieerd: als liefde. Hij heeft in Christus besloten wie Hij eeuwig is. Deze gedachte van Jüngel ervaar ik als een heel diepzinnige uitleg van het evangelie.”

Zelf leerde Smits in zijn kerkelijke jeugd de Heidelbergse Catechismus kennen, en ook het geheel van de gereformeerde theologie. Daarin neemt de verzoening in Christus een centrale plek in. Wat leerde hij bij, van de Duitse theologen? Wat was echt nieuw?

,,In lijn met wat ik zojuist zei: dat je niet meer dezelfde bent als je een ander vergeeft. Dat doet iets met jouzelf. In de catechismus wordt uitgelegd dat Christus ‘uit kracht van zijn godheid’ voor ons de toorn kon dragen, maar in de gereformeerde traditie lijkt het wel of we nooit echt hebben willen doorvragen naar wat dit dan voor God betekent.

Als het ‘uit kracht van’ God is, dan blijft Hij daaronder toch niet onaangedaan? Jüngel denkt op dit spoor verder, en zegt zelfs dat de verzoening God ‘definieert’. Zo komt hij dan tot zijn uitleg van de Drie-eenheid en van God-als-liefde. De leer van de Drie-eenheid is bij Jüngel niet gebaseerd op een paar bewijsteksten, maar het is de enige mogelijke uitleg van alles wat er in de geschiedenis tussen God en mens gebeurt. Zo ver waren we nog niet in de zestiende eeuw.”

Berouw hebben

Aan de hand van Smits kom je in Plaatsbereiding veel diepzinnige theologische gedachten tegen, bij de Duitse theologen. Duidelijk wordt dat dit alles te maken heeft met een serieuze kijk op de mens en op wat mensen beweegt. Berouw hebben over kwaad is de weg waarop ‘heling tot stand komt’, schrijft Smits aan het slot van zijn studie.

Door berouw en omkeer komt de mens ‘op zijn plaats’, ook tegenover anderen die schade hebben geleden. ,,Iwand en Jüngel denken vanuit het besef dat verzoening een relationele werkelijkheid is,” zegt Smits. ,,God heeft daarin het initiatief genomen, er is vergeving. Dat staat vast, buiten ons en zonder ons toedoen. Maar pas wanneer die vergeving indaalt in ons hart door het geloof laten wij ons ook daadwerkelijk verzoenen.”

Plaatsbereiding. Verzoening in Christus bij Hans Joachim Iwand en Eberhard Jüngel. Cees-Jan Smits. Uitgeverij Eburon. 29,90 euro


Het thema ‘verzoening in Christus’ door de eeuwen heen

Het thema ‘verzoening in Christus’ heeft in de loop van de tijd een waaier aan theologische denkbeelden opgeleverd. De zestiende-eeuwse reformatie legde het accent op de ‘rechtvaardiging door het geloof’. De Vroege Kerk laat andere accenten zien: voor de meeste kerkvaders bestaat het werk van Christus in de overwinning op dood, duivel en kwade machten. Dit werd het dominante gezichtspunt van de Oosterse Kerken. Het westerse christendom heeft echter de lijn van Augustinus (354-430) gevolgd, waarin een sterker accent ligt op het persoonlijke aspect van de verzoening in Christus.

Maar ook binnen de westerse kerk hebben zich varianten ontwikkeld. Zo legde de theoloog Anselmus van Canterbury (1033- 1109) de basis voor het idee van ‘verzoening door voldoening’, terwijl de Abaelardus (1079-1142) een zogenoemde ‘subjectieve verzoeningsleer’ ontwikkelde: de lijdende Christus raakt mij zodanig, dat ik daardoor een liefdevol mens word.

In Nederlandse discussies over de verzoeningsleer, zoals rond publicaties van Herman Wiersinga en Cees den Heyer, wordt vrij algemeen de gedachte van Anselmus afgewezen. Hedendaagse, internationaal bekende theologen als N.T. Wright en Rowan Williams zoeken juist weer de samenhang: in hun boeken presenteren zij een visie op verzoening waarin Jezus’ werk een eenheid is: het sterven voor de zonde, het overwinnen van de dood en de stichting van een Koninkrijk van liefde.